1. Macht geeft focus

Testosteron verhoogt de concentratie van dopamine in de hersenen. Die neurotransmitter maakt daadkrachtig, gefocust en gemotiveerd. Psychologe Pamela Smith en haar collega’s van de Radboud Universiteit in Nijmegen deelden proefpersonen willekeurig in als leidinggevende of ondergeschikte. De leidinggevenden mochten onder meer beoordelen hoe de ondergeschikten een computeropdracht hadden gedaan, en bepalen hoeveel de ondergeschikten kregen voor hun medewerking aan het onderzoek. De ‘leidinggevenden’ bleken significant minder fouten te maken bij taken die hogere denkvermogens zoals plannen en vooruitdenken vereisten. Macht stelt mensen blijkbaar in op doelgerichtheid, concentratie en het oplossen van problemen. Mensen met weinig macht zijn over het algemeen waakzamer, minder gedreven en minder monomaan.

Uit een Brits onderzoek bleek dat mensen die een klein beetje macht hadden gekregen, minder afgeleid werden door dingen in hun perifere blikveld. Maar de door dopamine gestuurde, doelgerichte blik van een leider kan ook blindheid voor risico’s veroorzaken. Op het moment dat een leider erg vol is van zichzelf en geen adviseurs in dienst heeft die hem durven tegen te spreken, kan dat leiden tot fatale beslissingen. Denk aan de toestanden bij de ondergang van onderwijsgroep Amarantis, die vanaf het begin overduidelijk in financiële problemen zat, maar waar niemand in de top van veranderen wilde horen.

2. Macht verhoogt het libido

De lijst met succesvolle mannen die zich te buiten gaan aan buitenechtelijke avonturen en ongewenste intimiteiten is lang, denk aan de schandalen rond Bill Clinton, Silvio Berlusconi, François Mitterrand en recentelijk de Amerikaanse CIA-baas David Petraeus. Dominique Strauss-Kahn was baas van het Internationaal Monetair Fonds en kandidaat voor het Franse presidentschap toen hij zijn carrière en zijn huwelijk om zeep hielp door zich te vergrijpen aan een kamermeisje. Uit onderzoek is gebleken dat mannen én vrouwen met een grotere aangeboren machtshonger dan gemiddeld niet alleen de carrièreladder snel bestijgen. Ze hebben ook veel vaker seks dan minder machtsbeluste mensen en zijn vaker ontrouw. Honger naar macht is aangeboren, maar wie die macht dan vervolgens ook verwerft, krijgt daardoor nóg meer honger naar macht. En naar seks. Machtshonger, testosteron en libido versterken elkaar dus, vaak met escalatie tot gevolg.

Niet alleen de groten der aarde, ook ‘gewone’ baasjes kunnen voelen wat macht met het libido doet. Testosteron, de machtsdrank die door het brein begint te stromen bij ervaringen met succes, is voor bijna iedereen een libidoverhoger. Hoe meer testosteron in de hersenen door macht en succes, hoe groter de zin in seks. En het effect van testosteron in het brein is verslavend. De neurotransmitter dopamine, die door testosteron wordt gestimuleerd, prikkelt het beloningscentrum in de hersenen en dat smaakt naar meer. Dus hoe meer testosteron en dopamine er door het brein raast, hoe meer kicks iemand wil. Of dat nou de kick van een extra bonus is, van een met veel te hoge snelheid genomen bocht of van een potje spannende seks.

3. Macht ontspant

Zelfs de meest subtiele veranderingen in status hebben al grote effecten op onze fysiologie. Onderzoekers van de universiteiten van Harvard en Columbia deden eens een experiment waarbij ze studenten een minuutje een machtige of onderdanige houding lieten aannemen – zonder hun te vertellen dat het hierom ging. Zittend achteroverleunen met de voeten op tafel leidde al tot een stijging van het testosterongehalte, terwijl zitten met gebogen hoofd en de armen strak voor de borst een afname tot gevolg had. Bovendien ontdekten de onderzoekers dat de mensen in de superieure houding minder stresshormonen in hun bloed kregen, terwijl de hoeveelheid van het stresshormoon cortisol bij mensen in de onderdanige houding juist was gestegen.

