Mannen met bindingsangst

Hebben alle mannen bindingsangst?

‘Bindingsangst kan verschillende oorzaken hebben,’ zegt psycholoog Steven Pont. ‘Vaak wordt de opvoeding genoemd. Wanneer je als kind liefde hebt leren kennen als iets dat wantrouwen of pijn betekent, kun je later bewust of onbewust nieuwe pijn vermijden. Een tweede veelvoorkomende oorzaak is slechte ervaringen in de liefde. Na grote teleurstellingen kan het moeilijk zijn om in een nieuwe relatie te stappen.’

Maar er is meer, zegt Pont. ‘Onlangs legden Zweedse ­onderzoekers een verband tussen bindingsangst bij mannen en een bepaald gen. Er is blijkbaar ook een genetische component waardoor je meer aanleg hebt voor bindingsangst. Zo’n gen alleen kan het verschijnsel natuurlijk niet verklaren. Het kan alleen je vatbaarheid ervoor wat verhogen.’

Mensen met bindingsangst hebben volgens psycholoog Jean-Pierre van de Ven een slechte balans tussen autonomie en verbondenheid. ‘In een gezonde relatie ben je met elkaar verbonden, maar houd je tegelijkertijd een eigen leven. Een man met bindingsangst hangt zijn levensdoelen op aan zijn partner. Daardoor is hij bang zijn autonomie te verliezen als hij aan een relatie begint. Het zijn mannen die zich volledig in een vrouw kunnen verliezen. Zo kan bindingsangst doorslaan in verlatingsangst.’

Niet alleen op het

gebied van relaties, ook bij een baan kan het gebrek aan autonomie een rol spelen. ‘In dat geval ís iemand zijn werk en hangt hij zijn identiteit op aan zijn baan.’ Mensen die hun bindingsangst willen verminderen, moeten zich volgens Van de Ven bewust zijn van het onderscheid tussen verbondenheid met een partner en hun leven daarnaast. ‘Blijf vooral stappen met vrienden in het weekend.’

Zijn het vooral mannen die bindingsangst hebben? Pont meent van niet: ‘Er zijn evengoed vrouwen die binding vermijden. Wel is er een groot verschil in hoe mannen en vrouwen intimiteit beleven. Mannen beleven verbondenheid vooral “zij-aan-zij”. Ze kunnen urenlang zwijgend naast elkaar biljarten en zich toch verbonden voelen. Vrouwen zoeken de intimiteit meer face-to-face, dus meer door met elkaar te praten.’ Daardoor kunnen mannen het gevoel krijgen dat vrouwen aan hen trekken, zegt Pont.

Ook de taal waarmee vrouwen over de relatie praten, schrikt mannen nogal eens af. Pont: ‘Van “Hoe voelde je je toen?” gaan hun nekharen overeind staan, terwijl ze de vraag “Wat dacht je toen?” best willen beantwoorden. Als mannen hierop reageren door zich terug te trekken, wordt dat door vrouwen al gauw bindingsangst genoemd. Maar dat is echt te simpel.’

Ook psycholoog Henk Noort vindt dat mannen vaak onterecht bindingsangst wordt verweten. Voor zijn boek Wat mannen echt willen interviewde hij zeventienhonderd mannen en vrouwen. Mannen zijn ambivalent, stelt Noort. ‘In hun eerste levensfase domineert een vrouwencultuur, bij hun moeder en op de crèche. In de puberteit maken ze zich hiervan los en worden ze man. Dit maakt de man gespleten: hij is sterk op zoek naar verbondenheid, maar krijgt er ook al gauw de kriebels van en neemt afstand. Vrouwen noemen dat bindingsangst, maar het is gewoon typisch mannelijk.’

Het ligt ook aan de tijdgeest, zegt Pont, dat mensen er tegenwoordig vaker voor terugdeinzen zich te binden. ‘De druk om je met iemand voor het leven te verbinden is afgenomen,’ verklaart hij, ‘en daardoor is er minder reden om langdurig te werken aan een relatie. Een sociologische verklaring is onze zapcultuur: als iets je niet bevalt, zap je weg.’

Dat moet niet te snel als bindingsangst worden bestempeld. ‘Allemaal worstelen we op een bepaalde manier met intimiteit,’ aldus Pont. ‘Het woord “angst” klinkt fobisch, terwijl het eerder om een “thema” gaat.’

Dat bindingsthema speelt in de ene relatie een grotere rol dan in de andere. ‘Vaak hebben partners niet even sterk de behoefte zich te binden. Daar moet je samen uitkomen. Een relatie is meer dan hartstocht: je moet ook het leven kunnen delen. Daarom is het handig een partner te zoeken die eenzelfde bindingsbehoefte heeft. Sommige mensen past het bijvoorbeeld beter om een latrelatie te hebben.’

‘Ik word bang als ik aan hoge verwachtingen moet voldoen’

Mark de Groot (32) heeft nog nooit een serieuze relatie gehad.

‘Misschien ben ik de ware nog niet tegengekomen. Is het iets mannelijks om je niet te willen binden. Voor nu vind ik het prima om alleen te zijn. Een vrouw moet wel iets toevoegen aan mijn leven. Maar misschien is dat ook gewoon een houding om mezelf te beschermen.

Vrienden doen vaak lacherig als ik weer een nieuw meisje meeneem. Ik heb veel losse contacten gehad. En als zo’n contact op een relatie begon te lijken, deed ik er alles aan om te zorgen dat het op niks uitliep. Ik werd heel kritisch en dan was ze opeens niet zo leuk en aantrekkelijk meer.

