‘Doordat ik steeds een deel van mezelf laat zien, vraag ik me weleens af wie ik ben’

Mark (26) is geboren in Kenia en afwisselend in Oeganda en Nederland opgegroeid. Op zijn 13e verhuisde hij terug naar Nederland.

Laat familiepatronen los – maak je eigen keuzes
Training

Laat familiepatronen los – maak je eigen keuzes

  • Herken én doorbreek je belemmerende familiepatronen
  • Ontdek hoe je je eigen pad kunt bewandelen en voel je vrijer
  • Inspirerende video’s en opdrachten onder begeleiding van een contextueel therapeut
  • Gratis special: 'Je plek in de familie' t.w.v. €9,95
Bekijk de training
Nu maar
€ 69,-

‘Ik voel me overal en nergens thuis; met name bij mensen met eenzelfde soort verhaal, die begrijpen waar mijn rusteloosheid vandaan komt. Dat zijn eigenlijk vooral mijn broer en zus.

Het gezin waarin ik ben opgegroeid brengt standvastigheid in mijn onrustige leven. Ik heb een drang naar spanning en avontuur. Soms dwing ik mezelf langer op één plaats te blijven om relaties de ruimte te geven.

Op een nieuwe plek trek ik snel een ander jasje aan. Ik heb een groot analytisch en observerend vermogen, waardoor ik snel kan integreren. Maar doordat ik steeds een deel van mezelf laat zien, vraag ik me weleens af wie ik ben.

Mijn specifieke jeugd maakte me soms eenzaam, juist onder mensen die er hetzelfde uitzagen als ik. Als mensen vragen waar ik vandaan kom, stamel ik: “Mijn ouders komen uit Groningen. Maar ik heb ook tien jaar in Oost-Afrika gewoond.”

Ik heb een eigen cultuur ontwikkeld die een mengelmoes is van die van mijn ouders, van plekken waar ik heb gewoond en van mensen die ik heb ontmoet. Een respectvolle omgang zonder bijbedoelingen vind ik belangrijk; dat je elkaar ziet als méns.

Oeganda was een vormende periode. We leefden veel buiten en zo ontstond mijn liefde voor de natuur. Die is daar zo immens en allesomvattend dat ik me heel nederig, klein en gelukkig voelde omdat ik er deel van uitmaakte.

In Oeganda zijn goede gezondheid en werk geen gegeven, waardoor ik inzie hoeveel ongelijkheid er is. En ik besef hoe bevoorrecht ik ben als blanke, hetero-seksuele man met een Nederlands paspoort.

Op dit moment houd ik me bezig met duurzame landbouw in Malawi, maar ik moet iets met die kloof die ik van dichtbij heb ervaren. Ik weet alleen nog niet precies wat. Ik waai mee met de wind. Doordat in Afrika alles anders gaat dan verwacht, vind ik rust in loslaten.’

‘Op die Libische school hoefde ik ineens niets meer uit te leggen’

Enaam (28) is geboren in Nederland. Op haar 15e verhuisde ze voor twee jaar naar Libië, waar haar ouders vandaan komen.

‘In Libië is educatie belangrijk. Drie keer per week kregen we na school Libisch onderwijs over de Arabische taal en de Koran. Ik voelde prestatiedruk, maar genoot ook van de kennis die ik opdeed over de wereld.

Binnen de Libische cultuur wordt van vrouwen verwacht dat ze goede moeders en huisvrouwen zijn. Dus moest ik helpen in huis en mijn broers niet. Dat vond ik onrechtvaardig, ook omdat dat in de Nederlandse cultuur anders is. Ik heb daarover veel met mijn ouders gediscussieerd.

Ze stonden open voor mijn mening, maar uiteindelijk moest ik toch luisteren. Daardoor ben ik me erg bewust van de rol van vrouwen, wat ik meeneem in mijn werk als innovatiemanager en als VN-vrouwenvertegenwoordiger.

Zulke verschillen maakten het opgroeien tussen twee culturen ingewikkeld; het was altijd schipperen. Inmiddels zie ik het als een verrijking dat ik van beide kanten dingen heb meegekregen.

Vanuit de islam leerde ik dat de wereld groter is dan mijzelf. Daarnaast omarm ik het Nederlandse individualisme, omdat het soms gezond is te kiezen voor wat ik belangrijk vind.

