Daar gáát onze zeldzame bijtankdag. Onze beide exen komen gemaakte afspraken niet na, en daardoor blijven twee van onze drie kinderen thuis. Kinderen ontregeld: waarom mogen ze niet naar pappa? Wij geïrriteerd. Chaos in plaats van rust: ineens vult de dag zich met ritjes naar sport, met spelletjes doen en vriendjes over de vloer. En hoe ik ook mijn best doe om het me niet te laten raken, de energie die ik voel weglekken krijg ik het hele weekend niet meer opgedweild.

Een paar dagen later zit ik met twee stellen en één andere moeder op de eerste avond van de training ‘Het samengesteld gezin’. Trainster Nicoline van Roozendaal belicht beknopt de grootste valkuilen van zo’n gezin. Aan de gezichten van mijn medecursisten kan ik zien dat menige valkuil al een goede bekende is.

Bij de valkuil ‘Verminderde controle’ schiet ik bijna in de lach van herkenning. Afgelopen weekend had ik wel last van controleverlies, ja. ‘Een nieuw samengesteld gezin staat bloot aan veel meer invloeden dan een klassiek kerngezin,’ legt Van Roozendaal uit. ‘Invloed van ex-partners; kinderen die komen en gaan, wat van elk gezinslid een groot aanpassingsvermogen vergt. Dat kan bij de ouders leiden tot verwarring, onrust en een gevoel van onveiligheid. Met alle stress en irritaties van dien.’ Reken maar.

Ingewikkelde stamboom

Eigenlijk had ik verwacht dat er tijdens de cursus veel en lang ervaringen uitgewisseld zouden (moeten) worden. Maar niets van dat al. We tekenen eerst een stamboom van ons eigen gezin, inclusief ex-partners, hun nieuwe partners en/of kinderen, en wie wanneer waar woont. Trainster Ikina Morsch doet het voor op een flip-over. Zelfs een toevallige passant zou in één oogopslag de complexe, zo niet explosieve opeenhoping van relaties zien: de rust straalt er nou niet meteen van af.

Aan de hand van het gefabriceerde gezinsorganogram vertellen we aan een medecursist hoe ons nieuwe gezin in elkaar steekt. We proberen ons niet te laten meeslepen door het enorme verhaal achter dit schemaatje. Juist door de droge samenvatting beseffen we eens te meer in welk emotioneel wespennest we ons bevinden.

Schuld en schaamte

Coaches Ikina Morsch en Nicoline van Roozendaal ontwikkelden deze training om een reddingslijn uit te werpen naar ouders die verstrikt dreigen te raken in de dynamiek van hun nieuwe gezin. De trainers zaten zo’n 25, respectievelijk 15 jaar geleden in hetzelfde schuitje. Van Roozendaal: ‘We worstelden met complexe gevoelens, die we in die tijd met niemand konden delen. Ik merkte bijvoorbeeld dat ik andere gevoelens had voor mijn eigen kinderen dan voor mijn stiefkinderen. Ik schaamde me daarvoor, maar durfde er niet over te praten. Dat gaf veel spanningen thuis.’

Morsch kampte met schuldgevoel over haar eigen scheiding en het gebroken gezin dat haar nieuwe partner achterliet. ‘Daar had ik nachtmerries over. Dat slikte ik allemaal in. Want ik had er toch zelf voor gekozen? Dan moest ik ook niet zeuren, was de reactie van de omgeving.’ Het doel van Morsch en Van Roozendaal is dan ook om samengestelde gezinnen van nu manieren te bieden om goed om te gaan met de (nieuwe) situatie.

In Nederland heeft tegenwoordig bijna een half miljoen kinderen met een stiefouder te maken, aldus scheidingsonderzoeker Ed Spruijt van de Universiteit Utrecht. Zo’n 50 procent van de relaties gaat uit elkaar, en bijna 40 procent van de relaties met (minderjarige) kinderen.