Als ik haar daardoor van me had afgestoten en ze vervolgens met een andere jongen ging, zwelgde ik in zelfmedelijden en voelde ik me diep gekwetst. Dat patroon doorzie ik inmiddels. Een volgende stap is om het anders te doen.

Ook andere verplichtingen vind ik eng. Toen ik een hypotheek moest afsluiten, kreeg ik het spaans benauwd. Mijn eerste stage was een ramp: dat ik een halfjaar lang vijf dagen per week bij hetzelfde bedrijf moest zijn ­bezorgde me een claustrofobisch gevoel. Inmiddels werk ik in een kapperszaak waar ik alle vrijheid heb.

Eigenlijk is het onzekerheid. Ik word bang als ik aan hoge verwachtingen moet voldoen. Bovendien kan ik mezelf volledig verliezen in een vrouw. Dan is het extra pijnlijk om gekwetst te worden. Echt verliefd word ik alleen op vrouwen die toch nooit voor me zullen kiezen, bijvoorbeeld omdat ze al een relatie hebben. Als ik dan teleurgesteld achterblijf, heb ik mezelf weer bevestigd in mijn gekwetste gevoel. Ja, nu heb ik dat door, maar dat heeft me veel zelfonderzoek gekost met hulp van een therapeut.’

‘Afspraken met mij zijn altijd onder voorbehoud’

Erik van Loenen (38) is allergisch voor sleur.

‘Door mijn leefwijze als schipper, en tegenwoordig als kunstenaar, ben ik altijd aantrekkelijk geweest voor vrouwen. Ik heb veel onenightstands gehad. Vaak was ik dan die ene dag of die paar uur enorm verliefd en was het moeilijk om weg te gaan. Ik stond weleens met tranen in mijn ogen op het dek. Het waren zulke lieve vrouwen.

Mijn vader werkte als kapitein bij de kustwacht. Vaak nam hij me mee en daar genoot ik van. Op zee voel ik me vrij. Jarenlang heb ik zelf als schipper gewerkt en nu woon ik op een boot.

Als kind voelde ik me erg onveilig. Mijn oppas had me misbruikt en met mijn ouders kon ik daar niet over praten. Ze ontkenden het in de hoop dat ik het zou vergeten. Lange tijd ben ik gevlucht in de drugs. Net als varen was het een mogelijkheid om te ontsnappen aan de alledaagse patronen en verwachtingen.

Twee keer heb ik een langere relatie gehad. Ik probeerde samen te wonen, maar na vier dagen bij elkaar zitten wil ik weg. Eerst is het erg gezellig, maar al gauw wordt alles sleur. Elke dag samen eten, alle vaste gewoontes. Ik kan niet tegen opgelegde gezelligheid. Afspraken met mij zijn altijd onder voorbehoud en ik heb een hekel aan verjaardagen.

Tijdens mijn eerste relatie ging ik veel vreemd. Dat kon doordat ik als schipper vaak lange tijd weg was. We waren echte maatjes, maar het voelde niet goed om als stelletje te leven. Tegenwoordig bevalt het jagen me niet meer. Ik wil graag de warmte van een vrouw, maar niet al haar verwachtingen en eisen.’

‘De vrouwen die me aantrekken, beangstigen me ook’

Johan Eigeman (50) is bang om afhankelijk te worden.

‘Juist als een vrouw me op afstand houdt, word ik verliefd. Zo heb ik me zeven jaar lang blindgestaard op een vrouw die speelde met mijn verliefdheid. Ik idealiseerde haar volledig. Blijkbaar laat ik alleen verliefde gevoelens toe als ik weet dat ze niet worden beantwoord.

Doordat ik vier oudere broers heb, was mijn moeder de enige vrouw in ons gezin. Ze moest zich groot en stoer houden. Misschien word ik daardoor wel verliefd op overheersende, dominante vrouwen. Je valt vaak op vrouwen die op je moeder lijken. Maar wat me aantrekt, beangstigt me ook. Ik ben bang om onderdanig te worden aan zo’n vrouw.

Bij mijn broers zie ik wat ik zelf niet wil: de afhankelijkheid van een partner. Problemen of niet, ze blijven hoe dan ook bij hun vrouw. Die manier van trouw is niet aan mij besteed. Liever geen relatie dan een slechte.

Van vrouwen op wie ik stapel ben, en bij wie ik misschien wel succes zou kunnen hebben, durf ik meestal geen werk te maken, dan blokkeer ik. Ik beleef mijn verliefdheid vooral op veilige afstand. Degenen met wie ik wél in zee ga, zijn vrouwen van wie ik denk: dat gaat toch niet lang duren, of: in haar zal ik me niet verliezen.

Drie keer heb ik een wat langere relatie gehad. Altijd hield ik mijn eigen woning aan als we gingen samenwonen. In plaats van dat die relaties meer verdieping kregen, schermden we ons emotioneel voor elkaar af en groeiden we steeds verder uiteen. Op dit moment zou ik graag een relatie willen, maar de terughoudendheid is er nog steeds. Dat maakt me eenzaam.’

MEER WETEN

– Test: kunt u zich binden? Hebt u moeite met intieme relaties, of hebt u gewoon wat meer tijd nodig dan anderen?

Test het op psychologiemagazine.nl. Plusabonnees kunnen op de website advies vragen aan psycholoog Steven Pont.