Een belastingaanslag is je noodlottig, je bent failliet en moet al je huizen en hotels van de hand doen. Met bloedend hart geef je de laatste bankbiljetten aan de schuldeiser, waarna je boos en verslagen wegloopt van de speeltafel. Een spelletje Monopoly verliezen is voor sommige mensen zo moeilijk te accepteren, dat ze zich er niet eens meer aan wagen.

TEST
Doe de test »

Ben je succesvol intelligent?

Spelletjes kunnen de gemoederen flink opzwepen. De collectieve rouw waarin Nederland is gedompeld als weer eens een beslissende strafschop is gemist, is welbeschouwd een mal verschijnsel. Waarom is het toch zo moeilijk om een nederlaag te incasseren? Het is toch maar een spelletje? Nee dus.

In zijn boek Homo ludens (de spelende mens) stelt de Nederlandse historicus en cultuurfilosoof Johan Huizinga dat winnen feitelijk niets anders is dan ‘in een spelletje de meerdere blijken’, maar dat het voor veel mensen lijkt alsof de winnaar op veel meer gebieden de meerdere is. Verlies je, dan voel je je een grotere ‘loser’ dan je in feite bent.

Sportpsycholoog Ad Dudink: ‘Topsporters vinden het geen probleem om te verliezen van een tegenstander die nu eenmaal beter is dan zijzelf zijn. Het probleem is het publiek dat getuige is van hun nederlaag. Afgaan voor dat grote publiek betekent een veel groter gezichtsverlies dan alleen een wedstrijd verliezen.’

Met andere woorden: verliezen is zo erg nog niet, zolang niemand het ziet. ‘Er zijn kinderen die dol zijn op computerspelletjes, maar geen spelletjes willen doen met anderen’, zegt Dudink. ‘Logisch. Verliezen van een apparaat is niet erg, want het kent je niet en het lacht je niet uit. Dat is heel wat anders dan de sociale afkeuring die je ten deel kan vallen als je met mensen speelt.’

Extra kwetsbaar in dit opzicht zijn kinderen die onveilig zijn gehecht en weinig vertrouwen hebben in anderen en zichzelf. Uit onderzoek blijkt dat verwaarloosde of mishandelde kinderen zich vaak niet veilig genoeg voelen om een spelletje te doen. De angst te verliezen en te worden uitgelachen of afgewezen, is gewoon te groot.

Ook kinderen met faalangst vrezen de hoon die hen ten deel kan vallen als ze een wedstrijd of een spelletje verliezen. Ze voelen zich zo onzeker dat ze óf geen spelletje aandurven óf kost wat kost willen winnen. Verliezen ze toch, dan zijn ze er helemaal kapot van. Minder angstige kinderen beschouwen een nederlaag niet zo gauw als een afgang. Ze zien het eerder als een stimulans om een volgende keer nog beter hun best te doen.

Spelen om te leren

Spel is de drijvende kracht achter ontwikkeling. Psychologen beschouwen spel niet voor niets als een wezenlijk en noodzakelijk element in de ontwikkeling van een kind.

Training

Leer loslaten

  • Leer accepteren i.p.v. vechten
  • Leer de controle los te laten
  • Leer te leven volgens je waarden
bekijk de training
Nu maar
€ 75,-

Door bijvoorbeeld te proberen geluidjes te imiteren leren kinderen uiteindelijk spreken, het spelen met zand of blokken bevordert de motoriek, en van spelletjes als kiekeboe leren kinderen dat iets onzichtbaars niet in het niets hoeft te zijn opgelost.

Sociaal-psycholoog Hans van de Sande: ‘Het gedrag van mensen is zo complex dat het uitgebreid geoefend moet worden. Spelen is een manier om te leren, en dat brengt onze maatschappij vooruit. De vooruitgang in wetenschap en technologie is bijvoorbeeld voor een groot deel te danken aan creatievelingen die het aandurfden nieuwe dingen uit te proberen.’

Competitie is voor die ontwikkeling niet noodzakelijk, maar heeft zeker wel zijn eigen charmes. Van wedstrijdjes en competitieve spelletjes leer je immers ook een heleboel: op je beurt wachten, onderhandelen, initiatief nemen, je aan de spelregels houden, aandacht geven en krijgen, en – als het goed is – verliezen.

