U hebt een moedervlekje op uw schouder. Als u er op een ochtend naar kijkt, vraagt u zich bezorgd af of het vandaag groter is dan gisteren. De volgende dag inspecteert u het vlekje weer. Ook laat u uw partner ernaar kijken. Hij ziet niets bijzonders. Toch duikt het vlekje steeds weer op in uw gedachten. Als u aan het afwassen bent, of tijdens de pauze op het werk. U googelt de term ‘moedervlek’ en komt al snel terecht op een forum over kanker. Langzaam maar zeker raakt u ervan overtuigd: het moet wel huidkanker zijn.

Meestal is onze angst voor ziektes functioneel. Wie over zijn gezondheid tobt, gaat naar de dokter om de juiste medische zorg te krijgen. Maar soms piekeren we te veel. Wie weleens over zijn gezondheid tobt, is niet meteen een hypochonder, zegt psycholoog Sjef Peeters. Hij behandelt bij PsyQ in Den Haag mensen met ziektevrees en schreef onlangs een boekje over leven met angst voor ernstige ziektes.

De angst om iets ergs onder de leden te hebben, komt volgens Peeters voor in allerlei soorten en maten. Neem de befaamde ‘kandidaatsziekte’: zeven op de tien studenten geneeskunde vermoeden op enig moment tijdens hun opleiding dat ze

zélf die enge ziekte onder de leden hebben waarover ze net hebben geleerd. Bij de meeste mensen is de bezorgdheid gelukkig van voorbijgaande aard, of weet een arts ze gerust te stellen. Peeters: ‘We spreken dan niet over hypochondrie, maar over milde gezondheidsangst.’

Mensen gaan op twee manieren met die angst om. De een gaat gezondheidsgerelateerde zaken uit de weg, zapt weg als er een ziekenhuisserie op televisie verschijnt en loopt met een grote boog om zieke mensen en artsen heen. De ander zit regelmatig met de medische encyclopedie op schoot en scant overlijdensadvertenties om te kijken hoeveel overledenen er net zo oud zijn als hij- of zijzelf.

Zo ontstaat ziektevrees

Wie bang is voor ziektes, heeft de neiging om meteen het ergste te denken, vertelt psycholoog Anja Greeven, die promoveerde op hypochondrie. Hoofdpijn wordt een hersenbloeding, een pijnlijke linkerarm een hartaanval en aanhoudende heesheid keelkanker. Hoe komen mensen op die ongezonde gedachten?

Ten eerste gaan mensen met ziektevrees heel selectief om met informatie. Anja Greeven: ‘Ze zien alleen maar bewijzen voor de meest ernstige diagnose. Stel dat je dat vlekje hebt, dan zoek je alleen naar bewijzen die bevestigen dat het huidkanker is. Informatie die dat het een gewoon pigmentvlekje is, worden weggefilterd.’ Sjef Peeters: ‘We zien vaak dat angstige mensen een gering probleemoplossend vermogen hebben: ze kunnen maar één oplossing bedenken. Maar als iets geen verkoudheid is, hoeft het nog geen keelkanker te zijn. In therapie leer ik mensen dat er meer oorzaken voor hun klachten kunnen zijn. Ik vraag ze bijvoorbeeld op te schrijven welke alternatieve verklaringen er zijn.’

Juist de angst dat er iets ergs aan de hand is, zorgt ervoor dat de klachten toenemen, vertelt Peeters. ‘Verhoogde aandacht leidt ertoe dat je meer dingen opmerkt. Daardoor word je angstiger.’ Greeven vult aan: ‘Angst geeft vervolgens lichamelijke verschijnselen, zoals misselijkheid of hartkloppingen, die weer verkeerd worden geïnterpreteerd. Hierdoor word je nog angstiger. Voor je het weet, zit je gevangen in een negatieve spiraal.’ Sporten of ontspannings­oefeningen doen zijn effectieve middelen om angst te verminderen.

