‘Misschien heb ik een beetje moeite met actie ondernemen,’ beken ik de therapeut. ‘Ik ben begin dertig, maar ik woon nog steeds in een soort studentenkamer.’

Zo vind je een goede coach + maak kans op een gratis coachtraject

Zo vind je een goede coach + maak kans op een gratis coachtraject

Je zou wel meer zelfvertrouwen willen op je werk. Of advies bij je eerste leidinggevende positie. Of...

Lees verder

‘O, maar dat is toch prachtig!’ reageert hij enthousiast. ‘Dat is lekker goedkoop. Dan hou je vast veel geld over om leuke dingen te doen.’

‘Ja, dat is wel zo, maar ik ben die kamer nu toch wel zat.’

‘Word je er depressief van?’

‘Nee, dat nou ook weer niet.’

‘Maar wat is dan het probleem?!’

‘Het begint een beetje klein te worden, soms heb ik echt het gevoel dat de muren op me af komen…’

‘Ik weet wat!’ roept de therapeut. ‘Je bouwt de helft van je kamer vol met dozen. Als je die na een tijdje weghaalt, lijkt het opeens heel groot!’

‘????’

Sukkel

Dit is een heel normaal gesprek. Tenminste, in de spreekkamer van een provocatief therapeut. Terwijl de meeste therapeuten meeknikken, doorvragen naar vroeger en voorzichtig oplossingen aandragen, zou een provocatief therapeut zomaar iets kunnen zeggen als: ‘Leuk bedacht hoor, maar toen je binnenkwam, zag ik al direct dat jou toch niks gaat lukken.’ Zo’n therapeut doet dat niet omdat hij zijn cliënten niet serieus neemt, maar omdat die provocatieve aanpak vaak snelle en goede resultaten geeft.

Training Coach worden: de eerste stap
Training

Training Coach worden: de eerste stap

  • Leer wat coaching is en wat niet
  • Leer de basis van effectieve methodieken
  • Ontdek of je verder wilt leren voor coach
Bekijk de training
Nu maar
150,- incl btw

Het lijkt raar dat een therapievorm waarbij het is toegestaan de cliënt een sukkel te noemen, een positief effect kan hebben. ‘Maar het doel ervan is niet om mensen uit te lachen,’ legt psycholoog en provocatief therapeut Jeffrey Wijnberg uit. Samen met psycholoog Jaap Hollander is hij trainer en ontwikkelaar van de lesmethode Provocatief coachen bij het Instituut voor Eclectische Psychologie in Nijmegen. Ze schreven er een aantal boeken over met titels als De kunst van het kwetsen, Succes is ook niet alles en Zachte heelmeesters.

Provocatieve therapie

Wijnberg: ‘Door te prikkelen en uit te dagen maak je niet de ander belachelijk, maar wél de ideeën waar hij last van heeft. Als provocatief coach speel je advocaat van de duivel: je juicht ongezonde denkstijlen en gedragingen toe, zodat de ander ertegen in opstand komt. Ineens zitten mensen te roepen dat ze wél de moeite waard zijn, dat ze het wél kunnen en dat ze het nu – #@¿¥N§! – écht gaat doen. Dat is het provocatieve principe in actie: als je wilt dat de ezel vooruitgaat, moet je hem aan zijn staart trekken. Mensen zijn veerkrachtiger dan ze lijken: in plaats van ze op sleeptouw te nemen, daagt een provocatief therapeut ze met prikkelende uitspraken uit om zélf actie te ondernemen en oplossingen te bedenken.’

De grondlegger van de provocatieve therapie is de Amerikaanse psychotherapeut Frank Farrelly. Hij ontdekte de methode meer dan veertig jaar geleden min of meer toevallig, tijdens zijn 91ste sessie met de schizofrene Bill. Farrelly had gemerkt dat meelevend begrip, feedback en warme aandacht geven – zoals hij dat tijdens zijn opleiding had geleerd – niet genoeg waren. Bill bleef maar volhouden dat hij waardeloos was, dat hij nooit zou kunnen veranderen en dat zijn leven één lange therapeutische ellende zou blijven.

