Zeven uur ’s ochtends. De wekker is nog niet gegaan, maar je staat al naast je bed. Je springt onder de douche en gaat even later fluitend op weg naar je werk, waar je de hele dag fris en alert bent. ’s Avonds sta je uitgebreid te kokkerellen, en na het eten strik je nog even de veters van je hardloopschoenen om een rondje te joggen. Daarna val je in een weldadige slaap om de volgende dag weer uitgerust wakker te worden.
Dit scenario vertoont vermoedelijk weinig overeenkomsten met je eigen leven. Uit onderzoek door Victor Spoormaker van de Universiteit Utrecht blijkt dat de helft van de Nederlanders bij het opstaan nog steeds moe is; 15 procent is zelfs ‘zeer moe’.
Waarschijnlijker is dus dat je ’s ochtends vroeg wakker schrikt van het schrille gepiep van de wekker, waarna je je met moeite uit bed sleept. En na een drukke dag plof je op de bank voor de televisie. ’s Avonds nog iets doen – laat staan iets sportiefs – is een utopie. Zestig procent van de Nederlanders snakt dan ook naar meer energie, laat het Utrechtse onderzoek zien. Maar hoe kom je daaraan?

Log in om verder te lezen.