‘Minka, wat heb je dit slecht geregeld!’ We staan op de trein te wachten. Het is 8.40 uur. Over een uur vertrekt ons vliegtuig naar Milaan. De gate sluit om 9.05 uur. En daar zijn we nog lang niet. ‘We redden het heus wel,’ sus ik. Briesend stapt Sem om me heen. Ik kijk op mijn horloge – had ik misschien eerder moeten doen? – en realiseer me dat hij gelijk heeft. We gaan het nooit redden.

Met pijn in mijn buik stap ik de trein in. Twintig minuten later rennen we sjouwend met te zware tassen door de douane. Mijn T-shirt plakt aan mijn rug. Paspoort, instapkaart laten zien. Controle. Riem uit, armbanden af. O, laarzen ook uit? Ja, ook uit. En dan alles weer aan. Sjorren aan riem, trekken aan schoenen. En weer rennen. ‘Sorry, ik had me vergist in de tijd,’ roep ik hijgend tegen zijn rug.

We zijn een stel. Sem en ik. Dertien jaar samen. Acht jaar getrouwd. Tien jaar samenwonend. Een gezellig rommelig appartementje met twee kindjes. Ons leven wordt beheerst door lunchdoosjes maken, het spitsuur en teksten als ‘Doe nou je jas aan!’ ‘Nog één hapje’ en ‘Doe jij boodschappen vandaag?

‘ Fietsen met voor- en achterzitjes. Een stel met gemiddeld inkomen en kinderen in de basisschoolleeftijd, zo zou het cbs ons omschrijven. Leeftijd: tussen de 35 en 44 jaar. Het cbs ontdekte dat echtparen in precies die levensfase relatief het meest scheiden. En uit Harvard-onderzoek bleek dat koppels met kinderen 7 procent minder gelukkig zijn dan kinderloze stellen. En dat hebben ook wij gemerkt.

Onze relatie loopt tussen de bedrijven door: van kinderen naar school brengen, werken, koken, samen op de bank ploffen, tv aan, pc aan, boek lezen in bed, tot ‘Heb jij de wekker al gezet?’ We hebben het samen gezellig en gemakkelijk. Misschien té gemakkelijk. Tijd voor een lang gesprek over onze relatie? Die maken we niet. We praten over ons dagelijks leven. ‘Wat heb jij gedaan vandaag?’ ‘O, leuk.’ Of we hebben het over andere mensen. Maar hoe gaat het met óns? Aan dat gesprek beginnen we niet.

Het gesprek dat ik wel begin, standaard één keer per maand, is mijn klaagzang om aandacht: ‘Je moet me vaker mee uit nemen en ik wil meer knuffels.’ En, precies volgens scenario, raakt hij dan geïrriteerd. Verder komen we niet. Waarom kunnen we het daar niet over hebben? Waarom wekt mijn vraag zoveel irritatie op en hoe lossen we dit probleem samen op?

Die vragen heb ik ingevuld als aandachtspunten voor relatietherapeute Blanca van den Brand. Ze biedt een driedaagse ‘liefdesretraite’ voor twee aan in de Italiaanse Alpen, waar ze met haar gezin naartoe is geëmigreerd. Daar in de bergen verwachten we de tijd te vinden voor onze moeilijke gesprekken. Maar dan moeten we wel eerst ons vliegtuig naar Milaan halen. Zwetend rennen we naar de gate.

Een engel in de bergwei

Ons vliegtuig stijgt op. Wat zal Italië ons de komende dagen brengen? vraag ik me af. Er zal toch geen gapend gat tussen ons groeien? In onze tropenjaren met twee baby’s hebben we ons al eens aan relatietherapie gewaagd. Maar die paar sessies hadden als gevolg dat onze ruzies werden uitvergroot in plaats van opgelost. De sfeer in huis was om te snijden. Dus eng vinden we dit wel.

Maar Van den Brands manier van werken heeft ons vertrouwen gewekt. Ze zegt er niet op uit te zijn een koppel op freudiaanse wijze te ontleden. Ze zoekt naar voor de hand liggende oplossingen om een relatie in het dagelijks leven naar een hoger niveau te tillen. Als het goed is gaan we over drie dagen naar huis met allebei een eigen setje opdrachten waarmee we de ander en onze relatie gelukkiger kunnen maken.

Een gehuurd hip wit Fiatje 500 brengt ons van Milaan naar de Italiaanse Alpen. In het gehucht Alagna eindigt de weg en begint het Monte Rosa-massief, de natuurlijke grens tussen Italië en Zwitserland. Alagna heeft houten huizen, een kerkje, vijf winkeltjes, een skilift. Hier en daar kuiert of tuiniert een van de 450 bewoners. Kinderen spelen een potje voetbal op een Heidi-weide. En door dat alles heen klinkt donderend geluid – niet van een snelweg, maar van een bergrivier.