Uiteindelijk gaf Farrelly het op. In een opwelling zei hij dat ook tegen Bill, en gaf hem zelfs ronduit gelijk: ‘Inderdaad, je bent hopeloos. Bereid je maar voor op een leven lang in allerlei klinieken.’ Wat in negentig sessies niet lukte, gebeurde nu binnen een paar seconden wél. Bill protesteerde: ‘Zo slecht ben ik toch niet, en ik ben echt niet hopeloos!’ Na zes sessies kon Bill de kliniek verlaten. Farrelly kreeg de naam met de lastigste patiënten het meeste succes te boeken.

Draai het eens om

Door Farrelly’s aanpak grondig te bestuderen, vonden Hollander en Wijnberg meer dan vijftig ‘Farrelly-factoren’: gedragingen en uitgangspunten die kenmerkend zijn voor de provocatieve stijl. Bijvoorbeeld in twijfel trekken dat het probleem een probleem is (‘Maar dat is toch juist prachtig?’). Die principes zijn niet alleen handig in de spreekkamer, maar zijn – met enige voorzichtigheid – ook bruikbaar in het ‘echte’ leven. Tegenwoordig zijn mensen vaak enorm opbouwend naar elkaar, vinden Hollander en Wijnberg: ‘”Nou joh, er zijn duizend andere mannen die je willen leren kennen,” zeggen ze, als je vriend het heeft uitgemaakt. Jaja, denk je dan, maar die staan niet op mij te wachten, die willen een jongere, knappere meid.’ Hoe positiever anderen zijn, hoe meer mensen zich gaan afvragen of het niet net andersom is.’

Daarom kun je het beter eens omdraaien: als je niet ‘meegaat’ met het probleem van de ander, maar juist tegengas geeft, levert dat vaak verrassende inzichten op. Hollander: ‘Met vriendelijk en begrijpend luisteren is helemaal niets mis: vaak is dat precies waaraan de ander behoefte heeft. Maar als dat maanden zo doorgaat en niets oplost, kun je ook eens proberen te zeggen wat je écht denkt. Tegen de verlaten vriendin zou je iets kunnen zeggen als: “Maar dat is toch prachtig? Eerst zat je altijd maar samen op die bank, nu word je tenminste weer eens uitgedaagd om je verder te ontwikkelen.”‘

Vind een betrouwbare coach via Coachfinder
Coachfinder

Vind een betrouwbare coach via Coachfinder

Coaching is een belangrijke stap in zelfontwikkeling. Maar de juiste coach vinden blijkt nog niet zo eenvoudig. Coachfinder helpt je in je zoektocht naar een coach die bij je past.

Vind je ideale coach

Kunnen plagen

Maar dat moet je wel durven. En hoe voorkom je dat de ander boos wordt na zo’n uitspraak, en de vriendschap een flinke deuk oploopt? Volgens het basisrecept voor provocatief coachen van Hollander en Wijnberg is, behalve uitdaging, een flinke dosis warmte en humor essentieel. ‘Provocatie zonder warmte en humor voelt al snel als cynisme of gewoon een belediging. Door de ander af en toe aan te raken en op een grappende toon te praten, met een twinkeling in je ogen, voelt die dat je nog steeds achter hem staat.’

Alleen dan kun je ongestraft andere Farrelly-factoren in de strijd gooien, zoals zwakke punten van de ander tot in het belachelijke uitvergroten. Juist dat maakt de provocatieve stijl ook geschikt om bij goede vrienden toe te passen, denkt Jeffrey Wijnberg: ‘Elkaar kunnen plagen is bijna de definitie van een goede vriendschap. Van mensen die heel dicht bij je staan kun je het wel hebben dat ze af en toe een grap maken over je onhebbelijkheden.’ Maar natuurlijk verschilt een gesprek tussen vrienden van een sessie tussen cliënt en therapeut. Hollander: ‘Als therapeut kun je verder gaan, omdat je accepteert dat de ander boos kan worden. Soms lopen cliënten woedend weg, maar dat hoeft niet te betekenen dat de therapie mislukt is: vaak valt het kwartje pas als de woede is gezakt.’

