Ook bij mensen lijkt er zoiets te gebeuren. Mannen kiezen vaak voor vrouwen die uiterlijk op hun moeder lijken. En vrouwen kiezen voor partners met uiterlijke kenmerken van hun vader. Hoe dit werkt voor karaktereigenschappen is minder onderzocht.

Onafhankelijke beoordelaars kunnen puur en alleen aan foto’s zien welke vrouwen bij welke schoonmoeders horen en welke mannen bij welke schoonvaders. Dit fenomeen heet seksuele inprenting. Als je eerste ervaringen met zorg en liefde – die van je ouders – goed waren, geeft het brein een soort blauwdruk van de ideale partner, waaraan latere partners worden getoetst. Een potentiële partner die op vader of moeder lijkt, krijgt groen licht. Wanneer de relatie met de ouder van de andere sekse niet goed was, kiezen we juist vaker voor een partner met een heel ander uiterlijk.

Deze partnervoorkeur wordt echt aangeleerd in de jeugd. Zebravinken die opgroeien bij een ‘adoptieouder’ vallen namelijk niet op partners die op hun biologische ouder lijken. Hetzelfde geldt voor mensen die geadopteerd zijn. Zij vallen vaker op partners met trekken van hun adoptieouder.

Redacteur en psycholoog Dagmar van der Neut is gefascineerd door diergedrag, van fruitvliegjes tot haar eigen soortgenoten. Ze schreef het boek Het beest in ons. Liefdeslessen uit het dierenrijk.