Stijn Bekkering verliest bij een auto-ongeluk zijn vrouw Geesje. Zelf raakt hij bij dit ongeluk in coma, waar hij pas na tien dagen uitkomt. De dood van zijn vrouw is voor hem een zwart gat: hij was erbij, maar kan zich er niets meer van herinneren. Soms krijgt Stijn het gevoel dat hij dichtbij het moment van haar sterven kan komen, wat hem sterk aangrijpt, maar een dag later lijkt het alsof het verlies een ander betreft.

De huisarts vertelt dat een rouwproces minimaal een jaar duurt, maar dat ervaart hij niet zo. Wel herkent hij het verstrijken van de tijd aan zijn verhouding tot de voorwerpen in huis. Eerst zijn het nog de dingen die Geesje gebruikte, en waar Stijn eigenlijk niet aan mag komen. Geleidelijk aan gaat dat gevoel weg en lijkt het alsof de voorwerpen meer afstand van haar nemen.

Stijn handelde in het Noord-Hollandse Obdam in tweedehands meubelen. Nu leeft hij echter in een afgelegen plaats in Canada. Ook daar begon hij eenzelfde soort opkoperij. Hoe komt iemand uit Obdam in Canada terecht? In Nederland is de zoon van Stijn van de ene op de andere dag verdwenen. Na lange tijd wordt die zoon in Canada gesignaleerd. Stijn reist hem achterna en vindt hem terug. Vervolgens blijft Stijn er rondhangen, ook al vertrekt zijn zoon weer naar Nederland. In Canada loopt de nieuwe handel in oude meubels redelijk, en waarom zou je dan weer naar Obdam gaan? Stijn voelt zich nauwelijks meer met zijn familie verbonden; de relatie met zijn zoon was vroeger al afstandelijk.

Log in om verder te lezen.