Wie ben je?

‘Toch wel iemand die graag een beetje wil opvallen. Als Amerika-correspondent bij RTL bijvoorbeeld, was het voor mij niet genoeg zomaar “een” tv-journalist te zijn. Ik wilde excelleren, het nét iets anders doen dan op de geijkte manier, en liefst beter. Correspondent in Amerika is een van de mooiste jobs in de journalistiek, dat moet je wel op zó’n manier doen dat je gezien wordt, vind ik. Ooit bleef je als tv-journalist netjes op de achtergrond, maar ik ben “stand-uppers” gaan doen; in iedere reportage verscheen ik even in beeld en meldde me dan af met “Dit was Max Westerman, voor RTL Nieuws, in New York”. Had ik van de Amerikaanse tv afgekeken. Als je dan toch voor de tv werkt, is het wel zo leuk om er ook echt helemáál op te zijn, was mijn idee.

Zolang ik mij kan herinneren, heb ik voor mijn werk geleefd. Altijd voor de volle honderd procent erin. Alles voor het beste item. Al deed ik voor de zoveelste keer de State of the Union, het moest perfect. Een beetje gedeformeerd was ik wel, ik ging bijvoorbeeld alleen naar dingen die ik voor mijn werk kon gebruiken.

Het eerste wat anderen doen als ze in New York komen, is naar het Vrijheidsbeeld gaan, maar ik ging er pas na twaalf jaar heen. Toen was er een verhaal te halen.

Dat komt ook door het virus dat New Yorkers verspreiden: alles is werk, werk, werk, verder besta je er bijna niet. Fantastisch dat je zo wordt gestimuleerd het beste uit jezelf te halen, maar het eist z’n tol. Ik liep altijd te stressen, bijna iedere dag om half één ’s middags had ik deadline. Voor mijn collega’s was ik niet altijd makkelijk; net als van mezelf eiste ik van hen het uiterste. Toch hield ik van dat gevecht; de stress maakte dat ik presteerde. En de waardering die ik van mijn collega’s in Hilversum kreeg, gaf ook een kick.

Het leukst vond ik altijd de items waarmee ik mensen kon doen glimlachen. Ik wilde de kijkers op een serieuze manier informeren over Amerika, maar ik liet ook de extremiteiten zien die het land zo fascinerend maken. Zoals een sheriff die z’n gevangenen kleedt in roze ondergoed en ze opbergt in afgedankte legertenten, of supersize doodskisten voor lijken met overgewicht. Gossiepossietelevisie, schamperden sommige collega’s dan. Irritant hoor, ik deed naast die inkijkjes in de samenleving net zo uitgebreid verslag van de “grote politiek” en maatschappelijke ontwikkelingen als de concurrentie. Maar ook dan probeerde ik de kijkers tijdens het informeren tevens te amuseren. Televisie is een massamedium, je kunt niet louter informatief zijn, als je de mensen niet boeit haken ze af.

Maar goed, ik speel natuurlijk ook graag de artiest. Het zit ín mij dat ik de boel een beetje wil opschudden. Als kind ging ik langs de drukke weg voor ons huis “dood” onder een kleed liggen: zogenaamd aangereden. Heerlijk, die bezorgde buurvrouwen die zich vol ontzetting over me heen bogen. Op school verstopte ik me in een kastje waaruit ik dan een vreemd geluid zat te maken. En de leraar zich maar afvragen waar dat lawaai vandaan kwam. Mijn broer heeft laatst onze jeugdfilmpjes op dvd gezet, daarin zie je ook dat aandachttrekkerige van mij. Voortdurend hang ik de clown uit.

Ik lijk een beetje op de broer van mijn moeder, die heette ook Max. Hij was tandarts en kunstenaar. Ik vond hem helemaal geweldig, hij was lekker speels. In de provotijd zat hij bij een Amsterdamse kunstenaarsbeweging, De Keerkring, een soort anarchistische club. Ze hielden ludieke acties waarmee ze commentaar leverden op de maatschappij. Oom Max was uitvinder van het “fruitorgel” en het “immuunblauw”, dat hij beschreef als de kleur van de oneindigheid, en hij maakte kunst van gebitten: “openbaar kunstgebit”. Hij had zelfs een eigen filosofie, “de deskundologie”, waarmee hij de spot dreef met gewichtigdoenerij. Ik keek tegen hem op, hij had zijn leven origineel en interessant ingericht. Zoiets wilde ik ook, later, als ik groot was.’

