Kun je je magnetische veld zo versterken dat je een lepel tegen je voorhoofd kunt plakken? Als je het me tevoren had gevraagd, had ik een wenkbrauw opgetrokken. En toch sta ik aan het eind van een weekend Shin-Do met een eetlepel tegen mijn voorhoofd, net als mijn medecursisten. Grapje van de juf, om te demonstreren wat je allemaal kunt met energie.

Shin-Do is gebaseerd op de basisprincipes van oosterse vechtsporten als aikido, en betekent letterlijk ‘de leer van energievelden’. ‘Iedereen heeft een energieveld,’ legt Shin-Do-leraar Sandra Ruben uit. ‘Dat merk je bijvoorbeeld als je ergens binnenkomt na een enorme ruzie. Of als je vóélt dat iemand achter je staat. Dit weekend gaan we leren omgaan met energie, en gaan we onze eigen innerlijke kracht of ki versterken.’ Dat heeft allemaal praktische voordelen, horen we: van overwicht creëren tot voorkomen dat je energie ‘weglekt’ in bepaalde situaties.

‘De Amsterdamse politie krijgt deze training om te leren kracht uit te stralen zonder agressie op te roepen,’ vertelt Ruben. ‘Shin-Do is eigenlijk het geheim achter lichaamstaal.’

Daarmee gaan we twee dagen lang oefenen. We leren hoe je stevig ‘in je kracht kunt staan’ door te ontspannen en de aandacht te richten op je energiepunt, een paar centimeter onder je navel. ‘Stel je een grote oranje sinaasappel voor die in de schaal van je bekken ligt,’ zegt Ruben. ‘Richt daar je aandacht op.’ We oefenen met onze medecursisten en kijken hoe stevig we blijven staan bij een beetje tegendruk. En inderdaad: ik blijk een stuk moeilijker uit mijn evenwicht te duwen als ik ‘in ki sta’. ‘Als je in ki bent en op een druk perron loopt, zul je merken dat iedereen vanzelf voor je opzijgaat,’ belooft Ruben. ‘Je kunt ook heel soepel autorijden in ki.’

We testen elkaar: sta je echt stabiel, of ga je terugduwen met spierkracht als iemand je balans probeert te verstoren? En welke dingen brengen je eigenlijk uit evenwicht?

Niet alleen een duwtje, ook afleiding, negatieve gedachten en onnodige spierspanning kosten energie, leren we. ‘Fronsen bijvoorbeeld, of je armen over elkaar slaan. Ik kauw zelfs geen kauwgum meer: allemaal onnodige spierspanning. Kost je ki.’

Goed energiebeheer steunt op vier principes: focus, ontspanning, een laag zwaartepunt en het uitstralen van ki naar een punt buiten jezelf. We doen een simpele oefening. In tweetallen houden we beurtelings een arm gestrekt, de ander moet proberen die arm te buigen. Mijn oefenpartner is Bas, een boomlange jongen met stralende ogen en handen als bankschroeven. Hij heeft me in een oogwenk dubbelgevouwen. ‘Ga nu eens in je kracht staan,’ zegt de leraar, ‘en voel hoe de energie door je hele arm en je vingers uitstraalt.’ Ik haal diep adem, ontspan, focus op het punt onder mijn navel en strek mijn rechterarm in gedachten uit tot Urk. En wat Bas ook probeert, hij krijgt er geen beweging in. ‘Je zette veel minder kracht nu,’ zeg ik verontwaardigd. Maar zijn vingerafdrukken staan rood in mijn huid.

Er volgen meer spannende oefeningen: je hand wegtrekken onder het gewicht van iemand die erop leunt, bijvoorbeeld. Op spierkracht is dat nauwelijks te doen. Maar concentreer je je op de onderkant van je hand, waar die de grond raakt, dan glijd je als een klontje boter onder je tegenstander uit. Op dezelfde manier kun je aan iemands greep ontsnappen door je arm niet terug te trekken, maar juist mee te geven en ontspannen de weg van de minste weerstand te zoeken.

‘We zijn gewend om conflicten op te lossen door ons te verweren,’ legt Ruben uit. ‘Dat levert alleen maar krachtverlies op. Door in de tegenaanval te gaan, houd je het conflict in stand. Laat los, of kom naar die ander toe, of stuur liefde naar de tegenpartij; dan lost het conflict vanzelf op.’

Wijze woorden, die vragen om een praktijktest. Ik ga er de komende weken mee aan de slag. Thuis voor de spiegel pak ik nog een lepel uit de bestekla. Hij blijft hangen.[/wpgpremiumcontent]