Nog niet wetenschappelijk bewezen

Al geeft provocatieve therapie vaak op korte termijn een omslag in denken en gedrag, zou iemand ‘een sukkel’ noemen op den duur niet toch negatief kunnen uitpakken? ‘De werking van provocatief coachen is tot nu toe nog niet wetenschappelijk bewezen,’ zegt provocatief therapeut Freek Sarink. ‘Hoewel eerder onderzoek voorzichtige aanwijzingen geeft dat paradoxale interventies – dat wil zeggen: symptoomgedrag aanmoedigen, bijvoorbeeld iemand met sociale angst “voorschrijven” om zich nog meer af te zonderen – effectief kunnen zijn om gedrag te veranderen. Maar wel steeds met de opmerking dat er meer onderzoek nodig is met meer verschillende soorten proefpersonen om die resultaten echt hard te maken.’

Sarinks’ eigen plannen om promotieonderzoek te doen naar provocatief coachen strandden, omdat hij geen hoogleraar vond die daar genoeg in thuis was om zijn onderzoek te begeleiden. Over het gebruik van humor in psychotherapie zijn de meningen van onderzoekers verdeeld: zo blijkt het bij cliënten vooral positieve gevoelens op te roepen, terwijl therapeuten er vaak terughoudend mee zijn omdat het als leedvermaak kan worden opgevat.

Bij groot en vers verdriet, zoals vlak na een ontslag of relatiebreuk, raden Hollander en Wijnberg de provocatieve aanpak dan ook af. Maar als mensen maar blijven tobben met een sluimerende onvrede over zichzelf, werk, relaties of het leven in het algemeen, is het wel het proberen waard. En mocht de ander u daarna dankbaar melden dat het beter gaat, dan kunt u ook daar het beste wantrouwend op reageren. Zoals Farrelly zou zeggen: ‘Weet je dat zeker?! Het is vast een tijdelijke terugval naar geestelijke gezondheid.’

Redacteur Saskia Decorte is inmiddels verhuisd naar een groter appartement.

Meer weten over provocatief coachen?

Jeffrey Wijnberg, Zachte heelmeesters. Het einde van de geitenwollensokken-psychologie, Scriptum
Jeffrey Wijnberg en Jaap Hollander, Succes is ook niet alles, Scriptum

Provoceren voor beginners

  1. Luister eerst. Begripvol luisteren is goed. Maar wie hetzelfde nu al voor de zoveelste keer aanhoort, kan de provocatieve aanpak proberen. Die is vooral geschikt voor ‘medium-erge’ problemen, zoals: ‘Ik ben niet tevreden met mijn baan maar weet niet wat ik dan wel wil.’ Belangrijk is dat de ander het probleem ook opgelost wil zien en niet alleen maar graag klaagt. In dat laatste geval is de provocatieve aanpak minder geschikt.
  2. Vertel wat je gaat doen. Maak de ander voor de zekerheid eerst duidelijk wat de aanpak is. Bijvoorbeeld: ‘Ik heb laatst iets gelezen over provocatief coachen. Zo’n coach zou nu zeggen…’ Mocht de ander daar al boos op reageren, dan is er meteen de uitweg: ‘Maar dat zou ik natuurlijk nóóit doen!’
  3. Straal warmte en humor uit. Al is de inhoud van de boodschap nog zo uitdagend, maak met je houding duidelijk dat je de ander steunt: raak diegene af en toe aan, glimlach, breng het als een grap. Zo voelt hij dat je aan zijn kant staat en dat de woorden niet als kritiek of belediging zijn bedoeld. Dat voorkomt dat de relatie beschadigt.
  4. ‘Dat is toch prachtig!’ Ontken dat het probleem überhaupt een probleem is. Noem voordelen van het probleem, of nadelen van de oplossing. Zo raakt de ander uitgedaagd zich te verdedigen (‘Nee, het is helemaal niet prachtig en ik zal het veranderen ook!’), of om het te accepteren: (‘Het valt inderdaad best mee.’)
  5. Dramatiseer. Verplaats je in het probleem van de ander en overdrijf dat meer en meer. Geef absurde verklaringen, draag belachelijke oplossingen aan, vergroot de negatieve kanten van iemands zelfbeeld of dis culturele stereotypen op (‘Onzeker als leidinggevende? Misschien kun je maar beter gewoon huisvrouw worden.’). Dat stimuleert de ander zelf zinnige ideeën en oplossingen te bedenken, en om positiever over zichzelf te praten.

