We krijgen allemaal een imprint van de liefde in onze eerste jaren. En als er niets verandert, blijven we ons leven lang zoeken naar een herhaling van dat bekende gevoel – of dat nu troostend was of ronduit destructief.

TEST
Doe de test »

Hechtingsstijl test: hoe ga je om met intimiteit in de liefde?

Mijn eerste grote liefde was langer, blonder en behoudender dan ooit vertoond in onze familie, maar er was iets diep geruststellends aan de geur van zijn donkerblauwe trui als hij die lange armen om me heen sloeg.

We ontdekten samen alles wat er te ontdekken viel als de truien eenmaal uit waren, and then some. Hij was een vriend. Ik voelde me veilig en bemind.

Maar wat gebeurde dan daarna? Hoe kon ik amper twee jaar later veranderd zijn in iemand die maar weer bleef hangen tot sluitingstijd, in de hoop dat liefde nummer twee (die mijn hart brak) me na een paar biertjes teveel misschien wél mee naar huis zou nemen?

Wat verklaarde dat ik als jonge student verstrikt raakte in een serie steeds ongelukkiger verhoudingen, waarbij ik altijd degene was die meer wilde en mijn gevoel van zelfrespect langzaam verdampte?

Niet alleen je vroege jeugd bepaalt de patronen in je relaties, weten psychologen inmiddels. De ervaringen die je als zoekende adolescent of als volwassene opdoet, tellen net zo goed.

Training

Versterk je relatie

  • Leer kijken naar je relatiepatronen
  • Ontdek hoe je negatieve patronen kunt doorbreken
  • Geheel vernieuwd
Bekijk de training
Nu maar
€ 55,-

Je kunt dus groeien in de liefde, en dat is het goede nieuws – zeker voor wie niet opgroeide met het cadeau van liefhebbende ouders. Maar je kunt ook onveiliger gehecht raken. De volgende beminde had het woord ‘bindingsangst’ nog net niet op zijn voorhoofd getatoeëerd, en toch kwam er echte grote liefde van.

Liefde die in niets leek op de liefde die ik kende; vol heftige emoties en grote woorden, intense verzoeningen, avonturen op onbekend terrein. Het liep niet goed af, maar ik had het nooit willen missen. En misschien was ik er nooit gekomen als ik niet eerst zo ver van huis was geraakt.

Aan al die dingen dacht ik vanmorgen, in bed met twee van mijn eigen dochters. Een slapend met haar rug tegen me aan, de ander in het holletje van mijn arm, haar benen in een onmogelijke knoop met het dekbed. Ik kan ze niet behoeden voor kwetsuren in de liefde. Ik kan alleen maar hopen dat ze op een dag hun thuishaven herkennen.