Nu botsen die twee werelden niet meer, wel toen ik nog balans daartussen zocht. Zo heb ik moeten leren dat ik me soms even moet terugtrekken uit een grote groep om tot rust te komen, wat in de Libische cultuur heel raar is.

Toen ik naar een internationale school in Libië ging, voelde ik me voor het eerst thuis en comfortabel bij anderen. Eerder paste ik nergens helemaal bij. Ik moest steeds uitleggen waarom ik geen alcohol dronk en een zesje niet genoeg vond.

Training Ontspannen opvoeden
Training

Training Ontspannen opvoeden

  • Ontdek hoe je als ouder positief en relaxed blijft
  • Omgaan met de emoties van je kind
  • Voor ouders met kinderen in de basisschoolleeftijd
Bekijk de training
Nu maar
€ 79,-

Op die school hoefde ik niks uit te leggen en ervoer ik dat er mensen zijn die op mij lijken, omdat zij ook verschillende culturele achtergronden hebben. Sinds die periode voel ik me thuis bij mensen, niet op een plek of in één cultuur.’

‘Ik ben veel vriendjes verloren. Zulk verdriet wil ik nooit meer voelen’

Alberto (38) is op zijn 8e uit voormalig Joegoslavië gevlucht met zijn ouders, oma en zusje. Hij heeft een Nederlandse vrouw en twee kinderen.

‘Ik heb geen trauma’s van de oorlog, wel van toen ik net in Nederland aankwam. In het eerste azc kreeg ik zelfmoordneigingen. Ik voelde me er echt niet thuis. Het was er koud en kil en ik miste Joegoslavië.

Op school had ik het moeilijk omdat ik me anders voelde en de taal niet kende. Daarom werd Nederlands leren mijn grootste focus.

Hoewel ik met iedereen snel verbinding maak, lukt het me nog steeds niet om langere en diepere vriendschappen te hebben. Misschien heb ik dat nooit geleerd doordat we steeds verhuisden: eerst plotseling uit Joegoslavië, daarna naar drie azc’s binnen twee jaar.

Daardoor ben ik veel vriendjes verloren en zulk verdriet wil ik niet opnieuw voelen. Toch ben ik al sinds mijn 14e samen met mijn vrouw. Ze bood me houvast, rust en een veilige omgeving.

Ik ben trots op wat ik heb bereikt: mijn gezin, ons huis en wat ik doe. Ik ben sociaal muziekwerker voor jongeren en producer van verschillende artiesten. Omdat ik dat niet wil verliezen maak ik veilige keuzes.

Zo heb ik naast de muziek altijd een vaste baan. Dat ben ik verplicht aan mijn vader, die keihard heeft gebikkeld om ons naar een veilig land te brengen.

Binnenkort wil ik terug naar mijn geboorteplaats om te bedanken voor de mooie herinneringen. Voor mijn gevoel ben ik weggetrokken uit een fijn en veilig land; van oorlog merkte ik niets.

Pas in de kantine van een azc zagen we op tv hoe alles werd platgebombardeerd. Ik kijk liever niet achterom naar die nare tijd in de azc’s, maar mijn kinderen willen weten waar ik vandaan kom en ik herinner me steeds meer over vroeger. Zien waar mijn roots liggen zal me helpen die moeilijke periode af te sluiten.’

‘Ik vloog mijn familie om de hals en huilde’

Yara (29) is in Nederland opgegroeid als dochter van een Molukse moeder en een Nederlandse vader.

‘In Indonesië zien ze mij als toerist omdat ik blanker en langer ben en andere kleding draag; hier vraagt iedereen naar mijn andere achtergrond.

Van mijn moeder kreeg ik in mijn opvoeding de Molukse normen en waarden mee, en van mijn vader doorzettingsvermogen en ambitie.

Ik ben trots op mijn Molukse kant en voel me verbonden met de Molukse gemeenschap. We beschermen elkaar, zorgen voor elkaar. Samen staan we sterk.

Die saamhorigheid is versterkt door onze geschiedenis: toen de Nederlandse overheid de Molukkers in 1951 naar Nederland haalde werden ze verspreid over kampen en hadden ze alleen elkaar.

Als puber voelde ik me enkel boos en verdrietig dat onze grootouders hun thuis hebben moeten achterlaten. Nu ben ik ook dankbaar dat we hier wonen en voor de kansen die we krijgen.

