Op een schaal van 0 tot 10: hoe gelukkig was uw jeugd? ‘Het slingert tussen een 3 en een 9. Dat eerste cijfer geeft aan dat mijn jeugd chaotisch was, met hevige pijnpunten. Acht maanden voor mijn geboorte verongelukte een broertje, met veel onuitgesproken verdriet als gevolg. Toen ik een jaar of tien was, ging de gezondheid van mijn moeder hard achteruit. Ze was een zware rookster, kreeg ernstig last van haar longen en werd een paar keer opgenomen in een sanatorium. Ze raakte ook depressief. Rond diezelfde tijd kreeg mijn geestelijk gehandicapte broer paniek- en woedeaanvallen. Het is heel beangstigend om als kind te zien dat volwassenen de grip op hun leven verliezen. Later, op de middelbare school, heb ik ook nog een tijd anorexia gehad… Die 9 geef ik omdat er bij ons thuis ook ontzettend veel gelachen werd. Het was er sfeervol en gezellig. Wij hadden altijd de grootste feesten en verrukkelijk eten.’

In wat voor gezin groeide u op? ‘Mijn vader had gymnasium gedaan en wilde priester worden, maar in de oorlog trouwde hij. Toen hij zijn eerste vrouw verliet, werd hij uit het bedrijf van zijn schoonfamilie gezet. Daarna werkte hij op kantoor en maakte langzaam carrière. Maar in wezen was hij kunstschilder. Ons hele huis hing vol met zijn doeken. Mijn moeder kwam uit een sociaal zwak milieu. Ze was huisvrouw, slim en echt een opvallend mooie verschijning. Allebei mijn ouders waren al eens gescheiden en dat vond men destijds een grote schande. Daardoor voelden ze zich buitenstaanders. Dit versterkte het clangevoel binnen ons gezin. We mochten dan een aanmodderend kluitje mensen zijn, we waren toch maar mooi de Uphoffen.’

Wanneer kwam de eerste zoen? ‘Toen ik ongeveer acht was, van Martin van de Gugten. Hij was het zoontje van de hoofdmeester en opende soms het schoolhek als wij er na de middagpauze voor stonden te wachten. Op een dag liet-ie alleen mij binnen en kreeg ik een zoen. Ik was best eerzuchtig, dus al die aandacht vond ik heel strelend.’

Wat leerde u van uw ouders? ‘Ik heb humor en relativeringsvermogen van ze gekregen. Echt een groot geschenk. Ook heb ik geleerd dat niet alles beheersbaar is en dat je je moet blijven ontwikkelen. Hun belangrijkste les was dat de relaties in je leven nooit af zijn. Je kunt enorm botsen, maar als je van elkaar houdt, is dat nog geen reden om het contact te verbreken.’

En wat doet u absoluut anders? ‘Heel veel. Maar ik weet dat dit komt doordat ik onder totaal andere omstandigheden leef dan zij. Ik kan niet zeggen hoe ik zou hebben gereageerd als ik destijds in hun schoenen had gestaan.’

Hoe vaak ziet u uw familie nog? ‘Met een broer en twee halfzussen heb ik eigenlijk nooit meer contact, mijn jongste broer en zus zie ik vaak. Onze vader stierf in 2001, moeder vier jaar later. Tot op het laatst zijn ze zich blijven ontwikkelen, ook in de relatie met hun kinderen. Veel werd bespreekbaar. Zeker na de geboorte van mijn dochter, twintig jaar geleden, werd het contact met mijn ouders veel beter. Ik kwam een beetje uit mijn kindrol toen ik zelf moeder werd, had ineens niet meer zoveel te verhapstukken met mijn ouders.’sharon klein

– Geboortedatum: 20 december 1962

– Groeide op in: Utrecht

– Gezinssamenstelling: elfde in een gezin met dertien kinderen. Vader bracht vijf ­kinderen mee uit een eerder huwelijk, moeder twee.[/wpgpremiumcontent]