‘Dit voorjaar kwam Sankale voor het eerst naar Nederland om kennis te maken met mijn familie en vrienden en zelf te ervaren hoe het leven hier is. Hij vond het onvoorstelbaar dat ik de mensen in mijn straat niet allemaal kende, het stemde hem triest dat we elkaar vaak niet eens begroetten. Hij zag de mensen rennen en haasten, vaak met een telefoon onder hun neus. Ik bezocht een boerderij met hem, zodat hij kon zien hoe onze koeien leven. Maar hij vond het vreselijk dat ze met een machine worden gemolken en meestal op stal staan. Hij verbaasde zich over de onherkenbare stukken vlees in de supermarkt, en over mensen die achter hun laptop eten uit een plastic bak. Sankale vindt dat we de verbinding met de aarde en de natuur zijn verloren.

Het contrast met Afrika is inderdaad enorm. Toen ik in 2001 voor het eerst drie maanden naar Tanzania ging voor een studieopdracht, was ik niet alleen onder de indruk van de enorme uitgestrektheid en de ongerepte natuur, maar vooral ook van de gastvrijheid. Hoe arm mensen ook zijn, ze serveren je met een gulle lach een kopje thee met melk en veel suiker. De mensen zijn volkomen zichzelf, ze nemen de tijd en genieten van het moment. Ik merkte dat ik ontspande, veel meer dan in Nederland. Na mijn studie keerde ik terug naar Oost-Afrika voor ontwikkelingswerk en ging steeds meer van die pure, warme wereld houden.’

Training

Leer loslaten

  • Leer accepteren i.p.v. vechten
  • Leer de controle los te laten
  • Leer te leven volgens je waarden
bekijk de training
Nu maar
€ 75,-

Alles tegelijk

‘In 2010 besloot ik een reisorganisatie op te richten, gespecialiseerd in het oosten van Afrika. Daarnaast importeerde ik Afrikaanse producten die ik verkocht op markten, en ik werkte parttime in het bedrijf van mijn vader. Ik reisde voortdurend heen en weer tussen Afrika en Nederland, en was met honderd dingen tegelijk bezig: een webshop, productontwerp, lokale productie, marketing voor mijn reizen, accommodaties bezoeken en tochten uitstippelen in Kenia en Tanzania…
Ik was ambitieus en genoot ervan om nieuwe dingen op te pakken, maar kon wel moeilijk focussen. Ik wilde te veel tegelijk.
Langzaam brandde ik op, er kwam steeds minder uit mijn handen. Na vier jaar keihard werken lukte het niet eens meer om een simpele e-mail te schrijven. Ik was volledig verwijderd geraakt van alles waar het me oorspronkelijk om was begonnen: genieten van al het moois dat Afrika te bieden had en dit delen met anderen.’

Echte gesprekken

‘Ook tijdens mijn burn-out voelde ik me in Afrika beter dan thuis. Toen ik langzaam wat opknapte, bezocht ik de Masai in Kenia. Hun dagelijks leven is fysiek zwaar: water halen, kilometers lopen om de koeien en geiten te laten grazen, brandhout sjouwen, kleding wassen in de rivier. Ze wonen met grote gezinnen in kleine hutjes, zonder tafel, stoelen, strijkplank of stofzuiger – er zijn alleen houten bedjes met een gespannen koeienvel als matras.
Waarom waren zij ondanks hun primitieve levensstijl zo energiek en positief? Ze moesten veel harder werken, maar waren stukken fitter en meer ontspannen dan ik. Ze hadden altijd tijd voor een gesprek met elkaar – een écht gesprek, waarin ze ook problemen deelden en samen zochten naar oplossingen. Ik begon te beseffen dat onze westerse maatschappij er beperkte normen op nahoudt voor succes en geluk: een eigen huis, een mooie auto, gin-tonic drinken in hippe bars – ook ik had er veel energie in gestoken, maar wat leverde het me eigenlijk op?
Op een gegeven moment maakte ik een belangrijke keuze. Ik stopte met de import van lokale producten en met werken voor het bedrijf van mijn vader, en koos voor één ding. Voortaan wilde ik alleen nog maatwerk-reizen samenstellen, met name voor mensen die geïnteresseerd zijn in reizen buiten de gebaande paden. Het delen van ervaringen werd mijn doel en kleinschaligheid stond daarbij voorop.’

