Veel ouders zouden van hun stoel vallen van verbazing als hun opstandige puber zondagochtend uit zichzelf de afwas gaat doen terwijl dat niet eens op zijn takenlijstje staat.

‘Kinderen opvoeden mag best makkelijk zijn’

Ouders werken te hard aan de toekomst van hun kinderen. Al dat geploeter is zinloos, vindt psycholoo...

Lees verder

Als hun zesjarige dochter een voltallige maaltijd op tafel zet en haar broertje helpt met aankleden, in haar eentje.

Of als hun peuter zonder driftbui mee boodschappen gaat doen, en überhaupt weinig last heeft van dwarse buien. Toch is dat in veel inheemse gemeenschappen heel normaal, ontdekte journalist en scheikundige Michaeleen Doucleff.

Samen met haar dochtertje Rosy (3) trok ze de wereld rond omdat ze een betere moeder wilde zijn. Doucleff had geen idee hoe ze haar driftige peuter, met wie ze over de kleinste dingen strijd had, moest aanpakken. Nog nooit was ze zo slecht in iets geweest waar ze heel graag goed in wilde zijn.

Ze bezocht de Maya’s in Mexico, de Inuit in Canada en de Hadzabe’s in Tanzania, omdat deze stammen diepgewortelde opvoedtradities hebben die al duizenden jaren van de ene generatie op de andere worden doorgegeven.

Ze logeerde bij gezinnen, sprak met psychologen en neurowetenschappers en leerde alles over de opvoedstrategieën in deze culturen. Over haar bevindingen schreef ze het boek Jagen, verzamelen, opvoeden.

Doucleff: ‘De gezinnen zijn net zo modern als jij en ik. Ze hebben smartphones, kijken op Facebook en volgen CSI. Kinderen eten Froot Loops voor het ontbijt en houden van Frozen. Ook daar haasten volwassenen zich ’s ochtends om hun kinderen klaar te maken voor school.

Maar ze varen niet zoals veel westerse ouders op “Dr. Google” en hippe opvoedtrends.’ Toch zijn de kinderen daar opvallend behulpzaam, zelfverzekerd en emotioneel stabiel. Hoe komt dat?

1. Waarom Maya-kinderen zonder morren meehelpen in huis

Kinderen uit de Maya-gemeenschap in Mexico doen heel veel klusjes. Ze helpen met het bereiden van maaltijden, doen de was en zorgen voor oudere familieleden en broertjes en zusjes, schrijft Doucleff. Bovendien doen ze dat vrijwillig: ze nemen zelf initiatief en vinden het nog leuk ook.

Terwijl Mexicaanse kinderen die een meer westerse opvoeding krijgen doordat ze al generaties lang in de stad wonen en amper nog een band hebben met de inheemse gemeenschappen, nooit initiatief nemen in het huishouden, blijkt uit onderzoek van hoogleraar psychologie Lucía Alcalá van de California State universiteit.

Volgens Alcalá brengen de Maya-ouders hun kinderen een vaardigheid bij die veel ingewikkelder is dan weten hoe je de afwas moet doen.

Ze leren hun kinderen om aandacht te besteden aan hun omgeving, om te zien wanneer een specifiek klusje moet worden gedaan. Deze vaardigheid is zo’n belangrijke waarde dat de Maya’s er een term voor hebben: acomedido.’

Een beetje meer acomedido in de opvoeding: Kinderen hebben een aangeboren behoefte om te helpen, blijkt uit onderzoek van het Max Planck Instituut.

Als peuters zien dat een onderzoeker ergens niet bij kan of zijn handen vol heeft, schieten ze te hulp zonder daar iets voor terug te willen. Maar wat doen veel westerse ouders als hun kind wil helpen?

We zeggen: “Ga maar spelen”, of geven het een tablet terwijl wij schoonmaken, want dat gaat sneller en het wordt grondiger gedaan. Maar daarmee zeggen we eigenlijk: jij hoeft niet op te letten, jij hoeft niet te helpen. Zonder dat we het in de gaten hebben, smoren we hulpvaardigheid in de kiem.

Maya-ouders doen het tegenovergestelde: ze dragen taken over aan de minst vaardige gezinsleden. Laat je kinderen dus al van jongs af aan oefenen met schoonmaken, koken en stofzuigen. Neem de tijd – het is een investering die zich later dubbel en dwars terugverdient.

2. Waarom Inuit-kinderen zich nooit misdragen

Tijdens haar bezoek aan de Inuit in Noord-Canada viel het Doucleff op hoe rustig de kinderen daar zijn. Ze zeuren niet en hebben minder driftbuien dan westerse kinderen. Natuurlijk zijn ze weleens driftig, maar hun ouders beschouwen dat niet als een misdraging en worden daarom ook niet boos.

