Genen

Elke ouder weet dat een baby op de wereld komt met een heel eigen persoonlijkheid. Aan sommige karaktertrekken kan de omgeving nog maar weinig veranderen, zegt ontwikkelingspsycholoog Marcel van Aken. Welke eigenschappen nu precies zijn aangeboren, is nog niet helemaal bekend, maar Van Aken houdt het voorlopig op de ‘Big Five’: vriendelijkheid, extraversie, openheid voor nieuwe ervaringen, emotionele stabiliteit en zorgvuldigheid.

Heeft de omgeving dan helemaal geen invloed op hoe een kind zich ontwikkelt? Toch wel, zegt Van Aken in de oratie die hij hield bij zijn aanstelling als hoogleraar Pedagogiek in Utrecht: een mens erft wel zijn genen, maar niet zijn levensloop. Door alle aandacht die er tegenwoordig is voor biologische en genetische achtergronden van gedrag, dreigt de invloed van de omgeving te worden vergeten. Ouders en leeftijdgenoten hebben dan misschien geen invloed op de persoonlijkheid zelf, maar wel op hoe die persoonlijkheid zich vertaalt in het gedrag van het kind.

Van Aken haalt een onderzoek bij apen aan: jonge apen die een genetische kwetsbaarheid hadden voor moeilijk gedrag, werden of bij een ‘goede’ moederaap geplaatst of bij een slechte moeder. De kleine aapjes gingen zich alleen moeilijk gedragen als ze door een slechte moeder werden opgevoed. Kinderen

zijn net zo: de omgeving kan al te erge apenstreken voorkomen. Waarbij ‘omgeving’ volgens Van Aken breed moet worden opgevat, als een continue beïnvloeding van ouders, leeftijdgenoten, crècheleiders en onderwijzers. Zoals het gezegde luidt: ‘It takes a village to raise a child.’ (HP)

Ontwikkeling in relaties, oratie Universiteit Utrecht, 15 maart 2002