Stamhoofd

‘Door die keuze viel een last van mijn schouders en kwam mijn energie weer terug. Ik begon nieuwe tochten uit te zetten en ging op zoek naar ongerepte gebieden, weg van het massatoerisme. Zo kwam ik in de Loita Hills, waar vrijwel geen toeristen komen. Daar leerde ik Sankale kennen, hij was natuurgids. We gingen samenwerken en ik bezocht hem regelmatig in het dorp waarvan hij stamhoofd is. Gelukkig sprak hij Engels, dat had hij geleerd van de bisschop die een schooltje in zijn dorp had gesticht. Ik genoot van onze gesprekken, waarin ik hem ook vertelde over mijn persoonlijke zoektocht. Hij had geen idee wat ik bedoelde toen ik hem vertelde over de stress en continue prestatiedruk in de westerse wereld. Hij begreep het hele concept niet en had geen idee hoe het moest voelen om gestrest te zijn. De Masai richten hun aandacht alleen op wat er die dag moet gebeuren en nemen vervolgens de tijd om op te laden voor de volgende dag. Door dat simpele, natuurlijke ritme barsten ze van de energie.
Sankale werd een spiegel voor me, hij is veel kalmer, geduldiger en beter in balans dan ik. Door hem ging ik inzien hoeveel spanning ik nog altijd bij me droeg. Je energie alleen steken in wat echt belangrijk is, tevreden zijn met wat er is; dat heb ik echt van hem geleerd.’

Eenzaam bestaan

‘De Masai zijn trots op hun eenvoudige, vredige manier van leven. Ze zouden ook naar de stad kunnen trekken, zoals veel inheemse volken hebben gedaan, maar dat willen ze niet. Wat wij zien als luxe, zien zij als totaal overbodig. Onze voorzieningen – verwarming, auto’s, computers, supermarkten – hebben ons lui en zwak gemaakt. De moderne mens gebruikt zijn lichaam niet meer en hij zorgt er nog slecht voor ook. Wat wij zien als verwennerij – een broodje hamburger, een snack uit de muur – zouden zij hun lichaam nooit aandoen. Ze eten alleen honderd procent natuurlijk voedsel; voornamelijk melk en vlees, met daarnaast groente en fruit. Zo blijven ze fit en gezond.
En ze koesteren de hechte banden binnen hun stam, ze zouden nooit kiezen voor een eenzaam bestaan in onze individualistische wereld.
Volgens Sankale zijn wij in het Westen verstrikt geraakt in een race om individueel succes. Wij vinden dat we alles zelf moeten hebben en kunnen, in plaats van dat we elkaars bezittingen en talenten gebruiken om het collectief verder te helpen. Wij vinden het een zwakte om op iemand te moeten leunen, terwijl het juist zo’n rijkdom is om dat te mógen.
Ik ben gaan inzien dat een leven in eenvoud allesbehalve armoedig is, het is zoveel zorgelozer zonder veel bezittingen.
De Masai dragen altijd dezelfde rode doeken, suka’s genaamd, en wassen ze een keer per week met de hand. Ook ik draag daar gerust drie dagen dezelfde kleding, aan make-up denk ik niet eens meer. Maar ik mis wel de variatie in eten als ik in Afrika ben, en ik kan snakken naar lekker vers brood of chocolade. Gemiddeld een keer per week rijd ik naar de stad, in een uurtje, waar ik wat meer groente en fruit kan kopen. Dan trakteer ik mezelf op een cappuccino en een reep chocola.’

Gnoes in galop

‘Sankale en ik werden verliefd, we wonen nu samen in Kenia. Omdat Sankale stamhoofd is en veel land bezit, heeft hij een ruim huis kunnen bouwen met een werkplek voor mij. Onze toilet en douche zijn buiten, in de open lucht, en we halen heerlijk warm water uit de hot springs. We koken op hout of gas en met wat zonnepanelen kunnen we de telefoons en laptops opladen die we nodig hebben om te communiceren met gasten. We hebben net genoeg bereik. We worden blij van de grazende geitjes met hun ringelende bellen rondom ons huis, de zebra’s en de gnoes die in galop voorbijtrekken in de verte en de huilende hyena’s bij het kampvuur.
Ondanks de enorme cultuurverschillen begrijpen Sankale en ik elkaar, en we vullen elkaar goed aan. Maar een Masai-vrouw zal ik nooit worden. Ik heb de kans gehad om te studeren en zette een reisorganisatie op; ik kies er niet voor om door de bush te trekken met een bos hout of veertig liter water op mijn hoofd. Sankale respecteert dat. Hij is trots op hoe ik mijn bedrijf run en ondersteunt mij waar nodig. Misschien zullen we ooit trouwen en kinderen krijgen, maar daar zijn we nu nog niet mee bezig.
Samen organiseren we nu bush-expedities. We laten toeristen ervaren wat het betekent om te leven als een Masai-nomade, weg van alle hectiek. De natuur geeft ons alles wat we nodig hebben: water en voedsel, vuur om ons warm te houden en te koken, ontsmettende kruiden die de tanden reinigen, zachte en geurige bladeren om de billen mee af te vegen.
Na een paar dagen in de wildernis zie je mensen veranderen. Dan doet het er niet meer toe dat ze een paar dagen niet kunnen douchen. Dan zien ze de Masai niet langer als magere mensen in vreemde, rode doeken, maar als een oersterk en gelukkig volk. Als dat gebeurt, geeft het mij enorm veel voldoening. In Nederland hoor je dat steeds meer mensen op zoek zijn naar meer balans en zingeving. Ze willen geen slaaf meer zijn van hun werk, telefoon, sociale verplichtingen en materiële wensenlijst. In de bush kom je vanzelf weer in verbinding met de natuur en jezelf. Het leven is helemaal niet kort, zoals veel mensen roepen. Als je alleen energie steekt in de dingen die écht van waarde zijn, dan is het leven lang genoeg.’

