Voor volwassenen is het duidelijk: na maandenlang hard werken wil je nieuwe plekken bezoeken, andere smaken proeven en Frans horen praten bij de bakker.

‘Kinderen opvoeden mag best makkelijk zijn’

Ouders werken te hard aan de toekomst van hun kinderen. Al dat geploeter is zinloos, vindt psycholoo...

Lees verder

Ook je eigen gedragspatroon is tijdens de vakantie doorgaans anders dan normaal. En dat is precies de bedoeling. Je wilt er namelijk ‘even helemaal tussenuit’.

Maar voor kleine kinderen is een vakantie vaak een stuk minder ontspannen: ze houden er meestal niet zo van om er helemaal uit te zijn. Vooral jonge kinderen zijn gesteld op voorspelbaarheid. En dat heeft een reden.

De Britse psychiater John Bowlby stelde medio vorige eeuw al dat kleine kinderen zich niet alleen aan mensen hechten, maar ook aan plekken en rituelen. Bekende plekken maken het leven van kinderen voorspelbaar en geven hun daardoor een gevoel van zekerheid.

Gevoelig voor impulsen

Tijdens de vakantie verandert dat alles ineens. Ze komen op nieuwe plaatsen waar ze overspoeld worden door nieuwe indrukken. Zelfs hun vertrouwde bed – een oase van veiligheid – zijn ze ineens kwijt.

Verder gedragen hun vader en moeder zich anders dan ze gewend zijn. En ook staan sommige rituelen plotseling op de helling, zoals voor het slapengaan samen naar Sesamstraat kijken. En er is meer.

Training

Ontspannen opvoeden

  • Ontdek hoe je als ouder positief en relaxed blijft
  • Omgaan met de emoties van je kind
  • Voor ouders met kinderen in de basisschoolleeftijd
Bekijk de training
Nu maar
€ 75,-

Niet alleen betekent op vakantie gaan voor kinderen dat ze op een andere plek wonen, er wordt ook een beroep gedaan op iets wat ze per definitie nog nauwelijks bezitten: geduld. Zelden wordt kinderen gevraagd zo lang op dezelfde plek te zitten als tijdens de vakantie. En een hele dag achter in de auto doorbrengen is geen sinecure.

Hoe jonger kinderen zijn, hoe gevoeliger voor allerlei impulsen die in hen opkomen: ze zien iets en willen erop af om het te onderzoeken. Die exploratiedrang hoort bij de leeftijd en is belangrijk voor hun ontwikkeling.

Volgens de wereldberoemde Duits-Amerikaanse ontwikkelingspsycholoog Erik Erikson is het zelfs het belangrijkste wat een kind tussen zijn derde en vijfde jaar te doen staat. Maar als gevolg van die exploratiedrang kunnen jonge kinderen zich moeilijk op één ding concentreren.

De aandachtsspanne van een gemiddelde kleuter bij een taak die hij of zij leuk vindt, is daardoor maar zes à twintig minuten, al naar gelang zijn of haar temperament. Dus wanneer je aan kinderen vraagt om uren op de achterbank te zitten, is het niet zo vreemd dat ze er snel genoeg van hebben.

Ze kunnen hun impulsen best eventjes onderdrukken om hun ouders ter wille te zijn, maar dat gedrag heeft natuurlijke, ontwikkelingspsychologische grenzen.

Nog geen besef van tijd

Er is nog een derde reden waarom vakantie voor kinderen niet altijd helemaal vakantie is: hun tijdsbeleving. Naarmate een kind jonger is, kan het lastiger inschatten hoelang iets nog duurt. Uitspraken als ‘We zijn er zo’ of ‘Straks gaan we even stoppen’ zijn voor kinderen moeilijk te bevatten.

Vooral de jongsten leven in het hier en nu. ‘Uren’ en ‘minuten’ zijn eenvoudigweg een te grote abstractie voor kinderen tot een jaar of zes. Pas rond die leeftijd gaan ze leren logisch te denken – volgens de Zwitserse ontwikkelingspsycholoog Jean Piaget, die stelde dat de denkontwikkeling zich voltrekt in fasen, bereiken ze dan de ‘concreet operationele’ fase. In dat stadium beginnen ze ook te leren op de klok te kijken. Tot die leeftijd hebben kinderen nog geen kloppend tijdsbesef.

Maar hoelang de reis nog duurt, kunnen ze met een beetje hulp wel degelijk begrijpen. En zonder games of dvd’s kun je ze ook best bezighouden. Hieronder staan vijf tips om de camping fluitend te halen.

1. Maak je eigen tijdrekening

Kinderen willen vaak weten ‘of ze er al zijn’. Vooral als ze nog niet kunnen klokkijken, is het moeilijk uit te leggen hoelang ze nog in de auto moeten zitten. Je kunt dan het beste je eigen tijdrekening maken. Dat kan bijvoorbeeld betekenen dat ze nog ‘drie Sesamstraatjes’ bij de camping vandaan zijn – dus zo lang als drie keer een uitzending van Sesamstraat duurt.

2. Wissel de gebeurtenissen snel af

Omdat kinderen zich niet lang kunnen concentreren, blijven ze rustiger wanneer de gebeurtenissen elkaar snel afwisselen. Stop liever vaker wat korter, dan één keer lang. Doe korte spelletjes met ze en laat ze dan weer even met rust. Vertel hoe laat je daarna weer een spelletje met ze zult doen. Kunnen ze nog niet klokkijken, laat dan op het klokje in de auto zien waar de wijzer moet staan.

3. Bied veiligheid

Op vakantie komt een kind andere dingen tegen dan thuis. Veel is onbekend, de taal en het eten zijn anders, zijn ouders gedragen zich anders. Vooral voor jonge kinderen is een gevoel van veiligheid belangrijk, maar zelfs pubers kunnen op vakantie wat onzekerder zijn dan thuis. Wees dus niet verbaasd als je kind op reis iets niet durft wat het thuis wel doet. Dwing het nergens toe, hoewel aanmoedigen natuurlijk mag. Houd bij kinderen tot een jaar of zeven zoveel mogelijk de rituelen van thuis aan voor een veilig gevoel.

4. Doe zelf spelletjes

Nogal wat ouders verdoven hun kind met een paar speelfilms of een spelcomputertje op de achterbank. Dat werkt inderdaad prima, maar mijn persoonlijke voorkeur heeft het niet. Als ontwikkelingspsycholoog denk ik dat het voor kinderen goed is dat ze niet steeds worden vermaakt. Ouders die hun kind wél willen bezighouden, kunnen daarvoor beter een actievere manier kiezen, zoals autobingo met nummerplaten. Zo krijgen kinderen ook nog iets mee van hun omgeving. Het werkt ook goed om kinderen zelf controle te geven. Als mijn eigen gezin eenmaal op het vakantieadres is, hanteren we de regel dat als we met de auto ergens naartoe gaan, iedereen het recht heeft de auto stop te zetten omdat hij of zij iets leuks ziet. Het effect: de kinderen nemen de omgeving veel actiever in zich op.

5. Zoek het ook bij jezelf

Neemt het rumoer op de achterbank toe, dan stijgt achter het stuur de ergernis. Maar aan wie ligt dat? Als ouder kun je minder hebben wanneer je moe bent. Vertrek dus uitgerust.