Bijna de helft van de mensen is banger voor spreken in het openbaar dan voor hun stervensuur, zo blijkt uit onderzoek. En wat mij betreft klopt dat: de dood is ver weg, maar met speeches heb ik regelmatig te maken. Met de bijbehorende spookbeelden: verveelde, geeuwende toehoorders, geschuifel, gekuch, gedraai op stoelen. Maar volgens trainer Rik Ringers draait het gewoon om een goede voorbereiding die je kort kunt samenvatten: oefenen, oefenen, oefenen; schrijf steekwoorden op kaartjes en houd die in je hand bij het praten. Dat zijn eigenlijk de belangrijkste adviezen van de cursus ‘Succesvol presenteren’.

Dat voorbereiden en oefenen het alfa en het omega van presenteren zijn, wist ik eigenlijk al. Mijn laatste speech heb ik van tevoren drie keer hardop uitgesproken: een keer tegenover mijn hond als aandachtig publiek, een keer aan tafel voor mijn huisgenoten en nog een keer hardop in de auto, voordat ik moest speechen. En die speech ging goed.

We zijn met ons zessen: drie mannen uit het bedrijfsleven, een vrouw uit de kinderopvang, een studente personeelwetenschappen, en ik. Om beurten houden we een korte presentatie van een minuut of tien, met achteraf gelegenheid tot het stellen van vragen. Na afloop vraagt Rik Ringers wat we er zelf van vonden. Bijna allemaal zeggen we van onszelf dat het niet zo geweldig was gegaan, dat we erg nerveus waren, dat we allerlei fouten hebben gemaakt. ‘En wat vond de rest ervan?’, wil Ringers weten. De toehoorders hebben genoteerd: ‘Vakman die weet waarover het gaat.’ ‘Straalt zelfvertrouwen uit.’

Ook ik vind het doodeng om voor dat kleine clubje mensen te staan, maar de feedback die ik van de anderen krijg, is: ‘Ontspannen.’ ‘Kan goed praten.’ ‘Boeiende inhoud, authentieke presentatie.’ De videobeelden die we terugzien, bevestigen het. Je weet zelf blijkbaar niet hoe je overkomt op het publiek. Je toehoorders zien niet hoe nerveus je bent, merken niet dat je onderwerpen omwisselt of vergeet. ‘Weet je wie wel merken dat je zenuwachtig bent?’, vraagt Ringers. ‘Je dierbaren, de mensen die je heel goed kennen. Maar vreemden zien dat niet.’ Dat geeft de burger moed en daarom gaat het ook in deze tweedaagse cursus.

Je leert echt van elkaar, valt me op. De meesten zeggen bijvoorbeeld na afloop van hun speech: ‘Zijn er nog vragen?’ Dat woordje ‘nog’ kun je beter weglaten, leren we en inderdaad, als er ten slotte een cursist is die dat heeft onthouden en zegt ‘Zijn er vragen?’, horen we allemaal hoeveel steviger dat klinkt. De man van Miele presenteert vervolgens met zoveel vuur de nieuwe lijn stofzuigers voor dit najaar, dat ik ter plaatse val voor een exemplaar met rode rozen op zijn bast.

De nuttige tips vliegen ons om de oren: vraag of de spreker die jou inleidt zich wil beperken tot je naam, functie en het onderwerp. Zo voorkom je dat hij het gras voor je voeten wegmaait. Drink geen koolzuurhoudende drank van tevoren, ter voorkoming van gênant boeren. Kondig aan dat je de tekst digitaal kunt sturen naar mensen die dat willen en dat ze dan hun visitekaartje bij je moeten inleveren. Denk niet aan je publiek als een groep, maar als een verzameling geïnteresseerde individuen. Informeer van tevoren tegen welke kleur achtergrond je zult staan praten, zodat je je daarop kunt kleden. Wacht bij onderbrekingen tot de rust is weergekeerd. Je zou bijna wensen dat je binnenkort weer eens moet speechen.[/wpgpremiumcontent]