‘Een vijf kan ook heel goed zijn’

Studiestress, ruzie met je ouders – heel gewone puberkwesties zijn het soms, waar leerlingen mee aankloppen bij de schoolpsycholoog. Maar ook lastiger problemen. ‘Als iemand naaktfoto’s van een vriendinnetje verspreidt.’

Bij de schoolpsycholoog

Ze prutst aan haar horloge, verfrommelt een tissue. De tranen staan in haar ogen. ‘Mijn leven ging z’n gang. Ik maakte mijn huiswerk, ik ging naar school, ik dronk thee met m’n moeder, ik keek tv op de bank. En opeens werd er een streep door mijn leven getrokken.’

Amy is veertien en zit in de tweede klas van het gymnasium. In het piepkleine kamertje van de schoolpsycholoog vertelt ze over haar ernstig zieke moeder, die in het ziekenhuis ligt. Een traan biggelt over haar wang. Met enig gevoel voor dramatiek kijkt ze naar het plafond en zegt: ‘En ik heb al zo veel strepen door mijn leven gehad. Mijn oma die overleed, en vlak daarna mijn opa, uit droefheid. En op mijn achtste heb ik op het nippertje een dodelijke ziekte overleefd.’

Schoolpsycholoog Josine Verdellen-Maarleveld toont begrip. ‘Het ís ook veel. Je moeder, dingen die je vroeger hebt meegemaakt waardoor je kwetsbaar bent, en dan heb je nog je schoolwerk.’

Amy barst nu helemaal in tranen uit. ‘Ik slaap slecht, ik voel hoe ik aftakel. Ik leer me thuis te pletter, en dan haal ik nog maar een vijf.

’s Nachts droom ik dat

ik naar het vmbo moet. Ik heb zoveel last van faalangst.’

De schoolpsycholoog luistert, knikt, reikt een zakdoekje aan, probeert het probleem duidelijk te krijgen en geeft hier en daar een suggestie. ‘Een vijf kan ook heel goed zijn. Misschien probeer je het te perfect te doen.’

Verdellen-Maarleveld doet aan korte begeleiding: leerlingen komen bij haar voor één tot zeven gesprekken. Ze worden door hun mentor naar haar verwezen. Als er te veel aan de hand blijkt, verwijst ze door naar een externe instantie. ‘Belangrijk is in de eerste plaats dat de kinderen zich kunnen uiten. Laat ze maar spuien. Ik probeer een rustige plek voor hen te creëren en hun andere manieren van kijken aan te reiken.’

Pesten op msn

Josine Verdellen-Maarleveld werkt al meer dan dertig jaar als schoolpsycholoog in de Randstad, tegenwoordig op het Keizer Karel College in Amstelveen. Toen zij in 1971 begon, waren er nog nauwelijks schoolpsychologen. Verdellen-Maarleveld had gelezen over dit ­fenomeen in de Verenigde Staten en bood zichzelf aan. Hoeveel middelbare scholen inmiddels een psycholoog in dienst hebben, is niet bekend. De linkse partijen pleitten er onlangs voor om per tweehonderd leerlingen een psycholoog aan te stellen om pesten tegen te gaan, maar daar trekt de minister geen extra geld voor uit.

In dertig jaar heeft Verdellen-Maarleveld de problemen van leerlingen zien veranderen. ‘Alles is heftiger geworden. Het tempo ligt hoger, alles gebeurt sneller en eerder. Zo hebben meisjes vroeger seks. Dat is op jongere leeftijd moeilijker te verwerken. En er wordt veel jonger en opener met elkaar gepraat. Onze praatmaatschappij is leuk, maar heeft ook z’n grenzen. Jongeren zijn vaak heel emotioneel en claimend: je hebt bijvoorbeeld van die meisjesgroepen die op de basisschool heel hecht waren, maar die in de brugklas uit elkaar vallen. Als iemand zich een beetje terugtrekt uit zo’n groepje, is iedereen daar erg mee bezig en worden ze daar razend om.’

De problemen die Verdellen-Maarleveld het vaakst tegenkomt in haar kamertje, zijn gepest worden, uit de groep vallen en sociaal isolement. Incidenteel krijgt ze ook te maken met jongeren die eet­problemen hebben of zichzelf beschadigen.

Nieuwe problemen ontstaan door de msn-cultuur. Jongeren spreken na school vaak niet meer af op het schoolplein, maar zien elkaar op internet. Bij msn heb je contact met vriendengroepen die op dat moment online zijn. Er wordt daar heel wat afgepraat. Je zit in de veilige omgeving van thuis, dus je spreekt je makkelijker uit dan face-to-face. ‘Als je nare dingen over ­elkaar schrijft, ligt dat meteen vast.’