We parkeren voor hotel Montagne di Luce, een houten huis met puntdak en bloembakken aan de balkons, en een terras aan een groene bergwei. Geen mens te zien. We trekken aan de voordeur: potdicht. ‘Buon giorno,’ roep ik. Is dit wel het goede adres?

Maar dan: ‘Hallooo!’, achter ons. Als we ons omdraaien zien we de verlossing op ons af komen: gouden laarzen, gouden jurk, gouden haarband. Daar stapt een engel op cowboylaarzen door de wei. ‘Welkom!’ roept ze. Drie zoenen. ‘De hoteleigenaar is nog even in de supermarkt,’ met een onvervalste zachte g. ‘Ik ben Blanca.’

Elkaar vrijheid gunnen

Relatietherapeute Blanca van den Brand werd dankzij haar boeken De liefde bedrijven met de kleren aan en De kunst van het beminnen een beetje een bekende Nederlander. In tv-programma’s als Pauw & Witteman en eo’s 40 dagen zonder seks maakte ze haar opwachting. Een ‘pastoor op naaldhakken’, zo omschrijven de media haar, want ze steekt haar moraal niet onder stoelen of banken. Scheiden? Is ze niet voor, vooral niet als er kinderen in het spel zijn. Partnerruil en vrije relatie? Belemmert een goede verstandhouding. Bij haar wordt de liefde bedreven ‘met de kleren aan’: een stel moet eerst aan elkaars emotionele behoeften voldoen, vindt ze, pas dan wordt het ook echt leuk en interessant in bed.

Na jarenlang onderzoek van vakliteratuur en zelfhulpboeken formuleerde Van den Brand vijf ‘emo­tionele bouwstenen’. Die organiseerde ze in een piramidevorm, met in de basis: aandacht. Daarboven komen acceptatie, respect, waardering, en in het topje van de piramide vrijheid. Samen vormen ze de ‘relatieschijf van vijf’. Met die vijf ingrediënten kan volgens de therapeut elke eenvoudige sterveling van een huis-tuin-en-keukenrelatie een ‘vijfsterrenrelatie’ maken.

Van den Brand baseerde zich in haar theorie­vorming op de ‘behoeftenhiërarchie’ van Maslow; daarin moet ieder mens eerst voldoen aan bepaalde basisbehoeften voordat hij een treetje opschuift naar een hoger behoefteniveau. De basis van zijn piramide is ‘lichamelijke behoefte’, in de top staat ‘zelfontplooiing’.

Bij Van den Brand is ‘vrijheid’ het hoogst haalbare goed. Maar die vrijheid kan volgens haar pas worden bereikt als eerst aan de onderste vier bouwstenen wordt gewerkt: ‘Door elkaar aandacht, ­acceptatie, respect en waardering te geven groeit het wederzijds vertrouwen. En dan kun je elkaar pas echt vrij laten. Veel mensen eisen vrijheid op in een relatie, zonder die eerste vier waarden aandacht te geven. Maar als je alleen voor jezelf kiest in een relatie, ga je je schuldig voelen. Een relatie is een constante wisselwerking tussen geven en gunnen. Als het in de basis goed zit, dan gun je elkaar alles: doe gerust wat je wilt, ik heb het volste vertrouwen dat je met hernieuwd enthousiasme bij me terugkeert. Dan durf je prima te zeggen: vandaag even niet, morgen ben je de eerste.’

Mooie woorden van onze pastoor in het goud. Maar zij heeft makkelijk praten, want zij heeft die vijfsterrenrelatie al, zoals ze zelf zegt. Hoeveel sterren zouden wij hebben? Toch wel vier? vraag ik me stiekem af. En hoe kunnen we toe werken naar Blanca’s vijf sterren?

Daar zullen we pas morgen in onze eerste therapiedag achter komen. Nu mogen we bijkomen van de reis. We ontmoeten Van den Brands echtgenoot en dorps-huisarts Raymond, die met zijn twee kindertjes de moestuin voor hun huis bewerkt. ‘Welkom!’ roept Raymond en deelt een zoen uit. Hij en Blanca weten hoe ze iemand moeten ontvangen. Het is alsof we zijn aangekomen bij onze beste vrienden.

