Liefde

‘Het woord “liefde” doet me denken aan een oude vrouw uit een dorp vlak bij het dorp in Friesland waar ik ben opgegroeid. Die vrouw heeft veel ellende meegemaakt in haar leven: als meisje van vijftien riskeerde ze haar leven in het verzet, haar man is vroeg gestorven, en ze verloor ook nog eens haar twee zoons toen die nog jong waren. Toch is zij een optimistisch iemand die altijd klaarstaat voor andere mensen in het dorp. Ze straalt een enorme vitaliteit uit. Goh, als ik zó eens oud zou kunnen worden, denk ik dan.

Mijn album De maisfrou ging daarover. De maïsvrouw is een figuur uit de Mexicaanse mythologie die staat voor iemand die veel narigheid heeft meegemaakt, maar toch een diepe liefde voor het leven houdt. Elk jaar zaait ze opnieuw maïs op de oevers van de rivier. Dat vind ik zó’n mooi beeld: dat je altijd hoop kunt houden voor de toekomst, welke tegenslag je ook hebt in het leven.

Om inspiratie op te doen voor De maisfrou heb ik Albertina Soepboer – een dichteres die ik bewonder – gevraagd een maand met me mee te gaan naar Mexico. Om te zoeken naar de maïsvrouw en andere oervrouwen en om samen teksten te schrijven. Wat ik heerlijk vind, is om dan helemaal in zo’n cultuur te duiken. Alles is daar anders dan thuis: de geuren, de kookkunst, de tradities, de verhalen, de kunstvormen. Ik liep er constant te filmen op straat, slurpte alles op.

In Mexico City was ik getroffen door de rauwheid, de chaos, de hardheid. Zeker als je arm bent, is het bestaan er wreed. Je hebt er kilometerslange sloppenwijken. Het totale systeem is corrupt, de mensen kunnen zich nergens aan vasthouden. Nederland is een soort Playmobil-land waar alles supergeregeld is. Daardoor voel je je hier veilig. In Mexico is zelfs de politie niet te vertrouwen. Agenten lopen een café binnen, halen de kas leeg en gaan er weer vandoor. Er worden ook relatief veel moorden gepleegd in Mexico City. En toch… ondanks alles zijn de mensen er kleurrijk en bruisend. Ze zijn vrolijk, nemen het leven met de dag, alsof ze daarmee een soort tegenwicht bieden aan alle heftigheid. Die dubbelheid van Mexico, dat schurende, hebben Albertina en ik in onze teksten gestopt. We wilden niet slechts een lief verhaal maken, maar ook het verraad en de wanhoop laten zien, en hoe je dan weer de kracht vindt om door te gaan.’

Rechtvaardigheid

‘Hier in Nederland is het vanzelfsprekend dat de dingen goed geregeld zijn. Maar stel nou dat ik in het corrupte Mexico zou wonen, of in een vreselijke dictatuur waar ik om een of andere vage reden zou kunnen worden opgepakt – dan wordt rechtvaardigheid ineens superbelangrijk. Daarom blijf ik me altijd bewust van deze waarde.

Als ik onrecht zie, kan ik heel kwaad worden. Voor mijn nieuwe album Nomade heb ik net een inspiratiereis gemaakt naar Mongolië. Als ik daar zie hoe hard en toekomstloos het leven is voor de straatkinderen in de steden, dan raakt me dat, maar ik voel ook meteen een soort machteloosheid. Wat kun je doen? Bij thuiskomst kwam ik erachter dat er nota bene een Nederlandse stichting actief is voor deze kinderen, All for Children, en die stichting steun ik nu. Ik vind het geweldig en inspirerend dat er mensen zijn die gewoon in dat gat springen en daadwerkelijk iets doen aan het onrecht dat hen raakt.’

Authenticiteit

‘Van kind af aan weet ik dat ik het leuk vind om op het podium te staan. Als tweejarige zong ik al cassettebandjes in. Ik heb lange tijd gedacht dat ik in musicals zou gaan optreden; teksten van anderen zingen dus. Toen ik begon met de kleinkunstacademie besefte ik nog helemaal niet dat ik zelf ook iets te vertellen heb. Maar tijdens de opleiding werden steeds vragen gesteld: “Waarom moeten we naar jou kijken? Wat vind je mooi? Wat vind je lelijk? Wat heb jíj ons te bieden?” Gaandeweg kwam ik erachter dat ik helemaal niet in musicals wilde staan, maar zélf iets wilde neerzetten op het podium, een eigen verhaal wilde vertellen. Wat me er al die tijd van had weerhouden om zelf met iets te komen, was faalangst. Ik was bang dat mensen mijn ideeën niet goed zouden vinden.

Maar daar ben ik nu overheen. Hoe meer eigenheid je laat zien, hoe beter je wordt, is mijn ervaring. Dat is ook de reden waarom ik in het Fries zing. In het dorpje Weidum, waar ik opgroeide, was Fries de voertaal, dus dat is mijn eerste taal, de taal die het dichtst bij mijn emoties ligt. Als ik in het Fries zing, voelt dat het meest oprecht.