De nieuwe cultuur brengt nieuwe uitwassen met zich mee. Neem leerlingen die naaktfoto’s van hun medeleerlingen rondsturen via msn. ‘Dat kan heel ondermijnend en schadelijk zijn. Ik zal zo’n slachtoffer steunen, en daarnaast stimuleer ik dat de daders worden geconfronteerd met hun grensoverschrijdende gedrag. Dat kan zover gaan dat ik leerlingen en hun ouders stimuleer om aangifte te doen.’

Ook Joy Bijleveld, schoolpsycholoog op een vmbo in Amsterdam en tevens bestuurslid van de sectie schoolpsychologen van het Nederlands Instituut voor Psychologen, signaleert dat msn nieuwe problemen genereert. ‘Meiden hebben natuurlijk altijd veel geroddeld, en dit is daar een nieuwe vorm van. Op msn ontstaan heel makkelijk vetes.’ Bijleveld noemt pesten, depressie en faalangst als veel voorkomende problemen waarmee middelbare scholieren haar benaderen. ‘Dit zijn de problemen waar leerlingen zelf mee komen. Docenten roepen de hulp van de schoolpsycholoog eerder in bij leerlingen met verstorend gedrag.’

Discretie

Psychologen zijn niet de enigen die jongeren hulp bieden op middelbare scholen; leerlingen krijgen ook emotionele bijstand van mentoren, leerlingbegeleiders, zorgcoördinatoren en jeugd­zorg. Vaak is de mentor het eerste aanspreekpunt, en als de problemen gecompliceerder worden, verwijst hij de leerlingen door.

Er is geen onderzoek naar de effectiviteit van psychologische begeleiding op school. Wel heeft het Belgische Centrum voor Schoolpsycho­logie onderzoek gedaan naar de tevredenheid van leerlingen die emotionele begeleiding kregen van het centrum voor leerlingbegeleiding. De jongeren waren gemiddeld positief tot zeer positief over de bejegening en het resultaat, net als hun ouders. Opvallend is dat wat leerlingen belangrijk vinden in een zorgverlener, precies het omgekeerde is van wat hun ouders belangrijk vinden. Leerlingen zetten discretie bovenaan. Het is nog lang niet algemeen geaccepteerd om naar een hulpverlener te gaan, merkt ook Verdellen-Maarleveld. ‘Als er wordt gesuggereerd om eens met een psycholoog te praten, is de reactie vaak: “Ik ben toch niet gek.”’

Op de tweede plaats zetten jongeren begrip en respect, gevolgd door luisterbereidheid en tot slot professionalisme. Ouders daarentegen letten het meest op professionalisme, daarna op luisterbereidheid, dan volgen begrip en respect. Discretie vinden zij het minst belangrijk.

Verdellen-Maarleveld vindt het belangrijk om ook de ouders van haar leerlingen te zien. Waar mogelijk nodigt ze ze uit voor een gesprek. ‘Bij kinderen in de onderbouw spreken we altijd met de ouders, en in de bovenbouw heeft dat ook onze voorkeur. De ouders spelen een belangrijke rol in het leven van pubers; ze zijn nog zo met ­elkaar verweven.’

Met de vader van Amy had Verdellen-Maarleveld een afspraak geregeld, maar hij is niet gekomen. Hij heeft het ook zo druk. Met zijn ­eigen bedrijf, en dan moet hij ook nog twee keer per dag naar het ziekenhuis om zijn vrouw te bezoeken. Amy: ‘Mijn ouders hebben een planbord zo groot als deze muur, en daar hangt dan alles op wat we die dag moeten doen. Al die briefjes hangen door elkaar, een warboel.’ Vroeger was het al niet anders, vertelt Amy: ‘Het leek wel alsof ze continu in het bedrijf waren. Ik ging meestal televisie kijken, die sprak tenminste tegen me.’ Ze plukt bijna haar sjaal uit elkaar: ‘Ik voelde me zo alleen.’

Dit is echt een probleem van deze tijd, vertelt Josine Verdellen-Maarleveld later. Ouders hebben het zelf heel druk, er heerst stress in huis. ‘Er is weinig tijd om rustig contact te maken met de kinderen. Het moet meer tussen de bedrijven door: op dat en dat tijdstip ben ik er. Dan is het moeilijk altijd een vangnet te zijn waar een kind op kan terugvallen. Veel kinderen redden het trouwens prima zo hoor, maar niet iedereen.’

Puberproblemen

De tweede leerling die vandaag langskomt bij de schoolpsycholoog, is doorverwezen door zijn mentor die vond dat het moeilijk was om contact met hem te krijgen. Tom is veertien en zit in de derde van het gymnasium. Hij is erg onzeker, voelt zich snel afgewezen en haalt wisselende cijfers.