TEST
Doe de test »

Test opvoedstijlen: wat kenmerkt jouw manier van opvoeden?

Doucleff interviewde meer dan honderd Inuit-ouders en leerde dat ze hun kinderen niet alleen ongelooflijk liefhebbend, maar vooral uitermate kalm opvoeden. Hun gouden regel: schreeuw nooit tegen een kind. Dus wat er ook gebeurt, Inuit-ouders verheffen nooit hun stem en geven geen straf, zelfs geen time-out, aldus Goota Jaw, die lesgeeft in traditioneel Inuit-opvoeden aan het Nunavut Arctic College.

Als ouders rustig blijven, nemen kinderen dat over. Klinisch psycholoog Laura Markham, auteur van Ontspannen ouders, blije kinderen, denkt dat westerse ouders veel van deze kalme opvoedstijl kunnen leren.

‘Vaak zeggen ouders dat hun kind pas luistert als zij hun stem verheffen. Maar als je je stem moet verheffen om je kind te laten luisteren, dan zul je dat altijd moeten doen.’ Bovendien leren kinderen daardoor dat ze problemen moeten oplossen door te schreeuwen.

Een beetje meer Inuit in de opvoeding: Voel je woede of frustratie opborrelen, loop dan naar een andere kamer tot de onrust is verdwenen en je op een rustige toon met je kind kunt praten. Wat ook helpt, is het wangedrag van je kind door een andere bril te bekijken.

In westerse culturen denken ouders soms dat hun kinderen bewust het bloed onder hun nagels vandaan halen of zelfs manipulatief zijn. Inuit-ouders vatten wangedrag niet persoonlijk op, maar zien het als iets wat bij kinderen hoort. Jonge kinderen moeten nog leren hoe ze zich moeten gedragen en ouders moeten het emotioneel stabiele voorbeeld geven.

3. Waarom Maya-kinderen zichzelf altijd vermaken

Doordat ze niet continu gestimuleerd worden door hun ouders, hebben Maya-kinderen geleerd zichzelf te vermaken en vervelen ze zich bijna nooit.

Volgens Suzanne Gaskins, die als psychologisch antropoloog van de Northeastern Illinois universiteit in Chicago al meer dan veertig jaar de Maya-opvoedstijl bestudeert, bieden deze ouders geen eindeloze stroom aan tv-series en speelgoed om hun kinderen bezig te houden.

In plaats daarvan betrekken ze hun kinderen bij activiteiten van volwassenen: dieren voeren, koken, fietsen repareren, vruchten plukken. Deze verrijkende bezigheden geven de kinderen het amusement dat ze nodig hebben; ze leren en groeien erdoor.

Volgens hoogleraar psychologie Alison Gopnik, auteur van De opvoedparadox, is het zeer leerzaam voor een kind om betrokken te worden bij hoe je als ouder zelf leeft. Laat het dus vooral meedoen en zelf in de pan roeren, is ook haar advies.

Dat betekent overigens niet dat je kind niet meer vrij mag spelen, want ook dat is leerzaam. Maar je hoeft het niet continu te entertainen en je schuldig te voelen als je een keer niet naar de speeltuin kunt. En dat geeft rust.

‘In plaats van talloze kindgerichte activiteiten te moeten plannen, betalen en eraan deel te nemen, kunnen ouders hun normale leven leiden, terwijl de kinderen meedoen en ondertussen leren,’ aldus Doucleff.

Een beetje meer Maya in de opvoeding: Probeer je kind niet continu te vermaken. Doe gewoon wat je wilt doen, en laat je kind meedoen als het interesse heeft. Negeer het als je kind zich verveelt, hij vindt heus wel een manier om zichzelf te vermaken.

Nog een goede tip: maak van zaterdag of zondag een gezinslidmaatschapsdag. Doucleff: ‘Op deze dag wordt iedereen uitgenodigd om aan activiteiten mee te doen die voor alle leeftijden leuk zijn.

Vervang kindgerichte activiteiten (binnenspeeltuinen, tv-programma’s) door gezinsgerichte volwassen activiteiten. Doe klusjes in huis of in de tuin, ga samen boodschappen doen, houd een picknick en betrek je kinderen bij het organiseren ervan.’

4. Waarom kinderen uit Tanzania veel zelfvertrouwen hebben

Kinderen van de Hadzabe-stam in Tanzania staan geestelijk sterk in hun schoenen, ontdekte Doucleff tijdens haar bezoek. Hun geheim: de kinderen hebben veel autonomie waardoor ze zelfvertrouwen ontwikkelen.

Psycholoog Sheina Lew-Levy van de Universiteit van Cambridge deed onderzoek binnen de vergelijkbare Afrikaanse Bayaka-stam.

Ze stelde vast dat Bayaka-ouders hun kinderen slechts drie simpele bevelen per uur geven, die veelal gezinsgericht zijn: houd deze beker even vast, help je broertje met zijn veters strikken.

