Het is niet vreemd dat van de roman De honderdjarige man die uit het raam klom en verdween wereldwijd al ruim vier miljoen exemplaren zijn verkocht, want hoofdpersoon Allan Karlsson is een man om in je hart te sluiten. Op de dag van zijn honderdste verjaardag besluit hij niet te verschijnen op het suffe verjaarsfeestje dat het bejaardentehuis voor hem heeft georganiseerd. Hij klimt uit het raam, belandt in het bloemenperkje en loopt weg, de wijde wereld in. Karlsson raakt verzeild in doldwaze avonturen, waarin onder meer een ­maffiabaas, een kruimeldief, een snackbareigenaar en een ook al weggelopen ex-dierentuin­olifant figureren. En passant lezen we over het avontuurlijke verleden van durfal Karlsson, die in zijn werkende leven springstofexpert was, bevriend raakte met wereldleiders van zowel kapitalistischen als communistischen huize, en zowaar de loop van de wereldgeschiedenis veranderde.

Al met al heeft De honderdjarige man die uit het raam klom en verdween een tamelijk hoog slapstickgehalte, maar er zit ook een diepere laag in. Schrijver Jonas Jonasson denkt te weten waarom zijn boek zoveel mensen aanspreekt. ‘De lezers vinden het fijn dat Allan Karlsson de ene na de andere penibele situatie overleeft – hij lijkt onsterfelijk. Weet je, als we jong zijn, zijn we ervan overtuigd dat we voor altijd leven, maar rond de veertig realiseren we ons twee belangrijke dingen: dat we elk moment dood kunnen gaan en dat we daar bang voor zijn. Allan Karlsson is daar helemaal niet mee bezig, die is nergens bang voor en leeft met de dag. Ik denk dat het de lezers enorm oplucht zich in te leven in iemand als hij.’

Log in om verder te lezen.