Waarom ontspant een gevoel van superioriteit? De grootst mogelijke stress voor een sociaal dier als de mens is dat hij door zijn soortgenoten wordt afgewezen, zo bleek uit onderzoek. Succes, status en macht ontspannen, omdat ze een gevoel van erkenning van en controle over andere soortgenoten geven.

Macht is niet voor iedereen fijn. Uit onderzoek van de Amerikaanse psychologe Michelle Wirth blijkt dat waar macht, succes en winnen voor machtsbeluste types stressverlagend en belonend werkt, dat voor mensen met een aangeboren lage machtsbehoefte juist andersom is. Als de laatste bijvoorbeeld aan de winnende hand zijn bij een potje tennis, stijgt het cortisolgehalte in hun bloed.

4. Macht maakt schijnheilig

Toen de Amerikaanse tv-dominee Jim Bakker bekende een zondige middag met een wulpse vrouw te hebben doorgebracht, noemde zijn concurrent Jimmy Swaggart hem ‘een gezwel dat uit het lichaam van Christus moet worden gesneden’. Een jaar later werd Swaggart gefotografeerd met een hoertje aan zijn arm. Wielrenner en zevenvoudig Tour de France-winnaar Lance Armstrong uitte zich altijd fel tegen doping. Nu blijkt hij die zelf al die jaren gebruikt te hebben. Hoe zit dat?

Joris Lammers en zijn collega’s van de Universiteit van Tilburg (onder wie Diederik Stapel, die later zelf ten onder ging aan een uit de hand gelopen machtsbehoefte) deden een aantal experimenten waarin ze studenten een gevoel van invloed gaven door hen willekeurig aan te wijzen als ‘baas’ of door ze te laten terugdenken aan een situatie waarin ze macht over een ander hadden. Daarna kregen de proefpersonen morele dilemma’s voorgelegd. Hoe aanvaardbaar is het om te veel reiskosten te declareren bijvoorbeeld? Mensen die zich (een klein beetje) machtig voelden, vonden te hoge declaraties vaker onaanvaardbaar. Maar wanneer ze daarna ­alleen gelaten werden en met een dobbelsteen mochten gooien om te bepalen hoeveel beloning ze kregen voor hun deelname aan het experiment, sjoemelden ze vaker dan de mensen met weinig macht. Voor anderen waren ze dus strenger dan voor zichzelf. Een hoge status maakt dat je jezelf ziet als een bijzonder uitzonderingsgeval, voor wie de regels van het ‘voetvolk’ niet meer gelden.

5. Macht maakt egocentrisch

Hoe kan het toch dat mensen die het financieel al vele malen beter hebben dan de meesten, almaar meer willen? Denk aan oud-premier van Italië Silvio Berlusconi, die voor honderden miljoenen aan belastingfraude pleegde, of aan de Noord-Hollandse gedeputeerde Ton Hooijmaijers, die wegens omkoping wordt vervolgd.

Dacher Keltner en zijn collega’s van de Stanford-universiteit deden een experiment waarbij ze wisten aan te tonen dat dit mechanisme zelfs bij een beetje macht en kleine voordeeltjes al blijkt te werken. Ze lieten drie studenten met elkaar discussiëren, waarbij een van hen willekeurig als leider werd aangewezen. Na afloop van de discussie zette Keltner een schaal met vijf koekjes op tafel. Wat doen drie mensen met vijf koekjes? Zoals verwacht pakte iedereen een koekje, maar de leider bleek significant vaker nog een tweede koekje te pakken, terwijl er dus niet genoeg waren voor iedereen.

