Mythe: ‘Als ik het niet kan krijgen ga ik er nog meer naar verlangen.’
Feit: De meeste cravings worden juist minder als we er niet aan toegeven.

Training

Gezond als gewoonte

  • Stap voor stap naar jouw optimale leefstijl
  • Niet voor even, maar voor de rest van je leven
  • In samenwerking met hoogleraar Ingrid Steenhuis
Bekijk de training
Nu maar
€ 95,-

Mythe: ‘Met mijn verstand kan ik mijn craving wel de baas.’
Feit: Het probleem bij craving is juist dat onze prefrontale cortex, ons verstand dus, het aflegt tegen ons reptielenbrein. Wat daartegen kan helpen is de activiteit van de prefrontale cortex opvoeren. Dat lukt bijvoorbeeld door met jezelf af te spreken kritisch te zijn op drogredenen om weer te mogen aanvallen op de chocola of de wijn. Vraag jezelf dus vaker af: ‘Zit ik mezelf nu niet enorm voor de gek te houden?’

Mythe: ‘Als ik erover ga praten, stimuleer ik mijn verlangens alleen maar meer.’
Feit: Over een hunkering praten haalt de druk juist een beetje van de ketel: het gevoel wordt dan minder intens en duurt minder lang. Uit onderzoek blijkt ook dat het een enorme stok achter de deur is wanneer je een aardige, begrijpende persoon in vertrouwen neemt: vertel over de hunkering en wat je eraan wilt doen.

Mythe: ‘Het verlangen duurt voort totdat je verzadigd bent.’
Feit: Dat is een denkfout; uit metingen blijkt juist dat de meeste hunkeraanvallen al na een paar minuten vanzelf uitdoven.

Mythe: ‘Als ik weinig afwisseling heb, ga ik meer hunkeren.’
Feit: Je volledige aandacht richten op één ding, of het nu ramen zemen, sporten of ademhalen is, vermindert juist het verlangen.

Bron: Omar Manejwala, Craving; Why we can’t seem to get enough, Hazelden, 2013