Jan (40) is getrouwd met Madelief (38). Ze hebben drie kinderen. Hij is huisvader, zij verdient de kost.

‘Ik leerde Madelief kennen toen ik op het punt stond met mijn schip naar het Caribisch gebied te vertrekken. Slechte timing, maar we waren ervan overtuigd dat onze liefde de tijd zou overwinnen. Toen ik terug was in Nederland konden we ons geluk niet op. Ik viel als een blok voor haar, ze was vrijgevochten, eigengereid en doelbewust. Zij hield van mij omdat ik anders was dan haar studievriendjes: een vrijbuiter die wars was van geld en materie. Inmiddels is het tij gekeerd. Datgene wat we leuk vonden aan elkaar staat ons nu in de weg. Madelief heeft een topbaan in de sales en werkt van ’s morgens vroeg tot ’s avonds laat. Ik klooi nog wat aan met schepen, maar verder ben ik huisvader. We hebben er bewust voor gekozen dat zij kostwinner is en ik thuis ben bij de kinderen.

En dat doe ik vol overgave. Ik ben voorleesouder op school, ga als enige vader mee met schoolreisjes en breng onze dochters van het ene clubje naar het andere. Alhoewel Madelief blij is dat ze zich geen zorgen hoeft te maken over

de kinderen, merk ik ook dat ze zich aan me ergert. Ze vertelt jan en alleman dat zíj degene is die voor brood op de plank moet zorgen en ze duwt me geregeld een vacature onder mijn neus.

Bij de moeders op het schoolplein val ik in de smaak, maar intussen moet mijn eigen vrouw niets van me hebben. Ze toont geen liefde meer voor me; respect en waardering evenmin. Van mijn gevoel van eigenwaarde is weinig over. Alleen als we op vakantie zijn gaat het goed. Weg uit de hectiek is Madelief ontspannen en lief. Van ongelijkheid tussen ons is dan geen sprake. Maar zodra we thuis zijn, is het na drie dagen weer bekeken.

Bij haar weggaan vind ik moeilijk. Niet omdat ik dan de kinderen niet meer zie, want met haar drukke baan heeft Madelief me nodig als babysit. Maar ik weet niet hoe ik het financieel moet bolwerken. Mijn klusjes in de jachthaven leveren te weinig op om van te leven, dus zal ik een fulltime baan moeten zoeken. En dat is nou juist waar ik niet voor kies nu de kinderen nog jong zijn.’

Karin (38) is getrouwd en heeft twee kinderen. Haar man dreigt haar iets aan te doen als ze ooit vreemdgaat. Toch speelt ze al twee jaar hoog spel.

‘Als ik met de bakker over het weer praat, is mijn man in alle staten omdat hij denkt dat ik de bakker probeer te versieren. En ben ik op een feestje met een andere man in gesprek, dan sleurt mijn man me aan mijn arm mee naar buiten. Dat hij erg jaloers was, weet ik al lang. Hij is Grieks en temperamentvol. Op de dag dat hij me zijn liefde verklaarde, zei hij óók dat hij me iets zou aandoen als ik ooit zou vreemdgaan. Toen had ik daar geen problemen mee. Ik was verliefd, ik vond zijn jaloezie aandoenlijk. Het betekende immers dat hij veel van me hield.

Houden doet hij nog steeds van me, althans, dat denk ik. Iedere dag overlaadt hij me met complimenten en in bed is hij nog steeds enorm gepassioneerd. Alhoewel het er daar niet vaak meer van komt. Af en toe laat ik hem zijn gang gaan, en dan vlamt het weer even tussen ons op, maar de overgave die ik vroeger had is allang verdwenen. Ooit was ik een vrijgevochten vrouw, maar ook daar is weinig van over. Met vreemden praat ik nauwelijks. Als we ruzie hebben maakt hij me uit voor van alles en nog wat, en dan ben ik nergens.

Tot nu toe heeft hij nooit één vinger naar me uitgestoken. Maar ik ben wel bang dat dat ooit gaat gebeuren: hij heeft me niet voor niets gewaarschuwd. Ondertussen speel ik met vuur. Want sinds twee jaar heb ik, tegen beter weten in, een minnaar. Hij is rustig, lief en begripvol. Bij hem mag ik mezelf zijn. Ik ben als de dood dat mijn man het ontdekt, maar de lichtheid van het verliefd zijn wint.

