Wie ben je?

‘Ik kan een nogal opgewonden mannetje zijn. Niet zozeer thuis hoor, thuis ben ik de liefheid zelve. In de 35 jaar die ik nu samen met Resie ben, heb ik nog nooit met harde stem tegen haar gesproken.

Toch zitten er heel wat decibellen in mij. Ik denk dat woede wel mijn bron is. Dan heb je het dus over een kwaadheid die zich richt op wat zich buítenshuis afspeelt. Ik kan heel erg slecht tegen onrecht, onverschilligheid, onoprechtheid. Die Welten bijvoorbeeld! (politiecommissaris van Amsterdam, red.) Zegt-ie dat we zo blij moeten zijn dat de criminaliteit in de stad is gedaald. Word ik giftig: wát nou daling! De burgers doen gewoon geen aangifte meer omdat de politie zegt: “Kom volgende week maar terug.” Het is toch een regelrechte belediging dat die Welten met zo’n laag iq mij voor de gek denkt te kunnen houden!? Ik begin helemaal te schreeuwen nu ik er weer over praat! Ik weet dat ik daarmee moet oppassen hoor, je schijnt er een vet hart van te krijgen, van te veel ergernis.

Tja, de beste manier om dit soort dingen van

me af te zetten, is door te gaan acteren. Spelen is voor mij altijd een geweldige uitlaatklep geweest. Zodra ik op toneel sta, merk ik dat ik dat toch de leukste plek vind. Zou jij ook niet graag alle dingen willen doen waar je van droomt? In mijn vak kán het allemaal. Ik mag alles zijn en alles doen. Ik mag ruzie maken, ik mag huilen, ik mag lachen, ik mag elke denkbare emotie spelen. Ik ben inmiddels van álles geweest. Ik heb nichten en macho’s gespeeld. Losers en kampioenen. nsb’ers en verzetshelden. Mijn palet gaat van ordinair naar verfijnd, van adellijk naar heel-erg-onderkant.

Wat het zo leuk maakt, is dat je elke rol op tachtigduizend manieren kunt benaderen: welk deel van jezelf ga je uitvergroten en in je rol stoppen? Als acteur moet je flexibel zijn, open, ruim, gul, hedonistisch, nieuwsgierig, zoekend. Het tegenovergestelde van krampachtig. Ik heb weleens regisseurs gehad die mij niet de ruimte gaven om een rol eerst op allerlei manieren uit te proberen. Binnen de kortste keren heb ik dan bijna slaande ruzie met zo’n regisseur. Sorry, maar ik laat me niet door een ander in een richting duwen. Dan kap ik er gewoon mee, of ik sta aangekondigd op de poster of niet. Durven staan voor wat je bent, dat is altijd de belangrijkste leidraad in m’n leven. Inderdaad, als je zo uitgesproken bent als ik, valt er geheid een aantal mensen af. Maar het voordeel daarvan is dat je vanzelf bij de mensen uitkomt bij wie je het beste gedijt.

Dit klinkt allemaal heel overtuigd, hè? Vroeger in Limburg was dat wel anders, hoor. Toen was ik een ambitieloze lanterfanter. Ik reed doelloos rond op de brommer, met lange haren in m’n nek, ik zag er niet uit. Ik ben van vier scholen getrapt; ik snapte er geen bal van, van die wiskunde. Ik voerde niks uit en had een grote bek. Het enige wat ik deed, was hasj roken en achter de meisjes aan. Ik hád wel een drive, die ging alleen de verkeerde kant op. In feite was ik een beetje stuurloos. Mijn moeder keek bezorgd naar me: “Huub, het zal me niks verbazen als jij op je achttiende al getrouwd bent en met een kind zit.”

Omdat alle leuke meisjes op amateurtoneel zaten, zat ik daar ook op en zo kwam ik op het idee: laat ik maar eens naar de toneelschool gaan. Maar ik had natuurlijk totaal geen verstand van acteren. De eerste drie jaar van de opleiding dacht ik steeds: “Transformeren, transforméren? Waar hébben ze het in godsnaam over?” Totdat ik les kreeg van Zdizlaw Wardejn, een Poolse leraar. Eindelijk sprak iemand over acteren op een manier die ik begreep. “Op toneel word je niet iemand anders,” zei hij. “Je laat juist een kant van jezélf zien via de rol. Je moet niet spelen, maar vanuit jezelf reageren. Ga maar in de kroeg oefenen, en als de mensen daar niet meer vreemd van je opkijken, kom je maar terug.”

