Ik probeer te lopen, maar kom amper vooruit. Loodzwaar hangen twee onbekende mannen aan mijn armen en schreeuwen me akelige dingen toe. ‘Je mag geen fouten maken!’ klinkt het in mijn linkeroor. ‘Het moet altijd volmaakt zijn!’ zanikt het rechts.

Grrr… zo kom ik natuurlijk nooit bij mijn doel. Dat lonkt aan de overkant van deze cursusruimte, op een vel papier aan de muur: ‘Ik wil tevredener zijn over mijn prestaties.’ Maar die potige kerels houden me tegen.

Als eindredacteur heb ik veel voordeel van mijn perfectionistische inslag. Maar je kunt ook overdrijven. Moet ik mezelf echt voor elke omissie op mijn kop slaan? Vol zelfverwijt blijven piekeren over ieder ielig foutje? Een eendaagse cursus van trainingsbureau Vergouwen Overduin gaat me leren mijn ‘denkknop’ om te zetten, zodat ik me minder hoef te laten leiden door zulke negatieve gedachten en gevoelens. Mijn negen medecursisten kunnen er ook wat van: de een is te weinig assertief op het werk, de ander juist te veel, weer anderen blijven steken in piekeren of besluiteloosheid.

We gaan veel oefenen, kondigt trainster en psychologe Christel van Voornveld aan. Eerst leren we onze belemmerende gedachten te herkennen; daarna om ze van een afstandje

kritisch te bekijken, uit te dagen, tegen te spreken. En dus worstel ik me op zeker moment door het zaaltje, stevig gehinderd door twee medecursisten die zich voordoen als mijn negatieve gedachten. Ik kijk strak naar mijn doel en denk: ‘Engerds, ga weg, ik hóéf niet naar jullie te luisteren.’ En lijkt het maar zo, of klinken hun stemmen zachter en wordt hun weerstand minder?

Hijgend en onder stijgende hilariteit bereik ik de overkant. Dit rollenspel, zegt Van Voornveld, maakt je bewust van de kracht waarmee de stemmen – je eigen stemmen – tegen je schreeuwen. ‘Maar als je je doel duidelijk voor ogen hebt, verliezen ze hun relevantie. Ze zijn er nog wel, maar je hoeft er niet naar te luisteren.’

Akelige gevoelens zijn er niet zomaar, legt de trainster uit. ‘Ze ontstaan door de gedachte die je, vaak onbewust, over een situatie hebt. Vaak gaat achter zo’n gedachte een eis schuil: het moet fantastisch zijn, ik mag geen fouten maken. Dat “moeten” blokkeert je.’

We schrijven vijf dingen op waarvan we vinden dat we ze niet mogen of juist moeten. Het roept acute spanning en verkramping bij me op. Vervang nu al het ‘moeten’ eens door ‘willen’, luidt de volgende opdracht. Ik zie dat veel ‘moetens’ belachelijk zijn, en dat ‘willens’ zowaar leuke doelen worden. Een positief doel stellen helpt dus beter. Het maakt dat je gelooft in wat wél gaat werken.

Wat ook helpt, is je doel niet als gevoel te omschrijven, maar concreet te zijn. ‘Ik wil tevredener zijn over mijn prestaties’ is knap vaag. Mmm… ‘Ik wil vriendelijker zijn voor mezelf’? Nog steeds een gevoel. Oké dan: ‘Ik mag fouten maken.’

We bedenken manieren om onze en elkaars blokkerende gedachten aan te pakken. Overdrijven en belachelijk maken, bijvoorbeeld. Als ik nee zeg, word ik dan vermoord? Als ik een fout maak, vergaat dan de wereld? Van Voornveld heeft nog een goede tip: wat zou je tegen iemand zeggen die met hetzelfde probleem kampt als jij?

Het blijkt heel nuttig om mee te denken over andermans kwesties – waarvan de oplossing in je eigen ogen vaak verbazend voor de hand ligt. Omgekeerd werkt het natuurlijk ook zo, merk ik wanneer we in duo’s oefenen. Ik zeg tegen mijn gesprekspartner dat ik waarschijnlijk probeer om kritiek van ánderen voor te zijn. ‘Kun je kritiek niet zien als een kadootje?’ vraagt hij. ‘Iemand geeft je ongevraagd advies. Negatief advies is bedoeld om je af te breken, dat mag je in de wind slaan. Maar met positieve kritiek kan het alleen maar beter worden. En als je het zo bekijkt, hoef je anderen ook niet voor te zijn.’

Terug op het werk vind ik op mijn bureau een glimmend nieuwe Psychologie Magazine, vers van de drukker. Ik blader erin en – ai! een tikfout. Ik houd mijn adem in.

Maar de wereld draait door. En de rest van het blad ziet er prima uit. Volgende keer wordt het gewoon nóg beter.[/wpgpremiumcontent]