‘De lieve dingen doen we wel,’ zegt George, een forse veertiger met een glimmend kaal hoofd. ‘Lepeltje-lepeltje liggen in bed, tegen elkaar aanhangen op de bank, mee-eters uitknijpen.’
‘Hé, gadverdamme,’ zegt Lisette. George kijkt haar verbaasd aan en vervolgt dan: ‘Nou ja, van die dingen. Masseren, insmeren met zonnebrand. Maar seks, nee.’
‘Al zes jaar niet meer.’ Lisette zet grote ogen op.

‘Alsjeblieft. Zes jaar,’ zeg ik. Ze knikken allebei: Lisette verontwaardigd, George geamuseerd – alsof ik een mop vertel.

‘En wat doen jullie dan? Masturberen? Seks met andere mensen?’

Als stellen niet vrijen, moet een therapeut deze vragen stellen. Volledige seksuele onthouding kan wijzen op een lichamelijk probleem, waar een dokter naar moet kijken. Dyspareunie, vaginale pijn, kan voortkomen uit bekkeninstabiliteit of een infectie zoals chlamydia. Erectiestoornissen kunnen het gevolg zijn van een hoge bloeddruk of andere hart- en vaatziekten. Maar zulke dingen lijken hier niet aan de orde.

‘Uiteindelijk sla ik de hand maar aan mezelf,’ zegt Lisette. George zegt dat hij dat ook doet, soms. ‘George heeft veel minder zin dan ik. Hij is niet zo seksueel. Het is een wonder dat we een kind hebben.’ ‘En andere mensen?’ zeg ik, want wie niet doorvraagt, krijgt geen antwoord. ‘Dat heb ik wel voorgesteld,’ zegt Lisette. ‘Een open relatie, zeg maar. Dus af en toe seks met een ander, maar geen verliefdheid.’ ‘En?’ ‘Dat wil hij niet.’ Lisette kijkt naar George, die zit te grijnzen alsof hij naar een matig interessante cabaretvoorstelling kijkt. ‘Nee, dat is niks,’ zegt hij.

Het is stil. Daardoor kan ik de olifant in de kamer duidelijk horen rondlopen.  ‘Het probleem is dus dat jij, George, niet wilt vrijen, maar Lisette wel. En Lisette mag alleen maar vrijen met jou.’
Hij glimlacht. ‘Wat een boeman, hè?’ ‘Nou, je houdt Lisette in een wurggreep. Je verstikt haar. Dat lijkt me een gevaarlijke strategie. Hoe lang duurt het nog, denk je, voordat ze losbreekt en vertrekt?’

Mijn woorden veroorzaken een barstje in Georges quasi-relaxte pantser. ‘Tja…’ verzucht hij. ‘Dat is het allerlaatste wat ik wil, dat ze weggaat.’ Hij kijkt bezorgd naar Lisette, die hem bemoedigend toelacht. ‘Ik denk dat je daar zelfs bang voor bent. Heel bang.’  George slikt moeilijk. In zijn ogen lees ik paniek. Mensen met een angstige hechtingsstijl hebben weinig behoefte aan seks.

Lustgevoelens zijn lastig voor hen, omdat alle gevoelens lastig zijn. Ze leiden allemaal naar de angst om te worden verlaten.  ‘Wat je nu ervaart, George, dat heet een gevoel. Angst, om precies te zijn. Ervaar het. Druk het niet weg. Want dan kun je ook andere gevoelens gaan ervaren. Zoals liefde, enthousiasme, geilheid.’  Lisette uit een harde snik, die ons alle drie verrast. Ze lacht door haar tranen heen. ‘Ik ben zo gelukkig,’ lacht ze, huilt ze. ‘Je vóélt!’ Ze knijpt hem in zijn arm. Maar George kan even niet bewegen. Dat heb je wel eens, met gevoelens.

Kijk ook op psychologiemagazine.nl/drlove: daar beantwoordt ‘Dr. Love’ Jean-Pierre van de Ven vragen over de liefde