‘Ik regelde in het begin van onze relatie de financiën,’ vertelt Monique (35). ‘Niemand controleerde me, dus het viel niet zo op dat ik zoveel kocht en ook het gezamenlijke geld opmaakte. Totdat we niet meer konden tanken en geen eten meer konden kopen.’ Monique is koopverslaafd. En ze is niet de enige: zo’n zes procent van de bevolking, voor het overgrote deel vrouwen, heeft de oncontroleerbare drang om te kopen. Dat heeft verstrekkende gevolgen – schulden, relatieproblemen en een huis dat uitpuilt van de spullen.

"Er zijn veel verschillen tussen koopverslaafden, maar allemaal proberen ze een gevoel te kopen"

-

Bijna een jaar geleden opende in Roermond de eerste en tot nu toe enige polikliniek in Nederland voor de behandeling van koopverslaving, officieel oniomanie. De deelnemers komen gedurende tien weken iedere week bij elkaar. Psychiater Jacques Boermans en psycholoog Froukje Wouts ontwikkelden een training speciaal voor shopverslaafden, die hun gedrag zou moeten veranderen. Maar dat is niet eenvoudig. Sommigen kopen al hun halve leven te veel.

Toch niet duur

De koopverslaafden in deze groep zijn opvallend genoeg geen ‘PC Hooft-types’, behangen met dure sieraden en exclusieve kleding. Het zijn heel gewone mensen, die kopen bij Kruidvat en Lidl. Lena (57) vertelt: ‘Ik was van de week weer eens bij de Zeeman, en ik heb weer

veel te veel gekocht.’

De deelnemers bespreken deze sessie een voorval uit de afgelopen week, om zicht te krijgen op hun koopgedrag. Psycholoog Froukje Wouts stelt voor Lena’s ervaring te analyseren: ‘Oké. Je bent bij de Zeeman en je laadt je mandje vol.’

‘Ha! Ja,’ reageert Lena. ‘Lingerie, overhemden voor mijn man, een broek, een rok waarvan ik niet wist of hij me paste. Verschillende maten beha’s. Ik had wel een beha nodig, maar ik heb er vier gekocht.’

‘Wat zijn je gedachten op dat moment?’ vraagt Wouts.

‘Ik denk: ik neem ze maar mee, want straks zijn ze er niet meer,’ legt Lena uit. ‘En het zijn bedragen van vijf, zes euro, dus ’t is niet zo duur. Ik vond ze mooi voor dat geld. Het stond in het reclameblaadje en ik moest al een dag wachten voor ik erheen kon. Ik was bang dat ze er niet meer zouden zijn.’

‘Dus je dacht: Het is niet duur, ik kan er wel meer van meenemen,’ verduidelijkt psychiater Boermans.

‘Wat was je gevoel op dat moment?’ vraagt Wouts. ‘Heel gelukkig!’ zegt Lena stralend. Toch is het niet alleen maar leuk. ‘Bij de kassa denk ik: ‘Oeps! En het roodstaan, ja, dat is wel vervelend.’

‘Was je net zo gelukkig geweest als je maar één beha had gekocht?’ vraagt Wouts. ‘Nee, het waren vier mooie en dan kan ik geen keuze maken. Anders zou ik blijven denken aan de drie die ik niet heb gekocht.’

‘Je koopt dus blijkbaar meer dan alleen de functie van een beha,’ zegt Wouts betekenisvol. ‘Stel dat je die andere had laten liggen, vergaat de wereld dan?’

‘Nee, maar dat gevoel heb je wel!’ reageert Annet (34). Zij is pas sinds een jaar of vier koopverslaafd.

‘Er is maar één manier om daarachter te komen,’ stelt Wouts. ‘De volgende keer gewoon één exemplaar meenemen. Dan zie je wat je al die tijd hebt geprobeerd te voorkomen.’

Tien flessen shampoo

Volgens de behandelaars gaat het koopverslaafden niet om de spullen, maar om iets anders: ontsnappen aan het nare gevoel dat opkomt als er niet gekocht wordt. Veel mensen met een koopverslaving zijn bijvoorbeeld bang om ergens te weinig van in huis te hebben. Daarom kopen ze tien flessen shampoo in plaats van één.

‘Stel dat de shampoo een keer op is?’ vraagt psychiater Boermans. ‘Dan zak ik door de grond!’ ­reageert Lena. ‘Dan heb ik gefaald. Dan ben ik een slechte moeder.’