Ook nare gebeurtenissen kunnen ziektevrees oproepen. Het overlijden van een vriend of ouder bijvoorbeeld, of een ziekenhuisopname. Maar ook gebeurtenissen waarover bericht wordt in de media. Moeiteloos sommen beide psychologen een scala aan berichten op die bij sommigen de alarmbellen deden rinkelen. ‘Tijdens de gekkekoeienziekte in Engeland was er bijvoorbeeld een spectaculaire stijging van mensen die zich met symptomen van Creutzfeldt-Jakob meldden bij de huisartsenpraktijk. Nu komt niemand daar meer mee,’ vertelt Peeters. Greeven: ‘Toen de Franse voetballer David di Tomasso van FC Utrecht overleed, had ik een paar mannen onder behandeling die bang waren dat ze ook een hartziekte onder de leden hadden.’ Ook het overlijden van de actrices Frederique Huydts en Guusje Nederhorst aan kanker hakte er volgens de psychologen in.

Opvoeding lijkt ook invloed te hebben. Greeven: ‘Sommige ouders zijn heel erg bezig met gezondheid. Dat maakt je extra alert op hoe je je voelt. Of er werd een hele toestand van gemaakt als je eens op je knie viel of een schrammetje had. Dat kan je het idee geven dat je heel erg op moet passen.’

Tot slot is er de obsessie met gezondheid in onze samenleving. We krijgen elke dag een grote hoeveelheid gezondheidsinformatie over ons uitgestort, zeggen de psychologen. Peeters: ‘Je mag niet in het bos wandelen, want daar zitten teken. Je moet op je cholesterol passen. Je mag dit niet eten en dat weer wel. Als je het heel cynisch benadert, zou je bijna zeggen dat leven op zich ongezond is.’ Bovendien zijn er soms tegenstrijdige berichten. Is dat glaasje alcohol nu wél of niet gezond? Is frituren kankerverwekkend of niet? Peeters: ‘Als je daar gevoelig voor bent, kan ik me voorstellen dat je daarvan angstig of in de war raakt.’

Zo gaat u ermee om

Het internet is een populaire plek om naar informatie over ziekten te zoeken. Dat leidt gemakkelijk tot ‘cyberchondrie’ – het fenomeen dat mensen menen aan allerlei akelige kwalen te lijden waarover ze gelezen hebben op internet. Symptomen googelen is niet verstandig voor wie angstig is aangelegd. Peeters: ‘Sommige mensen komen met hun eigen uitgeprinte diagnose bij een dokter aan en zeggen dan: “Dit heb ik. Kun je me hiervoor behandelen?” Ik heb weleens tegen een van mijn cliënten gezegd: ze zouden een slot op jouw computer moeten zetten, zodat je bepaalde sites niet meer kunt bezoeken. Net zoals ze bij kinderen doen.’

Niet alleen het surfen op medische informatiesites kan volgens Peeters leiden tot piekeren, ook het bezoeken van gezondheidsforums kunt u beter laten. ‘Op bepaalde forums praten mensen elkaar van alles aan als je niet oppast. Internet wordt voor sommigen een soort vervanging voor het bezoek aan de huisarts.’ Een ander probleem is volgens Greeven dat het bij gezondheidssites moeilijk is het kaf van het koren te scheiden. ‘Mensen gaan niet alleen om de foute reden op zoek naar informatie, maar vinden ook hele verkeerde informatie.’

Verstandiger is het om een tijdje uw klachten te registreren. Dat lijkt een hoop gedoe, maar niet internetten levert u vast zeeën aan tijd op. Houd in een dagboekje bij wanneer u die hoofdpijn hebt waarvan u vermoedt dat het een hersentumor is. Dat kan al veel inzicht geven. Sjef Peeters: ‘Ik had een cliënt die tijdens zijn werkweek beduidend meer last bleek te hebben van zijn klachten dan ’s avonds en in het weekend. Ik zei tegen hem: dat is wel een raar soort kanker, die alleen opspeelt tussen negen en vijf en van maandag tot en met vrijdag. Toen hebben we toch wel even met elkaar zitten giechelen.’[/wpgpremiumcontent]