Ik doe er ook alles aan om mijn artistieke vrijheid te behouden. Als ik zou luisteren naar mensen die commerciële belangen vooropstellen, dan word ik een soort poppetje en verlies ik mijn puurheid. Mijn muziek moet uit mijn ziel komen, dat is juist de kracht ervan. Ik moet er niet aan denken dat ik me aanpas aan de smaak van het grote publiek.’

Toewijding

‘Bij de meeste dingen weet je niet waaróm je ze doet, en dat hoef je ook niet te weten. Als je het maar met volle overgave doet. Dan wordt het vanzelf goed en kun je er voldoening uit halen en ervan genieten.

Je kunt dingen blijven doen waarvan je weet dat je ze kunt, maar het is veel mooier om je te storten in iets waarvan je het einde niet kent. Ik kan de Friese fado blijven zingen omdat ik daar succes mee heb gehad, maar dan zou ik voortborduren op iets wat al bekend terrein voor me is. Nee, ik leef pas écht als ik een nieuwe muziekstijl ga verkennen. Het kan een enorme worsteling zijn en het kan me onzeker maken, maar als er uiteindelijk iets moois uit komt, is dat zó te gek.’

Avontuur

‘Ik prijs mezelf gelukkig: ik heb een stabiele jeugd gehad, lieve ouders, heb leuke vrienden, een fijne relatie, qua werk doe ik wat ik het liefste doe, en ik woon in een veilig land. Maar toch wil ik meer: ik wil weten wie ik ben in alle hoeken van de wereld, in allerlei situaties. In een totaal andere omgeving leer je jezelf namelijk pas echt goed kennen. Ik ben nieuwsgierig naar wie ik nog meer ben dan de uitgebalanceerde Nynke met haar heerlijke Nederlandse leventje.

Daarom houd ik zo van verre reizen en vreemde culturen. Door zo’n reis ervaar ik niet hoe het is om echt vluchteling te zijn, of hoe het is om echt in een oorlog te leven, maar toch leer ik wel veel over mezelf. Ik stort me in iets onbekends, en dan moet ik maar zien hoe ik dat oplos. Hoe snel raak ik ontmoedigd? Hoe optimistisch kan ik blijven? Daar ben ik heel nieuwsgierig naar.

Een van de mooie dingen die ik heb gemerkt als ik in den vreemde ben, is dat ik dan een soort verbond met mezelf sluit, zo van: “Ik ga het hier wel redden in m’n eentje.” Dat geeft een goed gevoel, ik reis dan ook best graag alleen. Als ik doodziek word van het vreemde eten, dan weet ik dat ik mezelf erdoorheen kan slepen. Eenzaamheid kan confronterend zijn, maar ik vind het meestal lekker om te voelen. Mijn zintuigen gaan ervan op scherp staan, ik beleef alles dan heel intens.

Het thema van mijn nieuwe theaterprogramma Nomade is het verleggen van je eigen grenzen. Dat heb ik in de muziek ook gedaan: eerst dompelde ik me onder in de Portugese cultuur en de fado, toen verkende ik de Zuid-Amerikaanse passie, nu ben ik weer gegrepen door Mongolië. Na die zuidelijke gebieden had ik zin in noordelijke, koudere streken: mensen met blauwe plekken op hun wangen die de kou trotseren, die dierenhuiden dragen en haar als touw hebben. Wat voor leven zit daarachter, vraag ik me dan meteen af.

Eigenlijk staan Mongoliërs voor hoe ik in het leven sta. Het is een nomadisch volk dat continu het oude achter zich laat en het onbekende tegemoet gaat. Ze worden daartoe gedwongen door de barre natuur. Een maand lang heb ik bij een Mongolische nomadenfamilie gewoond, samen met een tolk. Ik wilde er niet als toerist heen, maar hun dagelijks leven meemaken.

Het is daar een totaal andere wereld dan wat we in Nederland kennen. Mongoliërs zijn veel afhankelijker van de natuur dan wij. Hun cultuur staat bol van de rituelen om de natuurgoden gunstig te stemmen. Omdat de natuur ze kan maken en breken, gaan ze er veel respectvoller mee om dan wij. Hun visie is dat alles op aarde met elkaar verbonden is. Een berg heeft dus ook een geest, net als het water en de bomen. Ze geloven ook dat je in een later leven kunt terugkomen als een meer, of een berg.

Iedereen die daar op de steppe langskomt, wordt gastvrij ontvangen, krijgt een bed en goed eten. Toen op een dag een dronkaard bij de tent kwam, gaven ze hem nog meer wodka. Ik dacht: stuur die man toch naar huis! Maar hij mocht net zo lang blijven zitten als hij wilde, en kreeg net zoveel drank als hij wilde. Later vroeg ik aan de heer des huizes: “Hoe kon u het geduld opbrengen voor deze man?” Hij glimlachte wijs, en zei: “Stel je voor dat je eigen vader in zo’n toestand bij iemand zou aankloppen, dan wil je toch ook dat hij liefdevol wordt ontvangen?” Toen was ik even stil.’[/wpgpremiumcontent]