Vanaf dat moment ging het heel snel met me. Al een half jaar na de toneelschool stond ik naast Mary Dresselhuys in de Stadsschouwburg, en een jaar later speelde ik de hoofdrol in de film De lift. In één klap beroemd, ja. En ja: ik werd uitgeroepen tot de mooiste man van Nederland. Het streelde m’n ijdelheid, maar achteraf gezien was die uitverkiezing natuurlijk ontzettende flauwekul.

Wat wél heel belangrijk voor me was: toen ik daar op het toneel naast Mary Dresselhuys stond, besefte ik dat ik de droom van mijn vader aan het waarmaken was. Die heeft nooit echt kunnen schitteren. Terwijl hij zeer getalenteerd was. Hij speelde drie instrumenten heel goed, maar mocht van m’n opa niet naar het conservatorium – dat was iets voor zigeuners, landlopers en onnutten. M’n vader was zo’n figuur die altijd pech had. In de oorlog hadden ze hem in een werkkamp gezet, en na de oorlog was het een schuld die hem vastketende. Hij had een snoepwinkel gekocht voor het toentertijd astronomische bedrag van twaalfduizend gulden. Had-ie nooit moeten doen, het is altijd op zijn schouders – en die van mijn moeder – blijven drukken. Ze hebben met zes kinderen altijd moeten ploeteren om hun hoofd boven water te houden. Pas drie weken voor zijn dood had m’n vader de schuld afgelost. “Pff… eindelijk ben ik boven op de berg,” zei hij toen.

Sinds die eerste grote rol heb ik altijd de drang gehad om m’n vader recht te doen. Ook uit een soort liefde, want hij was een heel warm mens. Ik heb het leven willen neerzetten dat hij had kunnen neerzetten, als hij de kans had gekregen. Ik denk dat ik daarom zo vaak mooie schoenen en pakken koop, en een dure Harley heb aangeschaft: kon mijn vader allemaal niet. M’n achtergrond heeft me perfectionistisch gemaakt, een harde werker. Misschien ben ik daardoor wel zo ver gekomen in m’n vak.’

Waar geloof je in?

‘Ik geloof niet in God; waarom bestaat er anders armoede? De Bijbel, dat zijn sprookjes van Grimm. Mensen laten zich erdoor gek maken en slaan aan het verafgoden, met alle nare gevolgen van dien.

Ik geloof liever in mezelf, in de normen en waarden die ik van thuis heb meegekregen. Bijvoorbeeld dat als het je goed gaat, je de plicht hebt om achterom te kijken naar de mensen die het slechter hebben. Je moet mededogen tonen. Delen. Hoe ik dat doe, vertel ik hier liever niet. Dit zijn dingen waar je niet over moet praten. Je moet het doén.’

Wat was een keerpunt?

‘Keerpunt, keerpunt… Ik heb eigenlijk nooit echt keerpunten gehad. Al het nieuwe paste steeds zo goed bij wat er al was. Wil iets bij mij een keerpunt heten, dan zou het echt iets heel radicaals moeten zijn. Iets fataals. Ik durf het bijna niet uit te spreken, zo beangstigend vind ik het. Maar goed… als je het toch van me wilt horen… als er iets met Resie zou gebeuren, of met mijn twee zoons… dat is het ergst denkbare. Ik word er heel onrustig van om hier nu over te praten. Ik ben al zo onrustig: ik zie mijn kinderen elke dag onder een auto liggen. Ik ben daar heel slecht in, veel slechter dan Resie. Zij is veel rustiger, zij vertrouwt dat veel meer. Ik blijf het moeilijk vinden. Ik zie overal beren op de weg.’

Wat zou je willen veranderen?

