Veel mensen laten een uitnodiging voor een presentatie of een pitch het liefst aan zich voorbijgaan. Te spannend. Maar dat is zonde, zegt Chris Anderson, de initiatiefnemer van de populaire TED-conferenties waar mensen uit de wetenschap en het bedrijfsleven hun interessante verhaal, idee of kennis delen. Het gesproken woord heeft meer impact dan het gedrukte woord, zegt Anderson – die desondanks toch een boek schreef over de kunst van presenteren. Dankzij internet kan zelfs een praatje dat in een achterafzaaltje wordt gehouden zomaar door miljoenen mensen over de hele wereld bekeken worden, schrijft hij in De TED-methode. Anderson vindt dan ook dat iedereen moet leren presenteren en pleit voor lessen presentatievaardigheden op alle scholen. Maar zo ver is het nog lang niet. Daarom alvast zeven tips, gebaseerd op recent wetenschappelijk onderzoek.

1. Kopieer de meester

Goed leren presenteren begint met kijken naar goede voorbeelden. Bijvoorbeeld naar Steve Jobs (1955-2011), de Apple-CEO, die werd gezien als een van de meest inspirerende sprekers. Op YouTube circuleren nog duizenden video’s van zijn toespraken. Wat deed Jobs zo anders? Presentatiecoaches zochten jarenlang naar verklaringen, maar het eerste wetenschappelijke onderzoek naar het geheim van Jobs werd recent gedaan door Deense wetenschappers. Met computers analyseerden ze duizenden klanken en lettergrepen van zijn meest succesvolle presentaties: die bij de introductie van de iPhone 4 en van de iPad2.

Daaruit blijkt dat de toon waarop Jobs spreekt voor een man relatief hoog is – vergelijkbaar met de ondertoon van een vrouw. Hij varieert in toonhoogte en volume, waardoor zijn manier van spreken melodieus klinkt. Hij gebruikt korte zinnen, praat snel en pauzeert veel.
Ook heel erg ‘Jobs’ is het om te benadrukken wat je belangrijk vindt. Hij gebruikt gemiddeld 5,4 keer per minuut woorden als ‘a-maaaaa-zing’, ‘very very bad’, ‘really really good’ waardoor zijn toespraken als overtuigend en passioneel worden ervaren. Natuurlijk is dit erg Amerikaans, maar in het Nederlands is er niets mis mee om bijvoorbeeld te zeggen dat iets heel veel impact heeft gehad. De onderzoekers naar Jobs’ presentaties concludeerden dat inspirerend speechen te leren is, in elk geval het vocale deel ervan. Dus kijken, kopiëren en oefenen maar.

2. Oefen voor een mini-publiek

Veel mensen worden onzeker van alle ogen die op hen gericht zijn als ze voor een groep staan – wat denken mijn toehoorders over mij? Zal ik niet afgaan? Dat gold ook voor Susan Cain toen ze werd gevraagd voor een TED-talk. Cain schreef de bestseller Stil, de kracht van introvert zijn in een wereld die niet ophoudt met kletsen en ze is zelf introvert. De TED-talk was volgens eigen zeggen een van de spannendste dingen die ze ooit in haar leven zou doen.
Om zichzelf minder nerveus te maken, oefende Cain eindeloos voor kleine groepen. ‘Na een tijdje raakte ik zo gewend aan het vreemde gevoel dat ik door iedereen werd aangekeken, dat mijn angst ervoor vanzelf verdween,’ schrijft ze in haar boek. Cain begon met een kleine groep bekenden in een rustige omgeving – ‘dan had ik het gevoel dat ik niets kon verpesten’ – en oefende uiteindelijk voor twintig onbekenden. Haar TED-talk voor een grote zaal werd een groot succes en kreeg op internet 15.692.844 views.

3. Blijf niet rustig

‘Rustig blijven’ is wat we tegen onszelf zeggen in stressvolle situaties. Toch werkt het niet. Als je nerveus bent raast de adrenaline door je lijf, je hartslag is hoog en je ademt snel. Dan is het moeilijk om jezelf kalm te krijgen, blijkt uit onderzoek van Harvard-psycholoog Alison Wood Brooks. Van zijn proefpersonen bleek negentig procent ervan overtuigd dat rustig worden noodzakelijk is in stressvolle situaties. Toch konden degenen die hun zenuwen omvormden tot iets positiefs en de uitdaging energiek tegemoet konden gaan, beter presteren. Wat hij zijn proefpersonen ook liet doen – van presenteren voor een groep tot ingewikkelde wiskunde-opgaven maken – steeds deden deelnemers die vooraf tegen zichzelf iets zeiden in de trant van ‘Ik ga deze uitdaging aan’ het beter dan de degenen die niets deden of zeiden: ‘Ik moet rustig blijven.’
Een mooi praktijkvoorbeeld is Bruce Springsteen. In interviews komt hij er eerlijk voor uit dat hij vaak ongelofelijk zenuwachtig is voor een optreden. Hij leerde echter om die energie te gebruiken en om te zetten in iets positiefs. Sindsdien geeft hij betere optredens als hij zenuwachtig is dan wanneer hij ontspannen is, zegt hij. Zo werd ‘The Boss’ dus een ‘podiumbeest’.

