‘Het is niet wát je zegt, het is hóé je het zegt. Zo…’ Adriana zoekt naar woorden tussen de balken van het plafond.

‘Langdradig?’ helpt Mark.

‘Nee, het is niet saai wat je vertelt, alleen… Je hebt nogal wat zendtijd nodig. Je komt de kamer binnen en begint met een verhaal. Altijd. Over wat je hebt bereikt die dag. Over je nieuwe auto. Over de interessante mensen die je hebt ontmoet. Over de fijne dingen die ze over je hebben gezegd. Over je geld. Over je calls, je reizen naar China en Amerika. Mijn god, waar niet over?’

Training

Versterk je relatie

  • Leer kijken naar je relatiepatronen
  • Ontdek hoe je negatieve patronen kunt doorbreken
  • Inspirerende sessies met video en achtergrondartikelen
Bekijk de training
Nu maar
€ 45,-

Mark kijkt naar mij. ‘Wat een opschepper, zal je wel denken.’

‘Ja,’ zeg ik. ‘Dat denk ik.’

Met Mark en Adriana heb ik het niveau bereikt waarop we echt en direct kunnen zeggen wat we willen, zonder al te veel beleefde poespas. Ik beschouw het als mijn taak om dat niveau zo snel mogelijk te halen in de spreekkamer, opdat mijn cliënten ook thuis echt en direct met elkaar zullen omgaan. Maar nu voel ik dat ik te ruw ben geweest.

‘Nee, dat is een verkeerd woord. Ik vind je geen opschepper. Maar dat andere woord, zendtijd, vind ik wel goed gevonden.’

Mark is zo iemand die bij aanvang van elke sessie eerst een anekdote moet vertellen, terwijl hij de inhoud van zijn zakken leegt op tafel: meestal eerst zijn dikke leren portemonnee, dan (dure) autosleutels, telefoons, horloges. Hij blijft daarbij staan totdat hij de punchline van zijn verhaal met veel bombarie heeft uitgeserveerd. Als Adriana en ik hebben gelachen, gaat hij zitten en kan het gesprek beginnen.

‘Ik heb het er laatst met de jongens over gehad,’ zegt Mark – de jongens zijn de partners waarmee hij zijn bedrijf bestuurt. ‘Zij zeiden het ook. Mark, zeiden ze, je mag best wat rustiger doen. We weten allemaal dat je geslaagd bent, dat het bedrijf loopt als een zonnetje door jouw verdienste en dat je mooie deals binnenhaalt. Je hoeft voor ons niets te bewijzen.’

‘Dat is weer een goed woord,’ zeg ik, ‘bewijzen. Je bent voortdurend iets aan het bewijzen. Aan Adriana, aan de jongens dus, aan mij en aan jezelf. En wat heb je te bewijzen?’

Mark zwijgt een tel, een zeldzaamheid. Adriana springt in het gaatje: ‘Dat je geen loser bent. Dat je vader ongelijk had toen hij jou op de mavo deed en je zus op het gymnasium. Dat het niet erg is dat onze vrienden hoogleraren zijn, terwijl jij niet eens hebt gestudeerd.’

‘Dat het oké is dat jij geld van je familie hebt en ik niet.’
Ze kijken elkaar aan.

‘Ja, dat ook,’ zegt Adriana langzaam.

‘Als je minder zendtijd neemt voor de Geslaagde-Mark-show, zal dat oude loser-gevoel uiteindelijk verdwijnen,’ zeg ik. ‘Dat heb ik hier al zo vaak zien gebeuren.’

‘Nou nou,’ zegt Mark, ‘opschepper.’

Kijk ook op psychologiemagazine.nl/drlove: daar beantwoordt ‘Dr. Love’ Jean-Pierre van de Ven vragen over de liefde