Maar in het geval van stiefgezinnen – waar minstens een van de partners kinderen heeft uit een vorige relatie – schat Spruijt dat percentage hoger: vermoedelijk zo’n 60 procent. Daar spelen extra risicofactoren mee, licht hij toe. ‘Je begint er op een meer gevorderde leeftijd aan, waardoor je meer emotionele bagage met je meedraagt. En er zijn kinderen in het spel. Het is veel moeilijker een goed evenwicht te vinden in een stiefgezin dan in een eerste gezin.’

Botsende opvoedstijlen

Dat realiseerden mijn nieuwe partner J. en ik ons maar al te goed. Een half jaar geleden trok hij met zijn zoon (12) bij ons in. Twee jaar eerder hadden we elkaar leren kennen. Wat toen uitermate onpraktisch leek, was een geluk bij een ongeluk: we woonden op anderhalf uur rijden van elkaar en de kinderen moesten gewoon naar school. We kónden niet eens hard van stapel lopen, ook al hadden we gewild.

Tegelijkertijd was ik na vijf jaar alleen leven met mijn twee zoons (nu 11 en 9) nogal benauwd voor verstoring van het moeizaam hervonden evenwicht thuis. Maar de liefde, het nieuwe perspectief en de vrolijkheid wonnen het al gauw van mijn terughoudendheid. Temeer omdat alledrie de jongetjes van meet af aan enthousiast, om niet te zeggen juichend, ons samenzijn omarmden.

We deden het bewust kalm aan. Als eerste kennismaking aten we op verzoek van de kinderen een broodje warme worst met ketchup bij hun geliefde broodjeszaak. En elke keer als ik hem wilde omhelzen riep J.: ‘Jongens, help me dan toch!’ waarna ze op ons afstormden om tussen ons in platgedrukt te worden. Volgens mij ligt er ergens nog een handgeschreven contract dat wij niet langer dan tien seconden mogen zoenen. Gouden greep.

Maar na deze goede start waren er ook lastige situaties. Op dat soort momenten kon ik woedend het pand uit benen, roepend dat ik ‘het zo niet wilde’. In die eerste fase snapte ik soms niets van het gedrag van mijn nieuwe geliefde. Je draagt natuurlijk allebei al wat bagage met je mee. Soms botsten onze denkbeelden over opvoeden. Oud verdriet kwam weer boven, ook bij de kinderen. Tegen J. zei mijn jongste soms plompverloren: ‘Jij bent onze vader niet.’

‘Verboden’ gevoelens bespreken

Ik herken dus maar al te goed de volgende valkuil die Van Roozendaal aanstipt: ‘Je woont in één huis met een andere volwassene en kinderen die allemaal te maken hebben (gehad) met een groot verlies. Verlies van het vorige gezin, verlies van vanzelfsprekendheden en vaak ook van familie of vrienden. Realiseer je dus dat iedereen verdriet en rouw voelt. Ook bij kinderen komt weer een gevoel van rouw boven doordat de nieuwe partner de plek van de andere ouder inneemt.’ In de groep merk ik opluchting dat we blijkbaar niet als enige lopen te hannesen met dit soort emoties.

Daarna legt Van Roozendaal uit dat het verschil tussen bloedband en stiefband vaak een grote rol speelt in samengestelde gezinnen: ‘Je gevoel voor je eigen kinderen is anders dan dat voor je stiefkinderen. Van je eigen kind kun je bijvoorbeeld veel meer verdragen dan van een stiefkind.

Als daarover in het gezin niet gepraat kan worden, bestaat het risico dat je het via een omweg elkaar en de kinderen gaat kwalijk nemen.’ Volgens de coaches is het dus de kunst juist deze delicate zaken – verboden gevoelens, zo je wilt – bespreekbaar te maken. En dat is precies wat we gaan oefenen.

Luisteren zonder oordeel

In het eerder gemaakte gezinsorganogram schrijven we eerst bij elk gezinslid de grootste valkuil. Daarna krijgen we de opdracht om in tweetallen met respect voor elkaar onze eigen ergste valkuilen te bespreken. Medecursiste H. vertelt over haar relatie met haar stiefdochter. Daar had ze zich toch iets anders bij voorgesteld; ze vindt het lastiger dan ze had gedacht.

