1 Wacht tot de tijd rijp is

Hoe lang u moet wachten met het brengen van slecht nieuws, is sterk afhankelijk van de inhoud en de leeftijd van het kind. De toekomst reikt voor een vierjarige niet verder dan een paar weken. Het is niet slim om over ‘een paar maanden verder’ te praten. Kinder- en jeugdpsycholoog Tamar De Vos-van der Hoeven, van www.opvoedadvies.nl: ‘Ik raad ouders in ieder geval aan het kind in te lichten wanneer het kan merken dat er iets gaat veranderen. Stel, u wilt over een jaar gaan verhuizen. Voor een jong kind is het prettig als dat pas verteld wordt op het moment dat het concrete antwoorden kan krijgen: daar gaan we wonen, naar die school ga je straks. Een ouder kind hoort het liever langer van tevoren. Zo kunt u hem of haar betrekken bij het huizen kijken.’

2 Kies het juiste moment

Kies een moment waarop u alle tijd heeft en uw kind uitgerust is. Na een lange schooldag heeft een kind rust nodig en kan het weinig informatie meer opnemen. Vlak voor bedtijd is ook geen geschikt moment: na een zwaar gesprek hebben kinderen tijd nodig om weer tot zichzelf te komen,

bijvoorbeeld door (buiten) te spelen.

Wat goed werkt, is praten tijdens een simpel karweitje. Kinderen vinden een serieus gesprek met een volwassene al gauw te zwaar. Zelf beginnen ze daarom ook eerder over lastige onderwerpen als u samen de schuur opruimt of de afwas doet. De afleiding maakt het gesprek luchtiger en bewegen is bovendien een manier om spanning te ontladen: zo verbruiken kinderen de adrenaline die vrijkomt tijdens een lastig gesprek.

Training

Van single
naar samen

  • Leer wat je valkuilen zijn in de liefde
  • Ontdek welk relatietype je bent
  • Kom erachter wat voor partner bij je past
bekijk de training
Nu maar
€ 67,50

En als een kind er zelf over begint als het u slecht uitkomt, in de supermarkt of in de auto bijvoorbeeld? De Vos: ‘Geef dan in ieder geval aan dat u het fijn vindt dat uw kind met deze vraag komt, leg uit dat u nu even niet kunt antwoorden en geef duidelijk aan wanneer wél. Het is niet verstandig om uw kind af te leiden, of helemaal niet te reageren. Kinderen concluderen dan snel dat ze wel iets fouts gevraagd zullen hebben en komen er niet meer op terug.’

3 Houd uw emoties in bedwang

Uw kind mag best zien dat u verdrietig bent of moet huilen. Leg uit dat verdriet erbij hoort, en dat het iets is wat je kunt delen. Wanneer u zeer overstuur denkt te zullen raken tijdens het gesprek, kunt u uw kind hier echter beter tegen beschermen. Zeker wanneer een kind (nog) niet begrijpt wat er aan de hand is, kan een zeer emotionele ouder zorgen voor nog meer onrust, onzekerheid en gevoelens van onveiligheid. Uit angst de ouder opnieuw te emotioneren zal het bovendien niet snel op het onderwerp terugkomen, waardoor het met vragen kan blijven zitten.

Ook wanneer u vertelt dat u gaat scheiden, is het beter uw emoties in bedwang te houden. De Vos: ‘In het geval van een scheiding kan uw kind in de war raken van uw verdriet: de scheiding is toch iets waar u zelf voor kiest? Kinderen kunnen bovendien de ene ouder het verdriet van de andere ouder kwalijk gaan nemen.’

4 Wees eerlijk en duidelijk

Breng de feiten op het niveau van uw kind, maar wees zo eerlijk en duidelijk mogelijk. Anders gaat een kind zelf ‘invullen’ en gaat zijn fantasie al gauw met het verhaal op de loop. Vertelt u na de dood van opa dat deze nu ‘heel lang slaapt’, dan kan uw kind bang worden om te gaan slapen.

