Misschien vergeten ze gewoon hoeveel ze aan het begin van elkaar hielden, hoe romantisch en gepassioneerd het was. Misschien bedenken ze later, als ze bedaard zijn, dat knallende passie oppervlakkig is en hanteren ze dan een andere, ‘diepere’ definitie van liefde; wat ze aanvankelijk voelden vinden ze dan ‘minder’, ook al zaten ze op dat moment toch echt wel in de zevende hemel. Of misschien is het een gezondverstandtheorie dat liefde zou moeten groeien, en willen mensen graag voldoen aan dat ideaal.

Training

Versterk je relatie

  • Leer kijken naar je relatiepatronen
  • Ontdek hoe je negatieve patronen kunt doorbreken
  • Geheel vernieuwd
Bekijk de training
Nu maar
€ 55,-

Sowieso blijken mensen vaak onjuiste ideeën te hebben over het verloop van hun gevoelens. Ze denken dat het geluk hun eeuwig toelacht als ze eenmaal de ware vinden, maar als het zover is zien ze elkaar dik worden en de passie verdampen.

Andersom denken ze dat ze er nooit overheen komen als het uitgaat, terwijl ze zich feitelijk goed blijken te schikken in hun lot als het hun overkomt; na verloop van tijd zien ze vooral onoverkomelijke bezwaren aan de ex en veel leukere lonkende perspectieven, en is het ’toch maar goed dat het zo gelopen is’.

Genoeg reden om te twijfelen aan het zoetsappige gezwijmel van die stellen. Onderzoekster Susan Sprecher deed dat ook en besloot geliefden een tijd te volgen: gedurende vier jaar stelde ze op vijf momenten vragen aan jonge mensen die bij aanvang nog maar kort een relatie hadden.

De 60 procent die aan het eind nog bij elkaar was, had inderdaad de indruk dat hun liefde was gegroeid. Maar er was geen enkele aanwijzing voor werkelijke groei: hun jaarlijkse liefdesscores waren min of meer constant.

Wél bleek dat de achteraf ervaren groei gerelateerd was aan de scores op liefde en tevredenheid aan het eind van het onderzoek: degenen die het meest van hun partner hielden en het meest tevreden waren over de relatie, hadden het meest het idee dat hun liefde gegroeid was.

Zoals te verwachten viel, zeiden degenen die uit elkaar gingen vaker dat het minder was geworden. Opvallend is dat dat vooral gold voor tevredenheid: de liefde was nauwelijks minder. Stellen gaan kennelijk niet uit elkaar omdat ze minder van elkaar houden, maar omdat ze minder gelukkig met elkaar zijn.

Voor degenen die twijfelen over hun relatie lijkt me dat een nuttig inzicht, omdat mensen soms doodongelukkig volharden onder het motto ‘Maar ik hóú van hem/haar!’ Dat is in feite niet relevant, laat het onderzoek van Sprecher zien. De vraag is: hou ik méér van hem of haar dan gisteren? Is het antwoord nee, dan is de kans groot dat het morgen ook niet meer wordt zoals bij Stevie. En stilstand is achteruitgang, uiteindelijk. Een personage in Renate Dorresteins boek De stiefmoeder drukt dat heel mooi uit: ‘De liefde is net de maan. Als ze niet groter wordt, dan wordt ze kleiner.’

Roos Vonk, hoogleraar Psychologie en columnist Psychologie Magazine, roosvonk.nl

© april 2012 Psychologie Magazine

REAGEER