Het liefst zou ik vandaag nog een punt achter ons huwelijk zetten. Ik ben moe – moe van alle heftigheid thuis. Maar hoe graag ik ook zou willen, scheiden is geen optie. Stel dat mijn man zich aan zijn woord houdt en me echt iets aandoet? Dan is het mijn schuld dat mijn kinderen moeten opgroeien zonder hun moeder. En dat wil ik niet op mijn geweten hebben. Het leven van mijn kinderen is me meer waard dan dat van mij.’

Hella (42) is getrouwd met Klaas (44). Ze hebben twee geadopteerde kinderen van 6 en 8 jaar.

‘Als iemand me vroeg wat ik later wilde worden zei ik: “moeder”. Toen ik Klaas leerde kennen, wist ik dat hij de vader zou worden van mijn kinderen. Maar hij had traag zaad en dat gooide roet in het eten. We konden alleen kinderen van onszelf krijgen via ivf. Ik heb me destijds afgevraagd of dat een teken was dat Klaas en ik niet bij elkaar pasten, maar die gedachte wimpelde ik snel weg.

Na vijf mislukte ivf-pogingen gaven we de moed op. Ik was boos. Dat ik geen moeder werd kwam door Klaas. Maar het ging me te ver om daarom bij hem weg te gaan. Aan de andere kant was een kinderloos bestaan geen optie voor mij. Dus was er nog maar één mogelijkheid: adopteren. Gelukkig stond Klaas daar ook voor open.

Inmiddels zijn we al vijf jaar met zijn viertjes. Jesse was 3, zijn zusje Nola negen maanden toen we hen uit een Ghanees weeshuis haalden. Die twee maken mij de gelukkigste moeder van de wereld. Al mijn liefde gaat naar hen. En Klaas? Met hem deel ik de liefde voor de kinderen, maar verder hebben we weinig samen. Onze band was hecht omdat we hetzelfde nastreefden. Nu we dat hebben bereikt, is onze relatie saai en passieloos.

Lol hebben we zelden en samen een weekendje weg doen we nooit. Met de kinderen erbij is het leuker. Bij mijn vriendinnen zie ik dat het anders kan. En dat maakt me verdrietig, want natuurlijk heb ik behoefte aan een man met wie ik kan lachen, praten en vrijen. Maar weggaan bij Klaas is uit den boze. Scheiden is voor alle kinderen traumatisch, maar voor geadopteerde kinderen helemaal. Onze kinderen zijn al eens weggehaald uit hun vertrouwde omgeving, dat kan ik ze niet wéér aandoen. Vooral Jesse zou eraan kapotgaan. Hij is onzeker, bang, plast regelmatig in zijn bed en hij eet te snel – een erfenis uit het weeshuis: daar werkte hij snel zijn eten naar binnen uit angst dat er niets zou overblijven.

Gert (50) is getrouwd met Nienke (50). Ze hebben twee dochters van 18 en 19 jaar. Nienke heeft MS.

‘Het houden van is niet verdwenen, wel veranderd. Hield ik vroeger van Nienke als vrouw, nu komt mijn liefde voort uit medelijden. Ik ontmoette Nienke vijfentwintig jaar geleden in Peking. Ik was daar met twee vrienden, zij met een vriendin. De vonk sloeg over toen we elkaar in Nederland weer ontmoetten. Ik was overdonderd door haar levendigheid en reislust.

De eerste jaren pakten we zo vaak als ons werk het toeliet het vliegtuig. Marokko, Nepal, Argentinië, India, het kon niet op. Op ons 28ste trouwden we. We wilden kinderen, het liefst zo jong mogelijk zodat we later, als de kinderen het huis uit zouden zijn, weer konden reizen. Het verliep anders. Na de geboorte van de kinderen veranderde Nienke van een avontuurlijke vrouw in een bezorgde en aan huis gekluisterde moeder. Vroeger zei ze dat ze het anders zou gaan doen dan haar eigen moeder, een vrouw die zich focuste op haar kinderen en geen eigen leven had. Maar ze ging steeds meer op haar moeder lijken. Voor zichzelf nam ze geen ruimte meer, laat staan voor ons.

