Zeven spreekwoorden doorgelicht

TWEE GELOVEN OP EEN KUSSEN, DAAR SLAAPT DE DUIVEL TUSSEN

Waar

In Amerikaans onderzoek is geen sterk effect gevonden van godsdienstverschillen op de huwelijksstabiliteit. Maar als dat effect er is, dan is het inderdaad vaak negatief. Ook in Nederland werd onderzoek gedaan naar de vraag of huwelijken eerder op een scheiding uitlopen wanneer de partners niet dezelfde godsdienst hebben. Daartoe werd van alle tussen 1974 en 1984 gesloten huwelijken nagegaan of deze in 1994 al dan niet waren uitgelopen op een scheiding. De onderzoeksresultaten laten zien dat echtparen met een verschillende godsdienst inderdaad een grotere echtscheidingskans hebben dan homogene paren. De scheidingskans is het grootst bij een huwelijk tussen een kerkelijk persoon en een niet-kerkelijke partner. Daarnaast lopen gemengde huwelijken tussen twee kerkelijke personen uit de drie grootste confessionele groepen in Nederland (katholieken, Nederlands hervormden en gereformeerden) een verhoogde kans op echtscheiding.

Maar onkerkelijken hebben de grootste scheidingskans: 15,6% scheidt binnen tien jaar. De kans op echtscheiding ligt het laagst bij de drie grootste kerkelijke groeperingen. Van deze drie groepen gaan de homogaam katholieken het vaakst uit elkaar (10,1% binnen tien jaar), gevolgd door de hervormden (8%). Van de homogaam gereformeerde huwelijken sneuvelt slechts 5,4%.

EEN GOEDE HAAN DIE WORDT NIET VET

Dubieus

Blijft

Log in om verder te lezen.