De Vos: ‘Soms is het goed om uw kind gedoseerd in te lichten, zodat het de informatie stap voor stap kan verwerken. In geval van een ongeneeslijke ziekte kunt u bijvoorbeeld eerst vertellen dat opa heel erg ziek is, op een later moment dat het niet zeker is of hij beter zal worden, en nog later dat hij niet meer beter wordt. Tenzij het kind zelf doorvraagt: dan krijgt het natuurlijk meteen antwoord op zijn vragen.’

Formuleer zo eenvoudig mogelijk. Spreek in korte zinnen, gebruik geen medische termen en geen verwarrende dubbele ontkenningen, zoals: ‘Als mama niet geopereerd wordt, dan is het niet zeker of ze beter wordt.’ Houd er ook rekening mee dat kinderen indrukwekkende of onbekende woorden uit hun context kunnen halen of letterlijk opvatten (‘ik word hier doodziek van’, ‘straks staan we op straat’).

5 Houd rekening met de leeftijd

Jongere kinderen willen over het algemeen vooral weten wat de consequenties van de situatie voor hen zijn: als papa werkloos is, hebben we dan geen geld meer, en kunnen we dan geen eten meer kopen? Of: als mama na de scheiding ergens anders gaat wonen, houdt ze dan nog wel van mij? Oudere kinderen hebben meer inzicht in oorzaak en gevolg, en hebben daarom eerder behoefte aan informatie over wat er voorafging aan de situatie: waarom is papa ontslagen?

6 Observeer uw kind

Kinderen zijn geneigd sociaal wenselijk te reageren om hun ouders te plezieren. Ze knikken al snel ‘ja’ als u vraagt of ze het begrepen hebben, terwijl ze misschien helemaal nog niet snappen hoe het zit. Om te voorkomen dat uw kind niet aan zijn eigen vragen en emoties toekomt, moet u uw kind tijdens het gesprek goed observeren. Open vragen helpen daarbij. Niet: ‘Ben je verdrietig dat papa en mama uit elkaar gaan?’ Maar: ‘Wat vind jij ervan dat papa en mama uit elkaar gaan?’ De Vos: ‘Onrustig bewegen, wegkijken tijdens het gesprek of neergeslagen ogen kunnen erop duiden dat uw kind het moeilijk heeft met de situatie. Als uw kind niets wil weten van een gesprek, respecteer dit dan. Breng het onderwerp zo af en toe weer ter sprake en kijk steeds hoe het kind reageert.’ Wanneer het niet lukt om tot een gesprek te komen, is het verstandig te kijken of het kind er met een ander vertrouwd persoon wél over kan praten – uw partner, een tante, opa of oma misschien.

7 Sluit het gesprek goed af

Geef uw kind de boodschap dat praten over de situatie altijd mag, dat geen enkele vraag raar is en dat emoties erbij horen. De Vos: ‘Veel kinderen uiten verdriet in de vorm van onhandelbaar gedrag en boosheid. Het is goed om dat voor uw kind te benoemen: “Ik zie dat je ontzettend boos bent, maar ik denk dat je vooral verdrietig bent en dat snap ik wel.—’

U kunt samen met uw kind een andere manier van uiten zoeken; even wild dansen in plaats van met speelgoed gooien, bijvoorbeeld. Kinderen kunnen zelf verrassend constructieve oplossingen verzinnen als ze zich eenmaal erkend voelen in hun emoties.

Tekenen die erop duiden dat uw kind aan één gesprek niet genoeg had, zijn bijvoorbeeld boosheid, lastig gedrag, niet willen slapen, bedplassen, hevig verdriet of in zichzelf gekeerd zijn. Wees ook alert op tekeningen over het onderwerp, dromen of fantasieverhalen. Meer uitleg en geruststelling zijn dan misschien nodig.

op de site

Specifieke vragen? Ga naar de site. Plusabonnees kunnen de hele maand kwesties voorleggen aan kinder- en jeugdpsycholoog Tamar de Vos-van der Hoeven.

www.psychologiemagazine.nl