Je kunt grenzen heel strikt stellen, met maatregelen om ze kracht bij te zetten, maar pedagoog Rianne Kok van de Universiteit Leiden constateerde in haar proefschrift Do as I say! Parenting and the biology of child self-regulation dat kinderen juist door uitleg hun emoties en gedrag beter kunnen beheersen en aanpassen. Met deze stappen stel je een duidelijke grens en blijf je tegelijk met je kind in verbinding.

1. Maak contact

Ga naar je kind toe, maak rustig contact en let op je non-verbale uitstraling. Kom je gelijk boos of geïrriteerd over, dan kan een kind weerstand gaan bieden of zich terugtrekken, en dan komt je boodschap niet goed aan.

Voorbeeld: Ik adem eerst diep in en uit, loop rustig naar mijn kind toe en ga naast hem zitten. Voordat ik iets zeg, maak ik eerst oogcontact.

2. Constateer, vraag en luister

Beschrijf wat je ziet en welk gedrag je constateert. Stel een vraag, zonder oordeel, en luister naar het antwoord.

Voorbeeld: ‘Je bent een half uur later thuis dan afgesproken, wat is er gebeurd?’ Of: ‘Hé, je bent weer uit bed. Wat is er aan de hand?’

3. Gebruik een ik-boodschap

Zeg met welk gedrag je moeite hebt en waarom.

Voorbeeld: ‘Ik vind het vervelend als afspraken niet worden nagekomen, ik was erg bezorgd toen je niet op de afgesproken tijd thuis was.’ Of: ‘Ik wil niet dat je te weinig slaapt en je morgen vermoeid bent.’

4. Vertel wat er anders moet en waarom

Geef aan welk gedrag moet veranderen. Vertel wat het gewenste gedrag is en leg uit waarom: als een kind of puber de reden weet, helpt dat om de emoties te beheersen.

Voorbeeld: ‘Ik snap dat je graag met je vrienden terugfietst, maar ik wil niet ’s nachts in de zenuwen zitten.’ Of: ‘Fijn dat je je herinnert dat je gymtas morgen mee moet, maar vanaf nu moet je in bed blijven. Het is bedtijd.’

5. Logische, leerzame consequenties

In plaats van te straffen, kun je een consequentie voor het gedrag bedenken die logisch en leerzaam is in deze situatie. Je kunt je kind ook laten meedenken over een oplossing.

Voorbeeld: ‘Als je telkens te laat thuiskomt, is de vrijheid van alleen terugfietsen misschien nog te groot en kom ik je weer ophalen.’ Of: ‘Laten we voor het slapengaan samen je spullen klaarleggen, zodat je niet naar beneden hoeft te komen als je al in bed ligt.’

De grens over

Hoe helder je grenzen ook zijn, het is heel normaal dat kinderen en pubers daar soms overheen gaan, of er zelfs tegenaan schoppen. Je kind straffen lijkt dan de beste oplossing, maar volgens kinderpsycholoog Tischa Neve is dat zelden een goed idee. Je kind leert meer van goede uitleg en een logische consequentie die eraan verbonden is, zoals in het stappenplan op de vorige pagina.

Nadelen van straffen

Volgens Neve kan straffen de volgende nadelen tot gevolg hebben. Welke herken jij? Vul het lijstje eventueel aan met je eigen ervaringen.

  1. Je kind leert er niets van. Als straf zou werken, zou het na een paar keer niet meer nodig zijn.
  2. Een kind kan angstig of onzeker worden. Je ziet niet direct wat het met je kind doet, waardoor het straffen z’n doel voorbijschiet.
  3. Je maakt je liefde voorwaardelijk. Een kind krijgt de boodschap: alleen als je lief en leuk bent, krijg je mijn liefde.
  4. Je kind durft niet eerlijk te zijn. Straf is niet bevorderlijk voor de gewetensopbouw.

Afspraken vs regels

In de opvoeding zijn zowel afspraken als regels belangrijk: ze stimuleren op een eigen manier de ontwikkeling van een kind. Ze verduidelijken de grenzen die je als ouder stelt. Maar wat is precies het verschil tussen een afspraak en een regel?

Afspraken maak je samen. Je kind mag erover meepraten en meedenken.
Voorbeeld: iedereen ruimt zijn eigen spullen op, je kamer is jouw domein. Op vrijdagmiddag moet alle vuile was in de wasmand zitten. Op zondag eten we lekker voor de tv, de rest van de week aan tafel.

Regels leg je op. Ze gaan meestal over gezondheid en veiligheid.
Voorbeeld: Veiligheidsgordels gaan altijd om. Elke ochtend en avond tandenpoetsen. Op de fiets gebruik je geen mobiel.

