Je leert hoe je kunt ontdekken of iemand liegt.

Bijvoorbeeld door een infraroodcamera te gebruiken. Dan kun je zien of de neus warmer is dan de rest van het gezicht. Het Pinokkio-effect bestaat dus echt. En anders dan je misschien denkt, gaan leugenaars niet nerveus friemelen. Ze zitten juist doodstil en kijken je eerder te strak aan dan dat ze van je wegkijken. Ze gebruiken afstandelijke en formele taal en emoties lijken te ontbreken.

Leugenaars ontmaskerd

Gemiddeld elke drie minuten worden we voorgelogen. En we dénken wel dat we al die kleine en grote o...

Lees verder

Je krijgt gevoel voor nuances in leugens.

Mensen kunnen liegen om zich beter voor te doen, maar ook om anderen gezichtsverlies te besparen. Het gaat uiteindelijk om de intentie. Je eigen voordeel nastreven, ongeacht de schade voor een ander, deugt natuurlijk niet. Maar zeggen dat iemands haar leuk zit, ook al meen je dat niet, kan diegene wel een fijne dag bezorgen.

Je leert hoe liegen kinderen slimmer maakt.

Zodra kinderen het perspectief van hun ouder gaan begrijpen, zijn ze in staat tot liegen. Daarvoor moeten ze leren het ware verhaal en het verzonnen verhaal uit elkaar te houden: een belangrijke vaardigheid in het leven. Om dat vermogen te oefenen, hoef je ze natuurlijk niet te stimuleren om te liegen, maar kun je bijvoorbeeld wel de ‘Monopoly Valsspelers Editie’ met ze spelen: wie een valsspeelkaart trekt, mag liegen en bedriegen, en het is aan de medespelers om valsspelers te betrappen.

Annemiek van Kessel, Wat zit je haar goed! 69 vragen over liegen en leugens, De Kring, € 17,50