Ik ken een jongen van een jaar of 12 die in zijn leven weinig liefde en waardering heeft gehad. Ooit was hij een ontwapenend grappig, druk kereltje, maar zijn opvoeders waardeerden dat niet. De laatste keer dat ik hem zag, speelde hij computerspelletjes. Hij reageerde onverschillig op anderen, ging als een zombie op in het spel. Treurig bedacht ik dat dit zijn reactie was op zijn omgeving. Door zich terug te trekken en zijn eigen ding te doen, kon hij overleven.

Hoe triest dit voorbeeld ook is, het illustreert het bewonderenswaardige vermogen je aan te passen aan de omstandigheden. Een hond die nooit los mag lopen, berust in zijn lot en houdt op met trekken. Mensen die in de liefde een paar keer hun neus stoten, houden op met ‘wachten op de ware’. Vaak niet van harte, maar uiteindelijk raken ze toch gehecht aan het single-bestaan. Mensen met een mopperende partner of baas worden oostindisch doof. Alles went, ook dingen waarvan je denkt dat je er nooit aan zult wennen. Op den duur vinden we een manier om ons te schikken in ons ‘lot’ en vaak zelfs van de nood een deugd te maken.

Het boeiende is dat dit altijd vanzelf

gebeurt. We besluiten weleens dat we ergens maar aan moeten wennen, of juist dat we dat nooit zullen doen, maar dat heeft geen effect. Een verandering gebeurt onmerkbaar, geleidelijk, vanzelf. Zoals Susan Orlean zegt in de film Adaptation: ‘Verandering is geen keus. Niet voor een soort of een plant, en niet voor mij. Het gebeurt en dan ben je anders.’ Deze film laat prachtig zien dat evolutie niet alleen van toepassing is op soorten, maar ook op individuele exemplaren. Een plant die in een donkere hoek ontkiemt zal scheefgroeien, naar het licht.

Evenzo merk je soms als mens dat je je hebt aangepast en geschikt. Dat was niet je plan, je merkt opeens dat het gebeurd is. Op alle mogelijke manieren groeien we scheef. Soms worden we daar mooier van, soms lelijker, dat doet er niet toe. Evolutie heeft geen doel: het leidt er niet toe dat we beter worden, alleen dat we beter zijn aangepast aan onze situatie. Survival of the fittest betekent niet dat de sterkste overleeft, maar degene die het beste past (fit) bij de omgeving, dus die zich het best aanpast aan de omstandigheden – het best geschikt is. Naargelang de omstandigheden waarin mensen opgroeien gaan ze zich verschansen in hun eigen wereldje, of knokken en stoer doen, of een beroep doen op anderen om hen te redden – wat dan ook: het zijn adaptieve reacties op hun omstandigheden.

John Laroche zegt in Adaptation dat hij zo van planten houdt vanwege hun vermogen te veranderen. ‘Adaptatie is zo’n wezenlijk proces. Het betekent dat je erachter komt hoe je tot bloei komt in de wereld.’ Eigenlijk is dat de uitdaging van het leven waar we allemaal voor staan. Maar omdat adaptatie vanzelf gaat, lijkt het soms onmogelijk daar zelf een sturende rol in te spelen. We kunnen niet doelbewust regisseren wanneer en in welke richting we ons aanpassen. Maar anders dan een plant kunnen we zelf onze omgeving – baan, vrienden, partner – kiezen en daarmee andere omstandigheden scheppen. De rest gaat vanzelf.

Roos Vonk is hoogleraar psychologie aan de Radboud Universiteit Nijmegen, auteur en managementconsultant. (www.roosvonk.nl)[/wpgpremiumcontent]