Gepieker in de badkamer

’s Nachts in het hotel kan ik niet slapen. De waarschuwingen van thuisblijvers gonzen door mijn hoofd. ‘Pas op!’ ‘Wie weet waar je achter komt!’ Alsof ik met een vreemde in therapie ben gegaan. Met mijn opschrijfboekje zit ik in het holst van de nacht op de wc. Aan de andere kant van de deur ligt Sem rustig te slapen. Intussen probeer ik onder het badkamerlicht mijn wirwar aan piekergedachten te ontrafelen. Morgen moeten we de ‘relatieschijf-van-vijf-vragenlijst’ ingevuld hebben. Zeventig stellingen die ik met ‘juist’ of ‘onjuist’ moet kwalificeren. Ik begin met aankruisen:

1. Bij mijn partner kan ik helemaal mezelf zijn. Juist of onjuist? ‘Juist.’

2. Geregeld spreken wij onze dankbaarheid naar elkaar uit. ‘Onjuist.’

3. Wij kunnen samen niet goed praten over onze emoties. ‘Juist.’

Sem ligt nog in bed als ik de volgende ochtend in de spiegel kijk en de wallen onder mijn ogen inspecteer. Schijnbaar terloops probeer ik een gesprek te beginnen, in de lijn van Blanca’s leer. Ik steek van wal om Sem mijn wensen voor mijn emotionele behoefte ‘aandacht’ te verduidelijken. ‘Het lijkt me bijvoorbeeld heel fijn als je me vaker een kus geeft, of af en toe een massage.’ Geen goede timing. Jammerlijk eindigt ons gesprek in onze traditionele irritatie. Wat zal de relatietherapeut er straks over gaan zeggen?

Het is ook nooit goed

Onze eerste sessie is gepland in het bergdorp Otro, waar je alleen te voet kunt komen. Blanca en Sem lopen vlak voor me de berg op. Diep in gesprek. Zouden ze het hebben over onze ruzie? Af en toe vang ik een paar woorden op. ‘Zij doet dan…’ Ik wil alles horen. Het voelt wat onzeker en eng, te weten dat ze misschien wel over mij praten. Ik wil het juist niet horen. Ik besluit mijn pas te vertragen. Gelukkig is Raymond er ook, en naast hem klim ik verder omhoog. ‘Hoeveel patiënten heb je in het dorp?’ vraag ik.

Boven in het bergdorp, bewoond door wat geiten en herders, schuiven we aan een houten picknicktafel. Om ons heen dendert de rivier door, vogeltjes tortelen, krekels sjirpen. De weiden geuren naar pas gemaaid gras. ‘Welcome to my office!’ roept Blanca. ‘Ik hoor dat jullie ruzie hadden vanmorgen. Mooi, dan hebben we meteen een onderwerp.’

Ik zeg: ‘Ik vroeg Sem of hij me vaker wilde verwennen met een kus, knuffel of massage. En toen raakte hij geïrriteerd. Daar schrik ik dan zo van.’

‘Oké. Wat vind jij daarvan, Sem?’ vraagt Van den Brand.

Sem: ‘Ik doe zo mijn best om de perfecte man te zijn. En dan kom jij weer met verwijten. Het is nooit goed genoeg, zo voelt het. Dat is frustrerend.’

Ik: ‘Maar ik bedoelde het niet als verwijt.’

Sem reageert: ‘Nee, dat begrijp ik nu. Onderweg heeft Blanca me net geweldig advies gegeven: namelijk dat het heel goed is als je iets voor de ander doet, maar dan moet je wel zeker weten dat dat ook goed aanslaat. Bijvoorbeeld als ik elke dag een bos rozen voor je meeneem, maar dan blijkt dat jij rozen haat. Mijn reactie is dan: ik doe zo mijn best, en nu is het weer niet goed! Kortom: je moet wel zorgvuldig uitzoeken wat je doet voor de ander. En ernaar vragen: wat zou jij willen? Dan doe ik het voor je.’

Je eigen geluksformule

Van den Brand legt uit: ‘In een relatie moet je eerst voor jezelf duidelijk krijgen wat je wél zou willen. Om vervolgens die wensen zo over te brengen dat de ander ook echt zin krijgt om ze te gaan vervullen. Dan moet je duidelijk laten merken dat je dankbaar en blij bent met zijn of haar inzet. Zodat de ander geënthousiasmeerd blijft om hetzelfde gedrag te vertonen. En in ruil geef jíj dat waar de ander weer blij van wordt. Als je dat voor elkaar krijgt, dan ben je oprecht lekker bezig.’

Een soort ruilhandel dus: je doet allebei iets voor de ander en beloont elkaar. De beloningscentra in ons beider hersenen zullen vrolijk gaan spinnen. En zo zet je een positieve vicieuze cirkel in werking. Klinkt helder en aannemelijk. Je moet het alleen wel gaan doen, en ook blíjven doen. Maar waarom raakt Sem zo geïrriteerd als ik om aandacht vraag?