Het knaagde aan me dat ik de Nienke van vroeger miste. Ik speelde met de gedachte bij haar weg te gaan. En toen kreeg ze een paar jaar geleden last van uitvalsverschijnselen. Het duurde niet lang of we hoorden dat Nienke ms had. De klap kwam hard aan. Ook omdat tot me doordrong dat ik nu voor altijd aan haar vastzat. Nienke in de steek laten kon niet meer, vond ik.

En dat moet Nienke hebben gevoeld. Was ze voorheen misschien bang dat ik haar zou verlaten, ze wist dat ik in deze situatie niet bij haar zou weggaan. En dat klopt. In mijn dromen durf ik er de brui aan te geven, maar zodra ik wakker word en Nienke in haar rolstoel zie, weet ik dat het onmogelijk is. En dus dender ik maar door. De hele toestand holt me uit, de verantwoordelijkheid grijpt me naar mijn keel. Dat ik het volhoud heb ik aan de kinderen en mijn baan te danken.’

Janine (26) woont samen met Peter (28). Hij dreigt met zelfmoord als ze bij hem weggaat.

‘Peter en ik zijn drie jaar samen en nog steeds kust hij de grond onder mijn voeten. Dat klinkt geweldig en dat was het ook. Want hoe fijn is het wanneer iemand je voortdurend vertelt hoe geweldig, geestig en mooi je bent? Zeker als je zo onzeker bent als ik krijgt je zelfvertrouwen daar een boost van. Nu zie ik ook de andere kant van de medaille. Zijn aandacht benauwt me. Ik stik erin.

Twee jaar geleden raakte Peter zijn baan kwijt en sindsdien zit hij thuis. Het heeft een tijd geduurd voordat ik doorhad dat ík de reden ben waarom hij niet solliciteert. Zonder verplichtingen kan hij iedere dag bij mij zijn. Natuurlijk ga ik soms alleen op pad – ik studeer en heb een bijbaantje – maar Peter wil dan precies weten hoe laat ik thuiskom.

Een vriendin deed me inzien dat het goed fout zat tussen ons. Ze organiseerde een vrouwenetentje en ik vertelde haar dat ik Peter om toestemming moest vragen. Ze vroeg of ik wel goed bij mijn hoofd was: ik had toch recht op een eigen leven. Pas toen drong tot me door hoe Peter me manipuleerde.

De relatie verbreken durfde ik niet. Vanaf dag één dreigt Peter een eind aan zijn leven te maken wanneer ik bij hem wegga. Maar die keer dat Peter laaiend was en het servies door de kamer vloog omdat ik een uur te laat thuiskwam, knapte er iets in me. Ik wist dat ik voor mezelf ging kiezen. Toen ik eindelijk de moed had verzameld om te zeggen dat ik bij hem wegging, kregen we een telefoontje. Peters beste vriend had zichzelf opgehangen.

Natuurlijk was ik verdrietig om die vriend, maar mijn grootste zorg was dat uitmaken op dat moment onmogelijk was. Inmiddels zijn we een half jaar verder. Peter is nog steeds werkloos en, mede doordat hij zijn vriend heeft verloren, depressief. De gedachte onze relatie te verbreken, stop ik ver weg. Ik ben bang dat hij zichzelf écht iets aandoet. Dat ik debet zou zijn aan zijn dood, daar kan ik niet mee leven.’

Alle personen heten in werkelijkheid anders.

De deskundige:

‘Realiseer je dat je altijd een keuze hebt’

‘Je kunt je op verschillende manieren gevangen voelen in een relatie,’ zegt psychotherapeut Carolien Roodvoets. ‘Soms voelen mensen zich opgesloten omdat ze de verantwoordelijkheid niet aankunnen die de relatie met zich meebrengt. Denk aan het wekelijkse bezoek aan de schoonfamilie, het feit dat je trouw moet zijn of dat je je emoties niet kwijt kunt bij de ander.