Ik moet goed luisteren, zonder commentaar te geven. Na afloop vat ik haar verhaal samen totdat H. vindt dat mijn synopsis klopt. Daarna ben ik aan de beurt. We leren dit zodat we complexe gevoelens kunnen delen met onze partners thuis, zonder te verzanden in oordelen.

Het blijkt nog niet zo gemakkelijk: je wilt je bemoeien, reageren, vragen stellen, interpreteren. We fluiten elkaar terug. Bij deze oefening snijdt het mes aan twee kanten, merken we. Als ‘luisteraar’ word je gedwongen om nauwkeurig en zonder oordeel elkaars woorden terug te geven, en als ‘verteller’ om de essentie te verwoorden van soms onduidelijke gevoelens. Na de oefening zegt H.: ‘Ik weet zelf ook wel dat het stom is om me afgewezen te voelen door mijn stiefdochter als ze dingen wel deelt met haar moeder en niet met mij. Maar daarom vóél ik het nog wel.’

Ook belangrijk: humor

Thuis reageert J. nogal schamper als we de techniek moeten oefenen. Hij is ervan overtuigd dat we het al goed doen en ons bewust zijn van alle emoties en risico’s. Uiteindelijk toont hij zich toch bereid het serieus te proberen. Ik snijd het stiefkind-eigen-kind-dilemma aan. Ik vind het eng, maar het lucht op om dit lastige onderwerp te benoemen. Nu we toch bezig zijn, gooi ik ook de valkuil van de verschillende opvoedstijlen in de ring. Hoe het me raakt als hij bij de jongens een aanpak heeft die haaks staat op de mijne.

De samenvattingsmethode legt genadeloos bloot hoeveel we zelf invullen van het verhaal van de ander. Maar we komen er zonder al te veel kleerscheuren doorheen. Ons gesprek mondt uit in een gezamenlijk besef van hoe goed we op weg zijn. We realiseren ons hoeveel mazzel we hebben dat de jongens zo goed met elkaar door één deur kunnen. Maar we waren natuurlijk niet gaan samenwonen als dat niet zo was geweest.

Ik realiseer me ook dat we het misschien niet hadden gered zonder de grappen en vindingrijkheid van J. die mij en de jongens zo goeddoen. We concluderen dat bij het bestrijden van de valkuilen humor in elk geval onmisbaar is.

Verschillende loyaliteiten

Tijdens een volgende trainingsavond komt de valkuil van de verschillende loyaliteiten aan de orde. In de woorden van Morsch: ‘Loyaliteiten van kinderen naar hun “echte” ouders en van ouders naar hun eigen kind spelen een belangrijke rol in een nieuw gezin.’

Voor de bijbehorende oefening kies ik een situatie waarin ik me gemangeld voelde tussen J. en de kinderen. Morsch vraagt me die situatie te visualiseren door medecursisten zo in de ruimte te plaatsen dat ik me weer in die ongemakkelijke toestand waan: waar stond J.? Waar stonden de kinderen? Waar stond ik? Ertussenin dus.

Van Roozendaal vraagt waar ik op dat moment behoefte aan had.

Aan begrip.

‘Wat zou je jezelf geven op dit moment?’

Mededogen.

Ik bemerk bij mezelf enige weerstand tegen deze werkvorm, maar het raakt me toch. Het lucht op om te merken dat al die verwarrende, tegenstrijdige en chaotische gevoelens gewoon hóren bij een samengesteld gezin. En om te beseffen dat we onszelf er niet zo zwaar op moeten afrekenen.

Na drie trainingsavonden is er bij alle deelnemers thuis geen taboe onbesproken gebleven. Veelal horkerig en niet zonder slag of stoot, maar toch. We hebben geleerd duidelijker te zijn; lastige gevoelens aan te snijden bij onze partners; en milder te zijn over onze tekorten. Wellicht kan deze groep de scheidingsstatistieken van Spruijt naar beneden toe bijstellen.[/wpgpremiumcontent]