‘En je gaat heel erg je best doen om het gevoel van falen te voorkomen. Dat is wat je probeert te kopen,’ concludeert de therapeute.

Het duurt over het algemeen lang voordat koopverslaafden erkennen dat ze een probleem hebben. Boermans: ‘Ze ervaren wel de negatieve gevolgen ervan, maar ze denken: Als ik meer geld zou hebben, als mijn man maar niet zo moeilijk zou doen, als ik maar een groter huis had waar alle spullen in pasten, dan had ik helemaal geen probleem.’

Ook de omgeving bagatelliseert vaak de ongebreidelde kooplust. Er worden makkelijk grapjes over gemaakt: ‘O, dat heeft toch elke vrouw?’ ‘Ach, iedereen heeft een hobby.’ Bovendien krijgen mensen met veel spullen vaak complimenten van hun omgeving: ‘Wat zie je er weer leuk uit.’ ‘Wat ben je een goede gastvrouw!’

Maar koopverslaving gaat dieper dan in eerste instantie zichtbaar is. Vaak zijn er ook andere psychische problemen, zoals depressies, angsten, eetstoornissen en problemen met impulscontrole. Veel koopverslaafden hebben last van faalangst, een laag zelfbeeld en minderwaardigheidsgevoelens.

Neem Annet. ‘Ik had al langer depressieve klachten. Daar kreeg ik medicijnen voor en daardoor ging het wel. Maar toen mijn kinderen een paar jaar geleden naar school gingen, begon het weer. Ik had moeite met alleen thuis zijn overdag. Kopen verlichtte de somberheid voor even. Als ik gekocht heb, denk ik: heerlijk! Maar dan komt er weer onrust. Ik kocht twee keer per week nieuwe kleren, stiekem, omdat ik commentaar kreeg van mijn man. Ik legde mijn aankopen soms nieuw in de kast en gebruikte ze niet. Ik maakte het spaargeld op en kreeg daardoor problemen thuis. Dat was de druppel om hulp te gaan zoeken.’

Er zijn veel verschillen tussen koopverslaafden: sommigen zijn er acht uur per dag mee bezig, sommigen alleen tijdens de uitverkoop. Maar allemaal proberen ze een gevoel te kopen. In hun karretje laden ze zekerheid, goedkeuring, geluk, zelfvertrouwen, bevestiging of een gevoel van succes.

‘Die onderliggende gevoelens hebben te maken met je geschiedenis en je ervaringen,’ zegt Wouts. ‘Maar daar gaan we niet uitgebreid op in tijdens de training. Het is wel mogelijk om aanvullend individuele gesprekken aan te gaan met een therapeut.’

Volgens psychiater Boermans is het nog niet duidelijk of koopverslaving een aparte aandoening is of onderdeel van een andere stoornis. Hij heeft het eigenlijk liever over ‘ongecontroleerd kopen’. ‘Mensen krijgen geen lichamelijke afhankelijkheid, zoals bij verslavingen aan drugs of alcohol het geval is. Maar er is wel een heel sterke geestelijke afhankelijkheid. En als ze niet kunnen of mogen kopen, kunnen de emoties hoog oplopen.’

Begeleid winkelen

Psycholoog Wouts tekent een schema op het bord. Een vraagteken met een pijl naar het woord ‘spanning’. Iets zorgt voor spanning, en spanning leidt bij deze mensen tot de drang om te kopen. Er verschijnt een pijl naar het woord ‘kopen’. Na het kopen wordt de spanning minder. Tijdelijk. Want omdat het vele kopen negatieve gevolgen heeft, leidt het uiteindelijk weer tot meer spanning, en om die spanning weg te krijgen, wordt er weer meer gekocht. De cirkel op het bord is rond.

‘Hoe zit dat bij jou, Noor? Waaraan merk jij het als je gespannen bent?’

‘Het blijft maar doordrammen in mijn hoofd: ?’t moet, ’t moet, ’t moet,’ zegt Noor (59) verlegen. ‘Ik heb nu een vaas. Daar staat één orchidee in. Maar het is beter met twee. Die tweede moet er komen. Anders is het niet gezellig.’

‘Dus het is minder gezellig met één orchidee,’ zegt Boermans droogjes. ‘Is het niet zo dat jij altijd wel weer iets anders ziet waardoor het niet gezellig is in huis?’ Ja, dat kan Noor wel beamen.