4. Kijk naar je fans

Luisteraars die geeuwen, nee schudden of verveeld onderuithangen… Ze kunnen een spreker aardig van zijn stuk brengen. Maar uit onderzoek aan de Universiteit van Peking blijkt dat dit niet hoeft. Proefpersonen hielden een korte voordracht terwijl hun zweetafgifte en hartslag werd gemeten, de indicatoren voor angst. Een deel van het publiek had de opdracht gekregen positief te reageren, een deel negatief en een deel neutraal. Met eye tracking werd gevolgd naar welke luisteraars de sprekers tijdens hun voordracht keken. Wat bleek? Hoe vaker hun blik gericht was op negatieve luisteraars, hoe angstiger ze werden.
Om je meer op je gemak te voelen, kun je dus beter je aandacht op de positieve personen in het publiek richten. En het mooie is dat je een positief publiek zelf kunt ‘kweken’: nodig gewoon mensen uit die het met je eens zijn en kijk naar hen terwijl je praat.

"Een korte toespraak houden is moeilijker dan een lange."

- Chris Anderson

5. Neem ze mee op reis

Hoe meer je over een onderwerp weet, hoe moeilijker het wordt om je kennis te delen. Schrijver en Harvard-psycholoog Steven Pinker noemt het ‘de vloek van kennis’. Om te illustreren hoe het werkt, gebruikt hij het ‘kloppen en luisteren’-experiment van Elisabeth Newton uit 1990. Bij het onderzoek werden proefpersonen ingedeeld in luisteraars en kloppers. Kloppers moesten het ritme van bekende liedjes op de tafel tikken, luisteraars moesten raden om welk liedje het ging. Van de honderdtwintig liedjes die werden geklopt, werden er maar drie geraden. Vooraf voorspelden de kloppers dat de helft van de liedjes geraden zou worden. Het verschil zit erin dat de kloppers het liedje kennen en tijdens het kloppen de melodie in hun hoofd horen, maar de luisteraars horen alleen onsamenhangend geklop en halen de melodie er niet uit.
Als je iets weet, kun je je niet voorstellen hoe het was toen je het niet wist, volgens Pinker. De kennis zit je in de weg want het is moeilijk om je de geestestoestand van de luisteraar nog voor te stellen. Hij raadt aan de toehoorder te zien als een vriend die je meeneemt op een reis door een onbekend stukje wereld. Om te voorkomen dat hij verdwaalt gebruik je begrijpelijke taal en leg je stap voor stap uit. Dus praat je over een onderzoek, vertel dan over de aanleiding ervoor, hoe het onderzoek verliep en wat je tegenkwam onderweg en uiteindelijk pas de conclusies.
En ga je oefenen voor een groep, doe dat dan voor mensen die niets van het onderwerp afweten; zij zullen als eerste de gaten in je verhaal zien. Vraag tussendoor steeds waar ze vastlopen en wat ze zich afvragen.

6. Beweeg met mate

Waar laat je je handen? Ga je zitten, staan of verschuil je je achter de katheder? Als je betrouwbaar wilt overkomen moet je het vooral rustig houden, raden Oostenrijkse onderzoekers aan. Dus op je plek blijven staan, weinig gebaren maken en je handen niet al te overdreven bewegen. De onderzoekers kwamen tot deze conclusies nadat ze de bewegingen van twintig speechende politici hadden laten nadoen door computerfiguurtjes. De zestig proefpersonen die de animaties bekeken, vonden de sprekers die veel bewogen en veel en grote handgebaren dominant. En de dominant gebrachte boodschap bleek weliswaar goed te blijven hangen, maar de spreker werd ook minder geloofwaardig gevonden.
TED-oprichter Anderson is minder strikt in zijn adviezen. Kies vooral een houding waarin jij je ontspannen voelt en die niet afleidt van wat je zegt, zegt hij. Wil je bewegen, doe het dan bewust en rustig. Zo kun je bijvoorbeeld rustig rondlopen en steeds stilstaan als je een punt wilt benadrukken.

7. Maximaal 18 minuten

De concentratieboog van mensen die luisteren is kort. De inaugurele toespraak van Barack Obama in 2013 duurde 18 minuten. Koning Willem- Alexander sprak tijdens de huldiging net 12 minuten. TED-talks duren maximaal 18 minuten; net genoeg om de aandacht vast te houden (ook op internet) en lang genoeg om serieus genomen te worden. Om je een idee te geven: als je de tekst met een gemiddelde regelafstand en een lettertype uittypt, komt dat neer op bijna vijf A4’tjes.
Een korte toespraak houden is moeilijker dan een lange, volgens Anderson. In De TED-methode schrijft hij dat we geneigd zijn om alles wat we kwijt willen in een toespraak te stoppen en als die dan te lang is geworden, gaan we snijden in de details. Uiteindelijk zal zo’n verhaal wel kloppen, maar de luisteraar snapt er volgens hem vaak geen snars van. Vraag je af wat de essentie is van je verhaal en breng het aantal onderwerpen terug tot een enkele verhaallijn die je goed uitwerkt, tipt de TED-goeroe. Je bespreekt minder, noemt minder feiten, maar de impact zal veel groter zijn. Als blijkt dat je presentatie korter is dan de ideale 18 minuten, is dat geen probleem: er heeft nog nooit iemand geklaagd dat een toespraak te kort was. //

Bronnen o.a.:  C. Anderson, De TED-methode, Business Contact, 2016 / O. Niebuhr e.a., What makes a charismatic speaker? A computer-based acoustic-prosodic analysis of Steve Jobs tone of voice, Computers in Human Behavior, 2016 / M. Lin, Attention allocation in social anxiety during a speech, Universiteit van Peking, 2015 / S. Pinker, Gevoel voor stijl, Atlas Contact, 2016