Uit wetenschappelijk onderzoek blijkt wel dat jongens makkelijker wedstrijdjes aangaan dan meisjes. Meisjes kunnen net zo competitief zijn als jongens, maar voelen zich veel minder op hun gemak als ze het moeten opnemen tegen een leeftijdgenoot. Ze houden het liever gezellig. Jongens willen zich juist graag onderscheiden. Hun spelletjes, maar ook hun gesprekken, draaien vaak om de vraag wie de beste is.

Deze patronen blijven bestaan: vrouwen leggen in hun contacten meer de nadruk op onderlinge gelijkwaardigheid, terwijl mannen eerder geneigd zijn een ander uit te dagen. Logisch, vinden evolutionair biologen. Aangezien het de vrouwen zijn die baby’s negen maanden bij zich dragen, hebben zij fysiek meer te verliezen dan mannen als ze met elkaar op de vuist gaan.

Persoonlijke doelen

Winnen hoeft niet zaligmakend te zijn, en verliezen niet desastreus, vindt sportpsycholoog en topsporter Mirjam ter Beek. In 2001 won ze een zilveren medaille bij de Wereldkampioenschappen roeien, en met die tweede plaats was ze dik tevreden. ‘Het ligt niet zo zwartwit’, zegt ze.

‘Je kunt bijvoorbeeld een wedstrijd winnen omdat je niet zulke goede tegenstanders had. Dat geeft veel minder voldoening dan een zilveren plak halen, nadat je voor jezelf een topprestatie hebt geleverd. Ik heb op dat WK echt alles gegeven wat ik in me had.

Natuurlijk, ik heb wel verloren van de nummer een, maar ik had niet meer kunnen doen dan ik toen heb laten zien. Dan kun je eigenlijk niet meer spreken van verliezen. Je kunt ook heel tevreden zijn met een tiende plaats als je tijdens een wedstrijd gewoon het beste uit jezelf hebt gehaald.’

Wat buitenstaanders als ‘verliezen’ betitelen, hoeft voor een topsporter helemaal geen negatieve ervaring te zijn. Jezelf persoonlijke doelen stellen en proberen te leren van je fouten, dat is volgens Ter Beek de kracht van topsporters. ‘Goede topsporters kunnen tegenslagen incasseren. Je kunt je maar beter op de toekomst richten en jezelf nieuwe doelen stellen.’

Maar topsporters moeten meer in huis hebben om het ver te schoppen. ‘Je moet ook van binnenuit iets heel graag goed willen beheersen’, zegt Ad Dudink. ‘Profvoetballers willen niet alleen winnen, ze willen ook heel graag goed kunnen voetballen. Plezier in het spelletje hebben, is echt noodzakelijk. Iets nog een keer, nog een keer en nog een keer willen proberen. Alleen maar willen winnen, is echt niet genoeg.’

Lang niet iedereen heeft echter de ambitie om de top te bereiken. Zo kent Ad Dudink een paar meisjes die zo goed hockeyen dat ze eigenlijk door zouden mogen naar het eerste elftal. Maar dat willen ze helemaal niet. Ze blijven liever in een minder ambitieus team waar het veel gezelliger is.

‘Dan verliezen ze wel, maar dat vinden ze helemaal niet erg. Dat zie je ook bij beginnende voetballertjes. Die genieten gewoon van het voetballen, en het kan ze niets schelen of ze met twintig-nul worden ingemaakt. Want uiteindelijk is het maar een spelletje!’

Vijf tips voor de slechte verliezer

Als je niet tegen je verlies kunt, is het handig om te proberen je in de kunst van het verliezen te bekwamen. Vijf tips:

  1. Experimenteer op een veilige manier met verliezen. Speel een spel met mensen die je vertrouwt en van wie je het niet erg zou vinden om te verliezen.
  2. Stel jezelf haalbare doelen. Ga er niet van uit dat je per se moet winnen. Zo goed mogelijk presteren kan ook een prima doel zijn.
  3. Ga na waarom verliezen voor jou zo moeilijk is. Welke gedachten heb je erbij? Denk je bijvoorbeeld dat mensen je niet meer aardig vinden als je een keer verliest? Kijk dan eens of zo’n gedachte reëel is, en stel hem bij.
  4. Probeer te leren van je verlies. Waarom ging het fout en wat kun je een volgende keer anders doen?
  5. Sta jezelf toe om te balen van je verlies, het is normaal dat je zich zo voelt. Maar stel jezelf vervolgens wel een nieuw doel: richt je op de volgende wedstrijd en probeer die te zien als een uitdaging om beter te presteren.