‘Jij hebt eigenlijk behoefte aan gezelligheid, maar je bent zo druk bezig het gezellig te maken dat je er helemaal niet van kunt genieten als het gezellig is. Klopt dat?’ vraagt Wouts. ‘Ja, als de kinderen komen, zit ik maar op de klok te kijken omdat ik nog voor zessen naar de winkel moet. Als er gasten komen, ben ik gespannen tot ze weg zijn. Stel dat ze om iets vragen wat ik niet in huis heb?’

‘Je koopt die spanning of onzekerheid nooit helemaal weg,’ legt Wouts uit. ‘Je zult dus moeten zoeken naar andere manieren om je onrust kwijt te raken.’ Sommige cliënten leren het kopen bijvoorbeeld te vervangen door wandelen of sporten.

Later in de behandeling gaat de groep met de therapeut de winkel in. De cliënten moeten dan iets zoeken wat ze zouden willen hebben, maar mogen het niet kopen. Ze moeten nadenken over andere manieren om te bereiken wat ze eigenlijk willen. ‘Dan worden ze boos!’ vertelt Wouts. ‘Kopen bedekt veel emoties. Sommigen verbinden aan het kopen het gevoel dat ze het waard zijn. Als ze niet mogen kopen, betekent dat voor hen dat ze het dus niet waard zijn.’

Monique doet de training nu voor de tweede keer, omdat ze het gevoel heeft dat het na die eerste tien sessies eigenlijk pas begint. Zij vond het gezamenlijke winkelbezoek het meest leerzame onderdeel. ‘Je kunt er veel over praten, maar op het moment dat je weer in je eentje in de winkel staat, ga je weer de mist in. Ik was heel erg gespannen, maar Froukje heeft me echt door dat moment heen gepraat. Het helpt mij nu om over die eerste impuls heen te komen. Steeds te denken: heb ik het echt nodig? Zijn er andere mogelijkheden?’

Eigen identiteit

De behandeling in Roermond bestaat uit vier elementen. Ten eerste cognitieve gedragstherapie, die verandering in de gedachten en het gedrag van de dwangmatige shoppers teweeg moet brengen. Dan budgetbeheer, ontspanning en, zoals de behandelaars het noemen, ‘identiteit’.

De deelnemers moeten een aankoopdagboek bijhouden, waarin ze precies opschrijven wat ze hebben gekocht, hoe tevreden ze zich daarmee voelden en hoelang dat gevoel aanhield. Ze moeten gaan opschrijven hoeveel geld er nu eigenlijk per maand binnenkomt, en hoeveel ze uitgeven. Veel koop­verslaafden rekenen zich namelijk te rijk.

Ontspanningsoefeningen aanleren en manieren zoeken om te voorkomen dat de spanning te hoog oploopt, is ook heel belangrijk – anders moet er weer gekocht worden om te ontspannen.

Tot slot wordt er gekeken naar wat de koopverslaafde eigenlijk echt graag zou willen, en hoe zij dat in haar leven zou kunnen brengen. Zo denkt Annet aan het gaan volgen van een opleiding, zodat ze haar voldoening niet alleen uit ‘het poetsen van de badkamer’ hoeft te halen.

Toch noemt psychiater Boermans koopverslaving een chronisch probleem. ‘Het zal altijd een zwak punt blijven. Je kunt niet volledig stoppen met kopen, zoals je kunt stoppen met drinken of roken. Je moet toch boodschappen doen, en daardoor zul je altijd weer in de verleiding komen. Maar je kunt wel leren het kopen uit te stellen en je impulsen vaker te beheersen. Dat is al heel wat.’

‘Niemand van jullie gaat het in één keer veranderen,’ richt therapeute Wouts zich tot de groep. ‘Maar het helpt om te focussen op de keren dat het je wel gelukt is om je te beheersen. Al stel je het kopen maar drie weken uit, dan heb je al zoveel gewonnen!’

De cliënten heten in werkelijkheid anders.

Vragen over koopgedrag of shopverslaving? Plusabonnees kunnen deze maand mailen met therapeute Froukje Wouts.

Meer weten

– GGZ Centrum Roermond, 0475-387900

– Carien Karsten, Shoppen! De lust, het lijden en de lol, Elmar, € 12,95

[/wpgpremiumcontent]