Bovendien bleken de ‘leiders’ vaker slordig te eten: ze kauwden met open mond, knoeiden op tafel en lieten kruimels op hun gezicht zitten. Volgens Keltner laat dit experiment zien dat macht mensen egocentrischer en minder sociaal maakt. Ze houden minder rekening met anderen, worden minder empathisch, vinden het normaal dat hun meer toekomt dan een ander en letten er minder op wat anderen vinden van hun egocentrische gedrag – en de kruimels rond hun mond.

Macht in het dierenrijk

In het Tanganyikameer in Centraal-Afrika leeft Burtons muilbroeder, een onopvallend, onderdanig, onvruchtbaar visje. Vredelievend – totdat hij een territorium krijgt. Als hij toevallig in de buurt is wanneer een van zijn heerszuchtige broeders door een vogel wordt gepakt, maakt hij in één klap een geweldige promotie. Met zijn veranderde status van grootgrondbezitter ondergaat hij een metamorfose waar je u tegen zegt. Binnen een paar uur verandert hij van een grijze sukkel in een citroengele of aquamarijne kanjer met joekels van testikels. Ook zijn persoonlijkheid neemt groteske vormen aan. Zo hoffelijk en bescheiden als hij voorheen was, zo agressief en hitsig is hij nu. Al pestend, vechtend en rokkenjagend blijft hij aan zijn machopositie werken.

Al is deze transformatie wel heel extreem, bij mensen lijkt er iets soortgelijks aan de hand. Onze plek in de pikorde bepaalt veel meer van onze persoonlijkheid, gedrag en gevoelens dan we denken. Krijgen we meer macht of status dan voorheen, zo schrijft de Ierse neuropsycholoog Ian Robertson in zijn boek Het winnaareffect, dan verandert de chemie in onze hersenen en daarmee ons gedrag en karakter.

Zelfs bij schakers

Elke strijd activeert de aanmaak van testosteron, schrijft Robertson, ook bij vrouwen. Of het nou een bokswedstrijd is, een oorlog, of concurrentie om een felbegeerde baan. We krijgen nog eens een extra stoot van dit hormoon bij een overwinning of ­andere succeservaring. Het werkt ook andersom. Dominante zonnebaarzen die vijf dagen in een aquarium met grotere en sterkere soortgenoten werden geplaatst, hadden daarna – terug in een gewone groep vissen – veel minder de neiging andere vissen aan te vallen en te verslaan dan vóór hun vernederende ervaring. Baarzen die vijf dagen tussen kleinere soortgenoten hadden doorgebracht, waren juist dominanter en agressiever dan voorheen. Het leek wel alsof hun, volkomen door willekeur bepaalde, ervaring met macht hun zelfvertrouwen had gesterkt. Dit effect noemt Robinson het winnaar-effect: het testosteron dat bij succeservaringen vrijkomt in de hersenen maakt dat wie succes krijgt, ook succes blijft houden.

Om dat effect te ervaren hoef je niet de boksring in. Volgens Robinson zijn mensen elkaar in het dagelijks leven en op de werkvloer ook voortdurend aan het uitdagen en beconcurreren. Zelfs bij ogenschijnlijk weinig machtsbeluste schakers is ontdekt dat bij winnaars het testosterongehalte piekt. Wat gebeurt er dan wel niet met het brein als iemand een grote promotie maakt, de presidentsverkiezingen wint, of door miljoenen wordt aanbeden?

 

Meer lezen over macht?

Ian Robertson, Het winnaareffect. Wat succes en macht met onze hersenen doen, Maven, € 22,-

Bronnen: P. Smith e.a., Lacking power impairs executive functions, Psychological Science, 2008 / M. Wirth e.a., Salivary cortisol changes in humans after winning or losing a dominance contest depend on implicit power motivation, Hormones and Behavior, 2006 / N. Fast e.a., The destructive nature of power without status, Journal of Experimental Social Psycho­logy, 2012 / J. Lammers e.a., How power influences moral thinking, Journal of Personality and Social Psychology, 2009[/wpgpremiumcontent]