De term komt tenslotte uit het dieronderzoek, alhoewel de betekenis in de mensenmaatschappij jammer genoeg is verschoven richting ‘vrouw met grote waffel’, ‘mannenvreter’, ‘meedogenloos wijf’ enzovoorts. In mijn vakgebied betekent alfavrouw echter gewoon hetzelfde als alfaman: het hoogstgeplaatste individu van een gegeven geslacht.

De meest imponerende alfavrouw die ik heb gekend was Mama, zo genoemd vanwege haar moederlijke houding. Ze zwaait nog steeds de scepter over de chimpanseekolonie van Burgers’ Zoo. Ze is niet dominant over de mannen, althans niet fysiek. Wanneer een man met alle haren overeind afstormt op een vrouw, is hij gewoon niet te stoppen. Mannen kunnen gewelddadig worden, en de vrouwen moeten gewoon wachten tot ze wat gekalmeerd zijn.

Mama was machtig op een andere manier. Niemand kon om haar heen, ook de topmannen niet. Ik heb situaties gezien waarin mannen hun onderlinge conflicten niet konden bijleggen en richting Mama renden, waar ze dan zaten, ieder in een arm van deze omvangrijke dame, krijsend tegen elkaar, maar kennelijk blij een neutrale figuur tussen hen in te

hebben.

Het is voor apenvrouwen heel natuurlijk om hun familie vóór alles te plaatsen, maar voor een politieke leidster is dat onvoldoende. Een goede alfavrouw kijkt verder dan haar kleine kring. Ze staat boven de partijen, speelt een verzoenende rol, en heeft een groot deel van de gemeenschap achter zich. De ideale alfavrouw mist eigenschappen die destabiliserend werken. Ze is niet zo jong of zo aantrekkelijk dat ze seksuele concurrentie onder mannen oproept, of dat andere vrouwen haar als rivale zien.

Terwijl een hoge leeftijd voor mannen een nadeel is, aangezien hun hiërarchie deels is gebaseerd op uithoudingsvermogen en intimiderende praktijken, is het voor vrouwen een voordeel. Hun positie wordt vooral bepaald door leeftijd en karakter. Zetten we in de dierentuin twee vreemde apenvrouwen bij elkaar, dan wordt de dominantierelatie meestal op het eerste gezicht bepaald: de ene vrouw loopt op de andere af, die ander toont zich onderdanig, en voor de rest van hun leven ligt die relatie vast. Bij mannen gaat zoiets niet zonder een gevecht, en bovendien blijft hun dominantierelatie omkeerbaar – bijvoorbeeld als een van de twee te oud wordt om zijn positie te verdedigen.

Dus toen ontwerpster Donatella Versace Hillary Clinton aanraadde om vaker jurken in plaats van broeken te gaan dragen, zodat ze er wat vrouwelijker uit zou zien, gaf ze slecht advies. Aantrekkelijkheid geeft mogelijk seksuele macht, maar voor politieke macht is dit een wankele basis. Typische alfavrouwen als Indira Gandhi, Margaret Thatcher en Angela Merkel, zijn post-reproductief. Omgekeerd maakt hoge status een vrouw ook niet aantrekkelijker – terwijl dat wel zo werkt bij mannen.

Het beste advies dat ik kan geven aan een vrouwelijke kandidaat is dat ze, net als de alfavrouwen die ik heb gekend, voor vrouwen opkomt en alle vrouwen achter zich krijgt. Dat geeft haar het soort van machtsblok waarvan mannen onder de indruk zijn.[/wpgpremiumcontent]