Een deel van mijn thuis is op de Molukken, waar nog familie woont. Ik had eerst weinig contact met ze, maar ben ze op mijn 21e gaan opzoeken, na mijn mbo. Toen ik op het vliegveld aankwam voelde ik me meteen thuis.

Waardoor dat kwam weet ik niet, ik hoor het van meer Molukkers. Ik vloog mijn familie om de hals en huilde. Het voelde heel warm, alsof ik ze altijd heb gekend. Eenmaal thuis miste ik ze ontzettend.

Tijdens mijn hbo communicatie besloot ik een half jaar in Jakarta te gaan studeren, ook om de taal te leren en een diepere band op te bouwen. Ik weet nu dat ik daar terecht kan bij mijn familie en er kan aarden, maar ik heb hier mijn leven.

Zo heb ik al lang een Nederlandse vriend. Desondanks sta ik ervoor dat de Molukse cultuur niet verloren gaat. Daarom wil ik later mijn kinderen ook de Molukse normen en waarden en kennis van de geschiedenis meegeven.

Wat ik ze van de Nederlandse cultuur wil meegeven is je mening uiten, iets wat ik zelf meer zou willen kunnen op het werk.’

‘Dat gevoel van thuiskomen wordt steeds minder’

Mike (21) emigreerde met zijn ouders en broertjes naar Italië toen hij 5 was. Hij is mede-eigenaar van het beach resort dat zijn ouders hebben opgezet.

‘Op mijn arm staat het bos van Twello getatoeëerd, vanwege de mooie herinneringen. Als we in Nederland zijn gaan we daar altijd met mijn opa’s en oma’s heen. Vroeger zagen we hen vier keer per week, nu twee keer per jaar. Dat vond ik het moeilijkst aan onze emigratie.

Voor Nederlanders ben ik een Italiaan, voor Italianen een Nederlander. Ik voel me 51 procent Italiaan en 49 procent Nederlander. Doordat ik zo jong emigreerde heb ik, behalve mijn opa’s en oma’s, niet veel achtergelaten.

Maar van mijn ouders heb ik wel veel uit Nederland meegekregen, zelfs hun accent. Ik heb altijd geworsteld met waar ik bij hoorde en waar ik zelf bij wilde horen.

Het was alsof ik twee levens had: in de zomer, als mijn Nederlandse vrienden naar ons beach resort kwamen, leidde ik mijn Nederlandse leven, en de rest van het jaar mijn Italiaanse.

Dat gaf lang een inwendige strijd, want ’s zomers verwaarloosde ik steeds mijn Italiaanse vrienden. Nu zorg ik ervoor dat ik ze allemaal blijf zien.

Ik spreek beter Italiaans dan Nederlands, maar mijn emoties kan ik beter uiten in mijn moedertaal omdat ik dat nooit met Italiaanse vrienden deed.

Toen ik op mijn zestiende depressief was, had ik onder andere online een psycholoog uit Twello met wie ik veel praatte. Ik weet niet of mijn depressie met mijn emigratie te maken had. Nu voel ik me oké, maar soms weet ik nog steeds niet helemaal waar ik bij hoor.

Als we vroeger in de vakanties in Nederland aankwamen voelde ik: ah, ik ben weer thuis. Dat wordt steeds minder, misschien omdat ik nu in Italië echt goede vrienden en een vriendin heb. Voor mij is dat bijzonder, ik vond het altijd moeilijk om hier vrienden te maken.

Pas na mijn depressie en de ziekte van mijn moeder heb ik geleerd wat echte vriendschap inhoudt. Daardoor is mijn plan om terug te emigreren zodra ik 18 was, veranderd. Nu wil ik in de toekomst het beach resort volledig overnemen.’

Bronnen o.a.: D.C. Pollock, R.E. van Reken, Third culture kids. The experience of growing up among worlds, Nicholas Brealey Publishing, 2017 / E.C. Tan e.a., A systematic review of third culture kids empirical research, International Journal of Intercultural Relations, 2021 / R.E. van Reken, Cross Cultural Kids. The new prototype, Writing out of limbo: International childhoods, global nomads and third culture kids, Cambridge Scholars Publishing, 2011 / R.T. Webb e.a., Adverse outcomes to early middle age linked with childhood residential mobility, American journal of preventive medicine, 2016

Alsnog wortelen

Cross cultural kids (CCK’s) worden ze ook wel genoemd: kinderen die een aanzienlijke periode buiten de primaire cultuur of culturen van de ouders opgroeien. Veel van hen worstelen nog jarenlang met de vraag wie ze zijn en waar ze thuishoren.

