Het begon allemaal met zijn eigen paniekaanvallen. De eerste had hij op zijn 29ste, tijdens een vergadering op zijn werk. Steven Hayes was aanstormend talent aan de Greensboro universiteit in North Carolina, waar hij het al had geschopt tot assistent-psychologieprofessor. De vergadering van die middag verliep nogal heftig: de collega’s waren verwikkeld in een felle discussie. Toen Hayes zijn standpunt naar voren wilde brengen, gebeurde er iets raars: opeens kwam er geen geluid meer uit zijn mond. Zweetdruppels parelden op zijn voorhoofd, zijn hart klopte in zijn keel, hij dacht dat hij een hartaanval had.

Na die eerste keer was het hek van de dam. Hayes had steeds vaker een paniekaanval, ook als hij college moest geven, of tijdens het boodschappen doen, of in restaurants. Als psychotherapeut moest hij nu zelf in therapie, maar resultaat bleef uit. Na drie jaar begon er langzaam iets te dagen: als hij niet meer probeerde van zijn paniekaanvallen af te komen maar ze juist accepteerde, namen ze af in intensiteit en frequentie. En voilà, hij had een nieuwe vorm van psychotherapie ontdekt. Zo ontstond in de jaren tachtig de Acceptatie en Commitment Therapie (act).

Hayes (61) vertelt het allemaal met een meeslepende gedrevenheid: grote ogen, brede glimlach en een enorme spraakwaterval – niet onbegrijpelijk dat veel collega-therapeuten hem als hun goeroe zien.

Log in om verder te lezen.