Waar geloof je in?

‘Dat je bijna alles kunt bereiken wat je maar wilt: de American dream. M’n grenzeloze ambitie heb ik denk ik van m’n vader. Hij komt uit een eenvoudig boerengezin in Ter Apelkanaal, en richtte een zaak op die hij met keihard buffelen uitbouwde tot een bedrijf met honderd mensen. Hij is inmiddels 85 en gaat nog steeds iedere middag naar kantoor. Als rasechte VVD’er nam hij mij altijd mee naar partijbijeenkomsten. Daar zeiden ze dat je het zélf moet maken in het leven. Ik verslond boeken over de onafhankelijkheid van het individu en de zegeningen van het kapitalisme. Amerika was voor mij het summum: dáár gingen de mensen heen die iets wilden bereiken in het leven. Blijven hangen bij de saaie grachtjes in Utrecht waar wij woonden, zag ik niet zitten. Op mijn kamer hing ik een poster op van de skyline van New York, en al vrij jong las ik Newsweek. Dát wilde ik, ’n stoere journalist zijn die de hele wereld over gaat en goeie verhalen schrijft.

Op m’n achttiende vloog ik naar New York, het beloofde land tegemoet. Ik genoot van de vrijheid, van de anonimiteit die New York je biedt. Tot op de dag van vandaag houd ik van die stad, ik zal er altijd een woning aanhouden, maar ik ben na dertig jaar genuanceerder gaan denken over Amerika. Ik geloof in de gedachte achter het land, maar in de praktijk is het op veel gebieden misgegaan: discriminatie van zwarten, slechte openbare voorzieningen, de macht die steeds meer in handen komt van het grote geld.’

Wat was een keerpunt?

‘Mijn keerpunt ligt niet in het verleden, het gebeurt nú, as we speak. Jarenlang heb ik monomaan de journalistiek nagejaagd, zonder echt een leven daarbuiten te hebben. Tot vorig jaar, toen vond ik het welletjes. Ik was na vijftien jaar klaar met correspondent spelen, wilde het allemaal anders gaan doen. Ik wil mijn privé-leven nu meer aandacht geven, anders komt het er niet meer van. Ik zou graag hobby’s willen en meer met vrienden doen.

Het was een ongelooflijk moeilijke beslissing die baan bij rtl Nieuws op te zeggen. Ik ben namelijk nogal besluiteloos, en veel mensen zeiden: “Niet stoppen, joh, je hebt de leukste baan van de wereld.” Dat ís het ook, maar er zijn wel schaduwkanten die zij niet zagen. Hoe ik in New York iedere ochtend in de kelder van CBS op aftandse apparatuur zat te stressen om m’n items op tijd klaar te hebben. Je krijgt in zo’n baan zelden tijd en middelen om écht mooie dingen te maken. Het moet allemaal voor een appel en een ei. Wat voor mij de doorslag gaf, was dat ik mezelf wil ontwikkelen, andere programma’s met meer diepgang wil maken, en dat kan bij rtl niet; daar zijn ze meer gericht op entertainment, niet op informatieve programma’s.

Ik hoef nu ook niet meer koste wat kost te excelleren, ik heb mezelf nu wel genoeg bewezen, heb geen goedkeuring meer nodig. De voldoening zit voor mij nu meer in het werk zélf. Het afgelopen jaar heb ik in alle rust in Brazilië gezeten om m’n nieuwe boek te schrijven, een uitgebreide terugblik op mijn correspondentschap. Gek genoeg miste ik de kick van het dagelijks op tv zijn niet. Oké, ik wil nog steeds graag een nieuw buitenlandprogramma maken, maar alleen als het kwaliteitstelevisie is. Geen low budget meer.’

Wat zou je willen veranderen?

