‘Duivelse dialogen.’

Zo noemt de Canadese psychologe Sue Johnson de vicieuze ruziepatronen waarin stellen vaak dreigen te verzanden. Vaak gaan ze over geld, over de opvoeding of over seks. Als de een nou maar zou veranderen, minder emotioneel zou zijn bijvoorbeeld, dan zou het probleem opgelost zijn, denkt de ander.

Als kersverse relatietherapeute in de jaren tachtig was Johnson gefascineerd door dit soort ruzies, die elke dag in allerlei toonhoogten in haar praktijk klonken. Hoe kwam het toch dat zoveel partners zich zo konden verliezen in eindeloos gekibbel, ook als ze zelf wel inzagen dat het nergens over ging? En ook als ze nog steeds veel van elkaar hielden?

Zo verwijt Ingrid haar man Tom dat hij áltijd te laat komt als ze iets hebben afgesproken. ‘Ik sta daar elke keer maar dom op je te wachten; kan dat je dan niets schelen?’ werpt ze hem voor de voeten. Tom reageert met een afwerend gebaar: ‘Ik werd opgehouden die laatste keer. En zo vaak kom ik helemaal niet te laat. Trouwens, dat gezeur van jou maakt zo’n uitje er bepaald niet gezelliger op.’ ‘Gezeur?’ Ingrid ontploft bijna. Fijntjes somt ze alle keren op dat Tom te

Log in om verder te lezen.