Bij de mensen in deze interviews gaat het een stapje verder. De situatie grijpt hen letterlijk naar hun strot. Volgens hen zijn de omstandigheden zo beroerd dat ze geen kant op kunnen. Ze zitten met een moreel dilemma en voelen zich verantwoordelijk voor de ander of voor hun kinderen. En dat is heel begrijpelijk. Wanneer je om iemand geeft of hebt gegeven kun je heel moeilijk voor jezelf alleen kiezen. De verantwoordelijkheid die je voelt omdat je het leven van de ander, of anderen, zo in de war zult schoppen en diegene doodongelukkig zult maken, is zwaar.

Toch is het van belang je te realiseren dat je altijd een keuze hebt, op welke manier je je ook beklemd voelt in een relatie. Gevangen zitten betekent dat je het gevoel hebt de regie over je eigen leven kwijt te zijn. Je voelt je niet vrij en dat werkt door in alle lagen van je persoonlijkheid. Je durft niet meer voor jezelf op te komen en je weet niet meer wat je écht wilt. Het is belangrijk te beseffen dat het beklemde gevoel is gebaseerd op de vastgeroeste gedachtes in je hoofd. Mensen zijn geneigd zichzelf klem te zetten in het idee dat ze geen keuze hebben. En dat is dus níét het geval. Hoe beroerd de situatie ook is, je hebt altijd de keus eruit te stappen. Of je partner nu ziek, suïcidaal of jaloers is, de beslissing bij je partner te blijven of weg te gaan, is jouw keus.

Voordat je een besluit kunt nemen is het belangrijk dat je jezelf eerst afvraagt wat er zou kunnen gebeuren als je de relatie verbreekt. Maak een lijstje met voors en tegens. Probeer na te gaan of je kunt leven met de angst, de onzekerheid of het schuldgevoel wanneer je bij je partner weggaat. Misschien kom je erachter dat het schuldgevoel minder zwaar weegt dan de keuze om je leven lang ongelukkig te zijn. Vergeet daarbij de andere partij niet. Wat zou je partner ervan vinden wanneer hij of zij tot de ontdekking komt dat je alleen bij hem of haar blijft uit medelijden, angst of vanwege de kinderen?’

Roodvoets is sceptisch wanneer mensen haar vertellen niet bij hun partner weg te kunnen omdat de gevolgen niet te overzien zijn. ‘In mijn praktijk kom ik zelden zulke voorbeelden tegen. Zonder dat mensen het zich realiseren is er altijd een uitweg. Dat ze bij hun partner blijven is meestal geen kwestie van niet kunnen, maar niet durven. Mensen zijn bang voor grote veranderingen. Logisch. Een grote stap zetten – en het verbreken van een relatie is dat – is een van de moeilijkste dingen in het leven. Je weet immers nooit of je er goed aan doet.

Daarbij komt dat de slachtofferrol die je op je neemt, ook iets nobels heeft. Zeggen dat je bij je partner blijft omdat hij of zij te ziek, te jaloers of te depressief is, geeft je het gevoel dat je je het lot van de ander meer aantrekt dan dat van jezelf. Maar zo zit het niet. In feite bezorgen de omstandigheden je een alibi bij de partner te blijven. De keuze wordt voor jou gemaakt, denk je. En dat is wel zo gemakkelijk; je hoeft niet na te denken over de gevolgen van het verbreken van de relatie en dus hoef je ook niet bang te zijn voor de onzekerheid die de verandering met zich meebrengt.’

Volgens Roodvoets is het van belang dat áls je besluit bij je partner te blijven, je de relatie op een andere manier gaat benaderen. ‘Stap uit de slachtofferrol en vervang het woord moeten door willen. Dus in plaats van: “Ik moet bij hem blijven” zeg je: “Ik wil bij hem blijven”. Accepteer die keuze en vind berusting in het feit dat de situatie niet te veranderen is. Bedenk ondertussen hoe je het voor jezelf zo leuk mogelijk kunt maken in het leven. Luister naar jezelf en bedenk wat jij wilt met en naast de relatie.’

www.carolienroodvoets.nl[/wpgpremiumcontent]