Deze kinderen kampen vaak met verborgen verschillen tussen henzelf en hun nieuwe sociaal-culturele omgeving: ze zien er hetzelfde uit maar ze voelen zich anders, of andersom. Dat kan leiden tot onrealistische verwachtingen van hun omgeving.

Ruth van Reken, grondlegger van de term CCK en co-auteur van het boek Third culture kids: ‘Gedrag waarvan een kind heeft geleerd dat het goed is, kan in de nieuwe cultuur iets heel anders betekenen. Soms zelfs het tegenovergestelde. En dat brengt heel wat teweeg: schaamte, eenzaamheid, het gevoel anders te zijn.’

Veel kinderen reageren daarop door zich terug te trekken; willen niets meer over de nieuwe cultuur leren. Of ze passen zich juist overmatig aan, waardoor ze geen sterke identiteit ontwikkelen – en weten dan helemaal niet meer wie ze zijn of waar hun wortels liggen.

De gevolgen kunnen groot zijn: uit onderzoek blijkt dat CCK’s op volwassen leeftijd relatief vaak last hebben van stress, rusteloosheid en eenzaamheid, maar ook van psychische problemen zoals depressie en angst.

Onverwerkte rouw en verborgen verliezen kunnen een rol spelen bij het ontwikkelen van dit soort klachten, weet expatcoach Anne-Marie Faassen: ‘Dat kan rouw zijn om wat ze gemist hebben, zoals contact met grootouders, of om het leven dat ze niet meer leiden.

En doordat het vroeger pijnlijk was om steeds opnieuw vriendjes kwijt te raken, kunnen ze op latere leeftijd verbinding gaan vermijden. Voordat er een band met iemand ontstaat die een toekomstig verlies kan inhouden, voelen ze al de drang om het contact te verbreken of te verhuizen.’

Van Reken vult aan: ‘De verliezen van deze kinderen worden bovendien vaak niet begrepen omdat die alleen nog in hun hoofd bestaan: taal, geur, favoriete plekken, vriendjes.’

En als de buitenwereld vindt dat je niets te klagen hebt, wordt het gecompliceerd te rouwen om zulke verliezen. Faassen: ‘Veel kinderen voelen dat ze niet moeten zeuren omdat anderen vinden dat ze bevoordeeld zijn met hun levensstijl of de kansen die ze krijgen.’

Natuurlijk kan een crossculturele opvoeding ook voordelen hebben. Volgens Ruth van Reken kijken cross cultural kids minder naar etniciteit, ras en sociaal-economische status, en hebben ze vaak een breed ontwikkeld wereldbeeld.

Als ze hun uitdagingen hebben overwonnen zijn ze, zo blijkt uit onderzoek, vaak toleranter en empathischer, waardoor ze juist sneller hechte vriendschappen aangaan.

Voor CCK’s die met problemen blijven worstelen, is het belangrijk dat ze begrijpen waar hun klachten vandaan komen, benadrukt Faassen. Dat alleen kan al troost bieden. En ook alsnog rouwen om de verliezen werkt helend.

‘Jezelf toestemming geven om verdrietig te zijn om wat je hebt gemist en verloren is heel belangrijk om je weer opnieuw te kunnen binden aan mensen, dingen of plekken.’

Door dat bewustzijn kan een volwassen CCK ervoor kiezen anders met symptomen als rusteloosheid of angst om te gaan. Waar Faassen met veel cliënten aan werkt is om problemen niet uit de weg te gaan, maar op te lossen, wat ze als kind misschien niet geleerd hebben omdat ze al snel weer verhuisden.

‘Ik help ze om toch sociale verbindingen aan te gaan. Niet alleen met gelijkgestemden die begrijpen wat ze hebben doorgemaakt, maar ook met de lokale bevolking.

Door de taal te leren, lid te worden van een club, vrijwilligerswerk te doen of andere activiteiten te ondernemen waardoor ze nieuwe mensen ontmoeten, lukt het om alsnog te wortelen in de cultuur waar ze op dat moment zijn.’