‘Minka, wat heb je dit slecht geregeld!’ We staan op de trein te wachten. Het is 8.40 uur. Over een uur vertrekt ons vliegtuig naar Milaan. De gate sluit om 9.05 uur. En daar zijn we nog lang niet. ‘We redden het heus wel,’ sus ik. Briesend stapt Sem om me heen. Ik kijk op mijn horloge – had ik misschien eerder moeten doen? – en realiseer me dat hij gelijk heeft. We gaan het nooit redden.

Met pijn in mijn buik stap ik de trein in. Twintig minuten later rennen we sjouwend met te zware tassen door de douane. Mijn T-shirt plakt aan mijn rug. Paspoort, instapkaart laten zien. Controle. Riem uit, armbanden af. O, laarzen ook uit? Ja, ook uit. En dan alles weer aan. Sjorren aan riem, trekken aan schoenen. En weer rennen. ‘Sorry, ik had me vergist in de tijd,’ roep ik hijgend tegen zijn rug.

We zijn een stel. Sem en ik. Dertien jaar samen. Acht jaar getrouwd. Tien jaar samenwonend. Een gezellig rommelig appartementje met twee kindjes. Ons leven wordt beheerst door lunchdoosjes maken, het spitsuur en teksten als ‘Doe nou je jas aan!’ ‘Nog één hapje’ en ‘Doe jij boodschappen vandaag?

Log in om verder te lezen.