  1. Kan je kind zich niet aan een grens houden? Dan is het belangrijk om te kijken en wat daarachter zit. Dat kan een wens, behoefte of emotie zijn die aandacht nodig hebben.
  2. Regels heb je idealiter pas nodig als afspraken niet werken. Hoe minder je oplegt en hoe meer je samen afspreekt, hoe meer betrokken en verantwoordelijk een kind zich voelt. Dat zorgt voor een makkelijker en fijner contact in de opvoeding.
  3. Je kunt prima een uitzondering maken op afspraken, regels en grenzen. Als je dat maar duidelijk benoemt en het ook écht een uitzondering blijft. Wordt het een gewoonte, dan is de grens niet duidelijk meer.

In de online trainingen ‘Ontspannen opvoeden’ en ‘Positief opvoeden voor puberouders van Psychologie Magazine leer je in 7 heldere stappen samen afspraken te maken. Ook leer je wat je kunt doen als je kind zich er niet aan houdt en hoe je het samen kunt vieren als het goed gaat.

3 vragen over grenzen stellen aan kinderpsycholoog Tischa Neve

Moet een kind het altijd begrijpen of uitgelegd krijgen, of kun je als ouder ook zeggen ‘omdat ik het zeg’? 
‘Je zou je kunnen afvragen waarom je het zónder uitleg zou willen doen. De kans is groot dat je meer weerstand en strijd krijgt. Mensen – dus ook kinderen – zijn eerder bereid mee te werken als ze weten waarom iets belangrijk is.

Maar je hoeft niet eindeloos jezelf te verdedigen of te onderhandelen; het gaat erom dat je kort en duidelijk kunt uitleggen wat de reden is van jouw nee of verzoek. Als niet verder komt dan “omdat ik het zeg”, moet je misschien goed nadenken wat jouw reden achter je grens is.

Heb je wél een goede reden en heb je die rustig uitgelegd, maar blijft een kind toch vragen? Dan kun je best zeggen dat je het antwoord al hebt gegeven en daar verder niets meer aan toe hebt te voegen.’

Hoe bepaal ik grenzen in de opvoeding?  
‘Het is vooral belangrijk dát je daarover nadenkt. In alle hectiek vergeten we vaak wat de belangrijke dingen zijn. Loop (met je partner) de verschillende levensgebieden langs: eten, snoepen, schermen, bedtijden, bij jou in bed slapen of niet?

Waar wil jij kaders aanbrengen, afspraken over maken of het goede voorbeeld in geven? Begin het liefst met afspraken maken vóórdat je kind in de puberteit komt; de meeste ouders doen dat namelijk dan pas. Je kunt al beginnen met kleine afspraken als ze 3 of 4 jaar zijn. En met de jaren ga je steeds meer overleggen en samenwerken.

Hoe meer je een kind daarbij betrekt, hoe meer gevoel van commitment het ervaart, en dat vermindert de weerstand. Zo’n kader kan bijvoorbeeld zijn: je ruimt je eigen kamer op en elke vrijdag ga ik stofzuigen en wassen. Dan moet dus alle kleding van de grond en in de wasmand zijn. Je kind kan zelf meedenken hoe hij of zij dat kan invullen.’

Wat is je advies voor wie worstelt met grenzen aangeven, of zich achteraf schuldig voelt?  
‘Wie zich schuldig voelt door de gedachte dat het voor kinderen niet fijn is om begrensd te worden, mag onthouden dat kinderen grenzen nodig hebben. Grenzen zijn noodzakelijk omdat ze veiligheid, houvast en rust geven. Een grens stellen is dus nooit verkeerd, maar doe het rustig en duidelijk.

Als je achteraf denkt: mijn grens was te strikt of ik heb het te boos verwoord, kun je altijd herstelwerkzaamheden doen. Je kunt erop terugkomen en toelichting geven – dat het iets te kort door de bocht was of dat je bozer reageerde dan de bedoeling was. Dat kan bij jonge, maar zéker ook bij oudere kinderen.

Gebeurt dit vaak? Ga dan eens na of het misschien voortkomt uit onmacht. Wanneer we ons machteloos voelen, zijn we geneigd om vanuit dominantie ons kind te bereiken. Het is belangrijk om daarover als gezin in gesprek te gaan en te onderzoeken wat erachter zit. Is het de puberteit? Spanning in huis? Zit je er te veel bovenop of is er juist weinig houvast? Een professional of goede vriend kan eventueel helpen met dat uitzoomen.’

Tischa Neve is kinderpsycholoog, opvoedkundige, moeder van Dim (2009) en pleegmoeder. Ze schreef verschillende boeken en ontwikkelde samen met Psychologie Magazine de trainingen ‘Ontspannen opvoeden’ en ‘Positief opvoeden voor puberouders’.