Waarom ‘oer’ zo goed voelt

In welvarende, westerse landen is een alarmerende stijging te zien van het aantal gevallen van depressie, burn-out, angststoornissen, zelfmoord, eenzaamheid en slapeloosheid, signaleren wetenschappers. Dat zou te maken hebben met de manier waarop we onze dagen invullen. Ons moderne leven wringt met onze biologische ‘instellingen’, blijkt uit allerlei onderzoek. Miljoenen jaren lang leefden wij mensen allemaal min of meer zoals de Masai, als jager-verzamelaars. Pas tienduizend jaar geleden werd de landbouw geïntroduceerd en vestigden we ons steeds meer op vaste plekken. Auto’s, koelkasten en smartphones zijn uitvindingen van de afgelopen honderd jaar. Ons lichaam en onze hersenstructuren zijn nog niet aangepast aan deze relatief nieuwe leefstijl.
Een jager-verzamelaar leefde buiten en vond daar wat hij nodig had. Vandaar dat de natuur – lees: waar voedsel en water te vinden is – onze hersenen nog altijd geruststelt. Uit onderzoek blijkt bijvoorbeeld dat een boswandeling van 15 minuten de hoeveelheid stresshormonen al vermindert. Ook uitzicht op groen, kamerplanten, zelfs als ze nep zijn, en natuurfilmpjes werken kalmerend.
Jager-verzamelaars spendeerden maar ongeveer twintig uur per week aan dingen die nodig waren om in leven te blijven, de rest van de tijd ontspanden ze, stelt evolutionair psycholoog Mark van Vugt. Hij denkt dan ook dat wij ons beter zouden voelen bij minder werken. ‘Twintig uur per week zou de norm moeten zijn.’
Maar wat we het meest missen in ons huidige bestaan, is het leven in stamverband, betoogt journalist Sebastian Junger in zijn bestseller Tribe. Talloze onderzoeken ondersteunen zijn bewering: de mens is een groepsdier. Vandaar dat het ons een goed gevoel kan geven als we tijd doorbrengen met vrienden en familie, investeren in contacten in de buurt of ons huis of auto delen met volledig onbekenden.

Masai-stamhoofd Sankale:
”Ik zou het jullie gunnen om een stap terug te doen”

Sankale (ongeveer 50): ‘Veel toeristen die mijn dorp bezoeken, hebben medelijden met onze kinderen omdat ze geen schoenen dragen. Als we een uur samen door de bush hebben gelopen, is het andersom. Dan vragen de kinderen bezorgd of onze bezoekers ziek zijn: ze zweten, hebben blaren op hun voeten en pijn in hun rug. Wij zijn blij dat we kunnen leven volgens onze menselijke natuur. Ons lichaam is gemaakt om te lopen, klimmen, jagen en verzamelen.
Alles in de natuur is even waardevol, mensen zijn niet belangrijker dan dieren of planten. Dat we elkaar eten, hoort bij het leven, maar het is belangrijk om respectvol te zijn. We nemen nooit meer dan we nodig hebben en verspillen niets. Als ik een koe melk, fluit ik eerst een wijsje en dan streel ik haar. De melk die ze me geeft, zit dan vol goede krachten. Slachten doen we met eerbied. We bidden voor het dier en eten zijn vlees met aandacht. Die goede energie is belangrijk, ik zou geen vlees kunnen eten van een koe die niet gelukkig was.
Voor de Masai is elke ontmoeting met een vreemde waardevol. We maken altijd een praatje. We vertellen waar gras en water voor de koeien te vinden is en waarschuwen elkaar voor roofdieren. We leggen takken op de grond, om aan te wijzen in welke richting we een buffel of leeuw zagen lopen, of waar je vlees kunt komen eten. Niemand staat er alleen voor. Als we hulp nodig hebben in mijn dorp, dan blaas ik op mijn hoorn en komen er mensen aangerend – daar heb ik echt geen telefoon voor nodig. Een telefoon verwijdert mensen van elkaar, terwijl saamhorigheid juist essentieel is voor geluk.
Ik heb het gevoel dat veel mensen in Nederland zich verloren voelen. Ik zou het jullie gunnen om een stap terug te doen. Doe één ding tegelijk, geef het al je aandacht en gun jezelf de tijd om weer op te laden. Ga vaker naar buiten, ontvang de energie van de natuur. Neem de tijd om te koken en te eten, in plaats van ongezond fabrieksvoedsel naar binnen te werken. Maak werkelijk contact met elkaar, deel je gedachten en gevoelens. Meer heeft een mens niet nodig. Echt niet.’

Bronnen o.a.: S. Junger, Tribe. On homecoming and belonging, Grand Central Publishing, 2016 / Werken voor een baas is niet natuurlijk, interview met hoogleraar evolutionaire psychologie, arbeids- en organisatiepsychologie Mark van Vugt, Psychologie Magazine, 2017

[/wpgpremiumcontent]