‘Bij mij thuis niks, en op de wereld een heleboel. Maar waar moet je beginnen? Het is veel en veel te complex allemaal. Hoe stop je de moordpartijen tussen de Luo’s en de Kikuyu’s in Kenia? In periodes dat ik een rol aan het instuderen ben, kan ik niet naar dat soort berichten kijken, ik kom daar gevoelsmatig echt van overhoop te liggen. Stel je voor dat de Amsterdammers zouden besluiten om naar Friesland te trekken en daar de Friezen een kopje kleiner te maken? Dat kun je je toch niet voorstellen? Maar goed, ik begreep dat voor acht miljard iedereen op de wereld goed drinkwater kan hebben. Veel ligt binnen handbereik. Het is wonderlijk dat we er zo weinig aan doen. Maar ja… zolang een enge dictator als Poetin, die z’n tegenstanders ijskoud laat vermoorden, nog een handje krijgt van onze majesteit en Balkenende, omdat we geld kunnen verdienen aan Rusland, zijn we nog heel ver verwijderd van een betere wereld.’

Hoe is het om ouder te worden?

‘Die stramheid waarmee je uit bed valt ’s ochtends! Ik heb tegenwoordig tien minuten nodig om op gang te komen. Dat was tien jaar geleden wel anders. En twintig jaar geleden nóg weer anders. Maar ik heb geen grootse inzichten opgedaan die in de ouderdom verscholen liggen, als je dat soms bedoelt. Helaas, daar kan ik je niet aan helpen!

Wel is het zo dat ik steeds uitgesprokener word. Ik ben m’n hele leven al wel kort door de bocht geweest, en ik heb daar nooit spijt van gehad, maar het interesseert me nu echt helemaal niet meer wat anderen er misschien van denken als ik iets zeg. Ik kom dichter bij mezelf. Je gaat meer naar de kern toe, hè, als je ouder wordt. Door wat je hebt meegemaakt en bereikt, door de waardering die je hebt gekregen, durf je meer te vertrouwen op wie je zelf bent.

Ook qua werk ben ik steeds dichter bij de dingen gekomen die ík graag wil. Het was erg leuk om in de spotlights te staan met mijn rollen in De lift, Flodder en Amsterdamned, maar het is niet het werk waar ik met het meeste plezier op terugkijk. Ik ben blij dat ik niet in dat genre verder ben gegaan, en voor de rijkere rollen in de eredivisie heb gekozen. Er zijn mij een heleboel rollen in populaire series aangeboden. Als ik dat had gedaan, was ik veel bekender geweest. Maar je bent niet in het leven om bekend te worden en te blijven. Je moet kijken naar wat het doel en het gewicht is van wat je doet. Ik ben niet naar de toneelschool gegaan om in bagger-tv te spelen.’

Wat heb je geleerd van de liefde?

‘Dat overgave het belangrijkste is. Het mooie van de liefde is het onvoorwaardelijke dat in de overgave zit. Het committeren. Echt voor iemand gaan doe je eigenlijk alleen in de liefde. Zowel emotioneel als fysiek. Door die overgave gebeurt er iets unieks: je stijgt uit boven jezelf. Omdat je de dingen niet alleen meer voor jezelf doet, maar ook voor je vrouw en je kinderen. Liefde geeft zo richting en duidelijkheid aan je leven.

Ten tijde van Flodder ben ik verliefd geweest op een vrouw uit de crew. Binnen een paar dagen heb ik het aan Resie verteld en zijn we uit elkaar gegaan. Ik heb me nog nooit zo verloren gevoeld als in de twee jaar die volgden. Ik dobberde stuurloos rond. Maar de band met Resie was niet kapot te krijgen, we zochten elkaar gewoon steeds vanzelf weer op. Zij is mijn beste vriend: het gaat echt fysiek pijn doen als ik haar een tijdje niet zie. Resie is m’n anker; zo eentje met flexibiliteit in de ketting. Ik heb weleens met andere vrouwen gevreeën; je kunt nu eenmaal verliefd worden op meerdere vrouwen, da’s heel normaal. Maar je kunt verliefdheid óók heel goed stopzetten, net als roken. Ben ik ooit van de ene op de andere dag mee gestopt.

Ach, die verliefdheden spelen nu trouwens niet meer. Mijn energie gaat nu naar m’n gezin en m’n werk. Ik wil róllen veroveren, geen vrouwen. Ik word al moe als ik er aan denk.’[/wpgpremiumcontent]