‘En het ergste moet vast nog komen…’

Welke reactie komt er in je op als de ander zijn probleem vertelt? En zou je die normaal gesproken inslikken? Dat is een goede indicatie voor de manier waarop u de ander het beste kunt uitdagen. Let op: warmte en humor zijn onmisbaar om te voorkomen dat het servies straks door de kamer vliegt. Ter inspiratie:

De uitsteller

De vriendin die zichzelf te dik vindt en daarom steeds allerlei leuke activiteiten, zoals een bezoek aan de sauna, afzegt. Want: ‘Ik moet eerst weer een beetje gewicht kwijtraken.’

Reactie:

– ‘Je hebt gelijk, je ziet er monsterlijk uit. Dat kun je al die andere mensen in de sauna echt niet aandoen, die krijgen de schrik van hun leven.’

– ‘Je kunt er ook voor kiezen om een paar kilo te zwaar te zijn en gewoon lekker te eten. Prima toch? Je kunt toch nog door de deur?’

De klager

De vriend die steeds klaagt over zijn vreselijke baas, maar geen actie onderneemt om hem op zijn gedrag aan te spreken of ander werk te zoeken. ‘Want het is zo ingewikkeld allemaal…’

Reactie:

– ‘Heb je er niet aan gedacht om hem een keer op zijn bek te slaan? Waarom niet? Het is toch afschuwelijk wat hij doet?’

– ‘Zo kan het écht niet langer. Wat is zijn nummer? Ik bel hem nú.’

De benadeelde

De vriend die ervan overtuigd is dat anderen het altijd makkelijker hebben. Die anderen hebben tijdens hun studie bijvoorbeeld geld van hun ouders gekregen, terwijl hij erbij moest werken en een achterstand opliep. ‘En daardoor verdien ik nu ook minder…’

Reactie:

– ‘Nu ik erover nadenk: jij staat toch ook altijd in de langste rij van de supermarkt? En als jij met de trein gaat, heeft hij ook altijd vertraging. Dat kan ook eigenlijk geen toeval zijn. Er zit vast een hele organisatie achter.’

– Zing het lied Ik heb een heel zwaar leven van Brigitte Kaandorp: ‘Ik heb een heel zwaar leven; echt heel zwaar; alles is voor mij ontzettend moeilijk.’Zeg vervolgens: ‘Zo is het ook echt, dat zie je goed: sommige mensen hebben een makkelijk leven, maar daar hoor jij nou eenmaal niet bij.’

– ‘En dan denk je dat je het ergste gehad hebt, maar dat moet vast nog komen.’

Moeder Teresa

De klassenmoeder die al het werk op zich neemt, bij het afscheid van de juf en voor traktaties enorm ingewikkelde knutselwerkjes maakt, die aanbiedt dat zij wel even helpt bij het kerstdiner. En dan lijdzaam verzucht: ‘Ik moet ook altijd alles alleen doen.’

Reactie:

– (geschrokken) ‘Maar je bent toch niet van plan om te stoppen?! Wie zou het dan moeten doen? Iedereen rekent op jou!’

– ‘Wat heb je vandaag dan gedaan? Alleen maar een paar kinderen gecontroleerd op luizen? Nou, nou, dat is zwaar!’

– ‘Je ziet er anders nog best uitgerust uit.’