‘Echt groot verdriet heb ik zelden meegemaakt. Ik ben er altijd een beetje omheen gelopen. Ik heb bijvoorbeeld maar één keer een begrafenis van een familielid bijgewoond, van mijn zwager Ad, vier jaar geleden. Die van oom Max, en van mijn opa’s en oma’s heb ik gemist. Dat was niet bewust, de reden was meer dat ik in New York zat voor m’n werk. Maar misschien was ik ook wel een beetje bang voor de confrontatie met het verdriet.

Weet je, ik huil vrijwel nooit. Ja, met nine eleven heb ik even flink staan janken, en toen na orkaan Katrina de moeders geen eten hadden voor hun baby’s, voelde ik ook tranen in m’n ogen. Maar dat is misschien anders dan persoonlijk verdriet. De belangrijkste mensen in m’n leven – m’n ouders – heb ik bijvoorbeeld nog. Ik denk dat je gelijk hebt als je zegt dat ik een zondagskind ben. Met heel veel dingen is het mij inderdaad altijd voor de wind gegaan in het leven, ook al heb ik er dan hard voor gewerkt.

Begrijp me goed, ik zit niet op grote tegenslagen te wachten, maar ik hoop eerlijk gezegd dat ik de komende jaren ook minder plezierige emoties kan toelaten in mijn leven. Als je die gevoelens echt doormaakt, word je een vollediger mens, en ga je anderen beter begrijpen.’

Hoe is het om ouder te worden?

‘Ik voel me totaal niet oud. Toch begin je je rond je vijftigste te realiseren dat het allemaal eindig is. Ik wil zuinig omspringen met de tijd die ik nog heb: bewust kiezen voor leuke dingen waarin ik mezelf kan ontwikkelen. Ik wil niet meer die voortdurende stress, die hoge verwachtingen van anderen, of de continue prestatiedruk die ik mezelf altijd oplegde. Soms denk ik weleens: “Wat zou er gebeuren als ik geen nieuw programma krijg? Misschien is dat wel goed voor me.” Dan word ik gedwongen m’n leven opnieuw uit te vinden.

Ik ben nu een huis aan het kopen in Amsterdam, maar zou eigenlijk best nog een jaartje naar Brazilië willen om boeken te lezen. Gewoon, mezelf geestelijk verrijken en verruimen. Het afgelopen jaar in Brazilië merkte ik hoe goed het was met mensen om te gaan die me niet via m’n werk kennen. Het zegt hen niks dat ik op tv ben, ze waarderen me om wie ik ben. Ze zijn daar minder met carrière bezig, veel meer met goed leven. Dat komt denk ik doordat het een arm land is: dan heb je minder mogelijkheden en ben je blij met weinig. Ik gaf daar regelmatig een klein feestje. Ik hoefde alleen een paar sixpacks te halen van de kruidenier aan de overkant, een leuk plaatje op te zetten, en de mensen gingen dansen, of praten over dingen die niks met werk te maken hebben. Het tegenovergestelde van New York. Daar verwachten ze ­allerlei fancy hapjes en entertainment, omdat het ene feestje nog beter moet zijn dan het andere.’

Wat heb je geleerd van de liefde?

‘Nog niet genoeg. Professioneel heb ik me prima ontwikkeld, maar wat de liefde betreft heb ik geen fantastisch track record. Waarschijnlijk omdat ik een loner ben en me snel gevangen voel. Maar ook omdat ik nogal eens viel op de verkeerde types. Mijn liefdes hadden vaak dat gevaarlijk losse: een soort volslagen onbezonnenheid. Op alle fronten mijn tegenpolen. Een tijdje ben ik erg verliefd geweest op een jongen die ik geweldig vond omdat hij dat impulsieve had. Maar de andere kant daarvan was dat hij een ontzettende puinzooi van z’n leven maakte.

Toch ziet het er voor Max Westerman niet somber uit, hoor! De laatste tijd merk ik dat mijn smaak aan het veranderen is. Die wordt realistischer, minder extreem. Ik begin geïnteresseerd te raken in mensen met wie ik meer gemeen heb. Het begint er zo langzamerhand op te lijken dat ik in balans kom.’

Onlangs verscheen In alle staten. Het Amerika van Max Westerman, uitgeverij Nieuw Amsterdam, € 14,95[/wpgpremiumcontent]