Het gesprek gaat over conflicten thuis. Dagelijkse, herkenbare ruzies die in elk pubergezin voorkomen. Over het inruimen van de afwasmachine, over wie het beltegoed van zijn mobiel moet vergoeden, over het terugleggen van de kussens op de bank. Tom: ‘Ik ben geen drie meer! Als ik moet opruimen, zeggen ze niet gewoon: Ruim je kamer op, maar gaan ze heel irritant zeggen hoe ik het precies moet doen. Als ik zeg dat ik geen klein kind ben, antwoorden ze: “Laat dat eerst maar zien dan.” Moet ik zeker nog bewijzen dat ik geen drie meer ben! Ga naar het stadhuis en vraag mijn geboorteakte op, zou ik zeggen.’ Verdellen-Maarleveld vat samen: ‘Ik voel bij jou boosheid, je voelt je tekortgedaan.’ Tom: ‘Ik vind het nogal apart.’

Inderdaad, heel gewone puberproblemen, beaamt Verdellen-Maarleveld, maar Tom reageert hier heftiger op dan gemiddeld. ‘Pubers zijn zo aan het zoeken, ze willen houvast. En sommigen zijn heel hardnekkig en koppig.’ In het begin van haar carrière lag Verdellen-Maarleveld nog wel eens wakker van de problemen die ze te horen kreeg. Maar al neemt ze de zorgen van haar leerlingen heel serieus, inmiddels weet ze: ‘De soep wordt vaak niet zo heet gegeten als die wordt opgediend.’

Altijd presteren

Tom reageert geschrokken als Verdellen-Maarleveld voorstelt eens met zijn ouders te praten. Hij slaat zijn armen over elkaar en zegt beleefd: ‘Ik vind het niet zo’n fijn idee dat u een gesprek met mijn ouders gaat hebben, omdat ik denk dat het dan alleen maar slechter gaat. Ze zijn niet te veranderen.’

Ouders – en met hen de kinderen zelf – zijn vaak erg prestatiegericht, zegt Verdellen-Maarleveld. ‘Ze moeten succesvol zijn op school, in sporten, musiceren.’ Tom is vooral heel moe. Hij krijgt vier keer per week huiswerkbegeleiding om zijn cijfers op te krikken. ‘Ik ben nu echt te moe. Ik ben twee keer te laat gekomen omdat ik me verslapen had. En als je te laat komt, moet je ook nog de volgende dag om acht uur vegen.’

De oplossingen die de psycholoog heeft aangedragen, ziet hij niet zo zitten. Met zijn ouders praten helpt niet, negatieve gedachten vervangen door positieve helpt niet. Hij stopt zijn handen in zijn zakken en verzucht: ­‘Eigenlijk denk ik dat het pas overgaat als ik uit huis ben.’n

De namen en gezinssituaties van de leerlingen zijn gefingeerd.

auteur

Heleen Peverelli

» profiel van Heleen Peverelli

Dit vind je misschien ook interessant

Artikel

Ontspoorde pubers

Psychologie Magazine neemt de kenners van het menselijk gedrag mee naar de bioscoop. Deze maand is d...
Lees verder
Artikel

Ontspoorde pubers

Psychologie Magazine neemt de kenners van het menselijk gedrag mee naar de bioscoop. Deze maand is d...
Lees verder
Branded content

Mini-cursus: gelukkig door klein geluk

Een lekker stukje chocolade, een compliment van een lieve collega - juist die kleine geluksmomenten ...
Lees verder
Branded content

Mini-cursus: gelukkig door klein geluk

Een lekker stukje chocolade, een compliment van een lieve collega - juist die kleine geluksmomenten ...
Lees verder
Advies

Ik wil positieve feedback

Klinisch psycholoog en HSP-expert Elke van Hoof en Esther Bergsma, onderzoeker, HSP-coach en schrijv...
Lees verder
Advies

Ik wil positieve feedback

Klinisch psycholoog en HSP-expert Elke van Hoof en Esther Bergsma, onderzoeker, HSP-coach en schrijv...
Lees verder
Verhaal

Waarom blowen zo slecht is voor het puberbrein

Kan geen kwaad, een jointje roken? Voor pubers wel, zo concludeert een Nederlandse onderzoeker. Zelf...
Lees verder
Advies

Mijn man kiest altijd voor zijn zoon

Studiestress, ruzie met je ouders – heel gewone puberkwesties zijn het soms, waar leerlingen mee a...
Lees verder
Kort

Slaapprobleem maakt puber drankzuchtig

Studiestress, ruzie met je ouders – heel gewone puberkwesties zijn het soms, waar leerlingen mee a...
Lees verder
Interview

Kind kwijt

Een nachtmerriescenario voor iedere ouder: hun jongvolwassen zoon of dochter kwam in aanraking met e...
Lees verder
Artikel

De mythe van de levenscrisis

Heb je de puberteit net gehad, dreigt de quarterlifecrisis. En ben je die te boven, dan hangt de mid...
Lees verder
Artikel

Help, mijn dochter is een influencer en we hebben vaak ruzie

Dat een 13-jarige buitenproportionele eisen kan stellen, weet elke puberouder – bijvoorbeeld als e...
Lees verder