Positief denken zit ons in het bloed. Het is heel normaal om jezelf een beetje te overschatten en het leven wat rooskleuriger voor te stellen dan het is. Mensen die bijvoorbeeld moeten schatten hoe groot de kans is dat een dobbelsteen zes punten oplevert, schatten die kans groter als ze zelf de dobbelsteen werpen dan wanneer een ander het voor hen doet. En als Koos zijn loterijlot zelf mag uitkiezen en Bram een lotnummer krijgt toegewezen, dan doet Bram vlak voor de trekking veel makkelijker afstand van zijn lot dan Koos.

TEST
Doe de test »

Is het tijd voor een nieuwe baan?

Blijkbaar houden we onszelf graag voor dat we oncontroleerbare gebeurtenissen kunnen beheersen. Maar waarom eigenlijk? Positivisme en zelfoverschatting kunnen immers ook leiden tot fiasco’s. Zonder positief denken geen tenenkrommende Idols-kandidaten, geen verliezen op de beurs en geen treinvertragingen. Zouden de spoorwegen de vertrektijden wat minder optimistisch inschatten, dan reden de treinen immers keurig op tijd.

Waarom denken we positief, wat levert het op? Daar zijn de deskundigen het nog niet over eens. Onlangs concludeerde een groep Amerikanen na dertig jaar onderzoek dat pessimisten er zowel psychisch als lichamelijk slechter aan toe zijn dan optimisten. Ze hebben meer kwaaltjes, leven korter en zijn minder gelukkig. Een verklaring hiervoor kan

zijn dat positief denken een gunstig effect heeft op het immuunsysteem. Hoe minder stress je ervaart, hoe minder stresshormonen worden aangemaakt, en hoe minder het immuunsysteem wordt ondermijnd. Positief ingestelde mensen zouden daardoor minder vatbaar zijn voor ziektes. Daarnaast bevordert een optimistische levenshouding het ontvangen van steun. Mensen verkeren nu eenmaal liever in het gezelschap van positivo’s dan dat ze omgaan met neerslachtige types. En hoe meer steun je krijgt van anderen, hoe beter je je voelt.

Omdat optimisten denken meer invloed te hebben op hun situatie, doen ze er in ieder geval iets aan. Een optimist denkt bijvoorbeeld: dat lukt mij wel, die studie architectuur. Terwijl een pessimist niet eens aan zo’n studie begint, omdat hij denkt toch te mislukken.

Zwartkijkers leven veiliger

Maar niet alle deskundigen zijn van mening dat positief denken een heilzame uitwerking heeft. Zeker niet als het gaat om lichamelijk welzijn. Een andere groep wetenschappers concludeerde in een overzichtsartikel dat er nauwelijks verband bestaat tussen de manier waarop kankerpatiënten tegen hun ziekte aankijken en de ontwikkeling van hun ziekte. Zo maakte het voor hun ziekte niet uit of mensen een sterke overlevingsdrang hadden, of zich juist hopeloos voelden over hun situatie. Ook Bert Garssen, verbonden aan het Helen Dowling Instituut voor Psycho-oncologie, vond amper een relatie tussen kanker en positief denken toen hij de resultaten van 71 onderzoeken op een rij zette. ‘Als er al een verband is, dan is dat nog niet overtuigend aangetoond. Voorlopig lijkt het erop dat het voor je ziekte niets uitmaakt of je een vechtersmentaliteit hebt of niet. Je leeft er in ieder geval niet langer door.’

Er zijn wetenschappers die nog een stapje verder gaan. Zij stellen dat positief denken ronduit nadelen met zich meebrengt. In het radioprogramma Noorderlicht vertelde de Amerikaanse wetenschapper Randolph Nesse onlangs over zijn grootvader, die zich op een gure januaridag in het koude, donkere Noorwegen buiten had gewaagd om hout te hakken. De man werd nooit meer teruggevonden. Was hij minder optimistisch geweest, dan had hij zich wel twee keer bedacht voordat hij zich in het barre weer begaf.

Positief denken kan dus voor een hoop narigheid zorgen. En een pessimistische inslag is zo gek nog niet. Ga maar na: als je je realiseert dat jou ook vreselijke dingen kunnen gebeuren, let je beter op in het verkeer, ga je eerder met klachten naar de huisarts en vrij je veilig. Zó bezien hebben juist pessimisten een grotere overlevingskans. Nesse is dan ook van mening dat een milde winterdepressie heel functioneel is, net als koorts: de klachten remmen je tijdelijk af en dat is misschien maar goed ook. In een seizoen waarin je minder licht hebt en de dingen minder scherp ziet, en waarin gevaren als bevriezing en gladheid op de loer liggen, kun je maar beter veilig binnen blijven.

Lichamelijke gezondheid

Pessimisme brengt nog meer voordelen met zich mee. Zo bereiden sommige mensen zich voor op een moeilijke situatie door zich alle mogelijke rampscenario’s voor te stellen. Moeten ze een presentatie verzorgen, dan beelden ze zich in dat ze hun tekst kwijt zijn, hun glas water omstoten of hun papieren laten vallen. Defensief pessimisme wordt dit genoemd: het in gedachten repeteren van een spannende gebeurtenis, om zo de angst voor die gebeurtenis de baas te blijven. Mensen die zo met spannende situaties omgaan, blijken slechter te presteren als je probeert hen positief naar de presentatie te laten kijken. Laat je hen rustig piekeren over alles wat fout kan gaan, dan presteren ze even goed als mensen die zich niet van alles in het hoofd halen, maar erop vertrouwen dat het allemaal wel goed komt. Pessimisme werpt voor sommigen dus vruchten af, terwijl optimisme juist een nadelig effect kan hebben.

Ook onderzoek onder chronisch zieken laat zien dat pessimisme vruchten kan afwerpen. Maar hoe dat uitpakt, blijkt onder andere af te hangen van de mate waarin mensen invloed hebben op het verloop van hun ziekte. Diabetici bijvoorbeeld, die door een gezonde leefstijl de ernst van hun symptomen grotendeels de baas kunnen blijven, zijn er bij gebaat om positief te denken. Op korte termijn gaat hun lichamelijke gezondheid erop vooruit en op langere termijn hun geestelijke. Maar mensen met multiple sclerose, een minder goed beheersbare aandoening, rapporteren juist meer lichamelijke klachten naarmate ze optimistischer zijn over de greep die ze op hun ziekte hebben. Een voorzichtige conclusie is dat positief denken negatieve gevolgen kan hebben voor chronisch zieken die vrijwel niets aan hun problematische situatie kunnen veranderen. Soms is een scheutje pessimisme zo slecht nog niet[/wpgpremiumcontent]