Training

Training Positief opvoeden voor puberouders

  • Positief contact maken met je kind
  • Omgaan met je eigen emoties én die van je kind
  • Afspraken maken en grenzen stellen
Bekijk de training
Nu maar
€ 79,-

Bij alles wat kinderen doen krijgen ze de ruimte om het zelf uit te zoeken en op te lossen. Ouders geven ze daarmee vertrouwen (jij kan dit), waardoor kinderen ook vertrouwen in zichzelf krijgen.

Als een kind iets doet wat niet mag of wat gevaarlijk is, wordt het daar op een subtiele manier aan herinnerd, waardoor het nog steeds een gevoel van controle ervaart en zich niet gecommandeerd voelt. Ouders zeggen bijvoorbeeld niet: “Afblijven”, maar: “Het doet pijn als je daar aankomt.”

Westerse kinderen hebben door een strak rooster vaak minder controle over hun eigen leven. Ook krijgen sommigen aan de lopende band sturing en bevelen (veeg je mond af, pas op met oversteken, stop met huilen), waardoor ze weinig autonomie en controle ervaren.

Dat Tanzaniaanse ouders hun kinderen de ruimte geven, betekent overigens niet dat ze niet opletten. Doucleff: ‘Er is altijd iemand die een oogje in het zeil houdt. Als een kind naar de winkel moet, sturen ouders er soms een broer of zus achteraan. Die blijft uit het zicht zodat het jongere kind het gevoel heeft dat het zelfstandig boodschappen doet.’

Een beetje meer Tanzania in je opvoeding: Vertel je kind niet continu wat het moet doen en schiet niet steeds te hulp, want dat ondermijnt zijn zelfvertrouwen. Wees geen helikopterouder, maar laat het zelf dingen ontdekken en uitproberen.

Als een kind iets kan zonder hulp, dan ontwikkelt het zelfvertrouwen en veerkracht. Kijk van een afstandje toe en vorm een onzichtbaar vangnet, adviseert Doucleff. Schiet je kind pas te hulp als er een serieus gevaar op de loer ligt.

5. Waarom kinderen in Tanzania en op de Filipijnen vanzelfsprekend voor elkaar zorgen

Het haar van je zusje vlechten, je babybroertje helpen met eten; in de Hadzabe-stam in Tanzania en de vergelijkbare Aeta-pygmeeënstam op de Filipijnen is het heel normaal dat broertjes en zusjes voor elkaar zorgen.

Volgens antropoloog Abigail Page, die een groep Aeta-kinderen volgde, neemt de moeder zo’n 20 procent van de zorg voor haar kinderen op zich. Een kwart wordt gedaan door broertjes en zusjes, en de overige 55 procent door andere mede-opvoeders: vaders, tantes, ooms, buren.

Mede-opvoeden is een van de belangrijkste redenen geweest waarom onze soort en voorouders wisten te overleven, denkt primatoloog Sarah Blaffer Hrdy die dat principe bij apen bestudeerde.

Bij de Hadzabe- en de Aeta-stam zitten deze patronen zo diep verankerd in de cultuur dat kinderen ze vanzelf overnemen. Ze zien het bij anderen, bootsen het na en krijgen daar ook de ruimte voor.

Volgens Page zijn kinderen goede leraren. Ze hebben meer energie en zitten qua vaardigheden en interesses dichter in de buurt van een jonger kind. Ook psycholoog Sheina Lew-Levy denkt dat we onderschatten wat kinderen van elkaar kunnen leren.

Uit een van haar studies blijkt dat kinderen vanaf vier jaar veel vaker iets leren van een ouder kind dan van hun ouders. Ook zijn mede-mini-opvoeders een enorme bron van liefde en steun: deze nauwe relatie geeft een jonger kind veel vertrouwen, wat het weer projecteert op de wereld, aldus Lew-Levy.

Een beetje meer Afrikaanse en Filipijnse invloeden in je opvoeding: ‘Vraag een oudere broer of zus om op een jonger kind te letten. Begin daarmee rond het derde of vierde jaar,’ schrijft Doucleff. Op die leeftijd willen kinderen graag helpen.

‘Creëer gelegenheden om te oefenen. Zeg tegen je kind dat hij of zij verantwoordelijk is voor de baby en “de grote jongen of grote meid” moet zijn.’ Uiteraard kijk je wel zelf op de achtergrond mee en geef je het kind de verantwoordelijkheid die bij zijn leeftijd past.

Bronnen: M. Doucleff, Jagen, verzamelen, opvoeden. Wat we van oude culturen kunnen leren over het opvoeden van blije en behulpzame kinderen, Lev., 2021 / A. Gopnik, De opvoedparadox. Over de ouder als tuinman of timmerman, Nieuwezijds, 2017