‘Jullie interpreteren elkaar allebei,’ is de analyse van Van den Brand. ‘Jij interpreteert, Sem, als Minka tegen jou zegt dat ze het fijn zou vinden als jij haar mee uit neemt. Dan reageer je boos, want je voelt je bevestigd in jouw angst dat je het niet goed doet. Maar haar vraag is niet als verwijt bedoeld, maar als suggestie. En Minka, jij bent bang voor zijn boosheid. Maar onder Sems boosheid hóúdt hij gewoon van jou. Jullie voelen je allebei gekwetst. Je kunt ervan uitgaan dat jullie allebei het beste met elkaar voor hebben. Hij bedoelt niet dat jij een zeikwijf bent, en zij niet dat jij een lamme haas bent die niets doet. ‘

Ik ben geen zeikwijf, hij geen lamme haas. Die analyse kunnen we meenemen. En we mogen het elkaar van Van den Brand regelmatig laten weten. Ik mag Sem meer complimenten en waardering geven, en hij mij een kus en een knuffel. Heel simpel eigenlijk. Na twee uur praten zijn we niet verder van elkaar verwijderd, maar juist dichter bij elkaar gekomen. We hebben de naald van onze langspeelplaat over ons groefje heen weten te zetten. En nu kunnen we verder.

Allebei krijgen we een opdracht mee. We moeten de ‘gouden geluksformule’ invullen. Een vragenlijst die ons helpt te bedenken wat de ander voor ons kan doen op de gebieden van aandacht, acceptatie, respect en waardering. ‘Wat kan jouw partner doen zodat jij je (meer) gezien, gehoord en geliefd voelt? Aan wat voor aandacht heb jij behoefte? Bijvoorbeeld: gesprek, lichamelijk contact, troost, zoen.’ En: ‘Hoe ziet een dag eruit zoals je die met je partner zou willen doorbrengen, als jij het alleen voor het zeggen had?’

’s Avonds in het dorp liggen we in ligstoelen naast elkaar, in een intieme, door kaarsen verlichte privé-spa. De volgende dag maken we een stiltewandeling met Raymond, die naast zijn werk als dorpsarts ook professioneel acupuncturist is en hobby-berggids. ‘Adem de frisse berglucht in… adem uit en laat de stress los’, geeft hij ons mee. Sem houdt niet zo van ‘het zweverige’. Maar even later loopt ook hij geconcentreerd over het bergpaadje naar boven. Adem in, adem uit.

Terug zonder stress

Met fris geademde hoofden beginnen we allebei aan ons een-op-eengesprek met de relatietherapeut. Niet in de natuur dit keer, maar in designhotel San Rocco. Witte strakke ontwerpen vullen de zalen van het negentiende-eeuwse landhuis. In je ouwe vodje wil je hier niet rondlopen; gelukkig had ik in mijn te zware tas ook nog een jurkje gepropt. In mijn therapiegesprek geeft Van den Brand me mijn persoonlijke ‘menukaart’, gebaseerd op de informatie uit Sems ‘gouden geluksformule’. Dit wordt mijn werkplan: vijf stappen waarmee ik het contact tussen ons kan verbeteren.

‘Luister voordat je reageert’ staat erop. ‘Verzacht in plaats van verhard.’ En ook: ‘Jullie verschillen zijn niet tegenstrijdig, maar juist complementair.’ En de leukste opdracht: Sem volop complimentjes geven en waarderen. Dat is niet moeilijk.

In het chique designhotel is ook het laatste diner gepland, onze ‘bonte avond’. Een ontspannen etentje met Blanca en Raymond, twee mensen bij wie we ons thuis zijn gaan voelen.

De volgende dag gaan we naar het vliegveld. Alle tijd dit keer. Sem heeft nu de planning gemaakt, naar het gebod van Van den Brand: ‘Een verschil hoeft geen geschil te worden.’ Normaal kom ik overal te laat aankakken en is hij op de minuut. Maar dat hoeft dus niet steevast tot ruzie te leiden, we kunnen elkaars leemtes aanvullen. Dus dit keer rennen we niet als dolle ezeltjes met volbeladen, natte ruggen. We checken in, drinken koffie in een cafeetje. Achterover leunend in mijn stoel neem ik een hap van mijn croissantje. Ik steek mijn duim op naar Sem. ‘Goed geregeld,’ complimenteer ik hem met volle mond. Hij lacht: ‘Dankjewel.’ En zwaait een handkus mijn kant op.

Relatieweekend met korting!

Ook toe aan drie dagen wandelen, dineren, slapen en relatiegesprekken in de Italiaanse ­Alpen? Als lezer krijgt u € 100,- korting op een liefdesretraite bij therapeute Blanca van den Brand. Stellen betalen geen € 995,-, maar € 895,- inclusief 2 overnachtingen, 2x ontbijt en diner, plus een aantal therapiesessies. Meer informatie en aanmelden: www.insightorout.nl (klik op ‘retraites’).

Relatieadvies thuis? Als plusabonnees kunt u een vraag voorleggen aan Blanca van den Brand: ga naar ­psychologiemagazine.nl/vraagadvies