Wouter ziet er fit uit. Zijn lijf en gezicht zijn mager, zijn bewegingen krachtig en energiek. Hij zou het goed doen bij de vrouwen, maar daar is hij niet mee bezig. Hij is bezig met Astrid, die op haar beurt bezig is om hem de grond in te stampen.

TEST
Doe de test »

Ontdek je liefdesstijl

‘Zoals je dat doet met Mathijs, dat is toch belachelijk? Die arme jongen wil aandacht van zijn papa, maar je geeft alleen maar kritiek. Als hij een acht heeft gehaald, moet het een negen zijn. Als hij eindelijk iets durft te zeggen, roep je dat hij geen domme vragen moet stellen.’ ‘Ik heb mijn manier. Het is een moeilijke jongen.’ ‘Ha, jouw manier. Nou, ik heb míjn manier. En dat is knuffelen en aanmoedigen. Wanneer heb jij hem voor het laatste geknuffeld?’ ‘Ik ben niet zo’n knuffelaar, daar heeft Astrid gelijk in,’ zegt Wouter tegen mij.

‘Dus daar gaat jullie gesprek over?’ vraag ik. ‘Over wie er gelijk heeft? Waar hebben jullie mij dan voor nodig? Moet ik zeggen wie wint?’ ‘Nee, natuurlijk niet,’ zegt Astrid. Ze kijkt me niet aan. ‘Astrid, sorry als ik lomp overkom, maar ik ga zeggen wat ik denk dat jij wil.’ Astrid doet demonstratief de armen over elkaar. ‘Jij wil dat ik Wouter onder handen neem. Hij doet het verkeerd met jullie oudste zoon en naar jou luistert hij niet. Maar misschien luistert hij wel naar mij.’

Astrid zwijgt veelbetekenend. Ik wend me tot haar man. ‘Goed dan. Wouter, je hebt het druk. Je werkt vijf dagen per week. Je hebt drie kinderen. Je bent aan promoveren, daar werk je ’s avonds en in de weekenden aan. En je zorgt voor je bejaarde ouders.’ Wouter glimlacht om mijn opsomming, blij met de erkenning van zijn stress. ‘Je kunt het amper aan. Zeg ik dat goed? Misschien kun je het wel niet aan. Je kan het niet. Net zomin als je tegen Astrid op kunt.’

Wouter, die heeft zitten knikken terwijl ik sprak, bevriest bij mijn laatste zin. Plotseling stromen er tranen over zijn wangen. Maar ik ben nog niet klaar. ‘Wat wil je? Dat Mathijs net zo’n watje wordt als jij? Iemand die over zich heen laat lopen?’ Wouter haalt zijn schouders op.

‘Als je zo streng bent tegen je zoon en zo veel kritiek op hem hebt, leert hij dat hij machteloos is in het leven. Wil je dat?’

‘Nee… Maar wat moet ik dan?’

‘Als hij zo moeilijk is en je weet niet wat je moet doen, zeg dat dan. Tegen hem. Je kunt je zoon geen groter cadeau geven. Laat hem merken dat je het ook niet altijd weet, maar dat je er wel voor hem bent.’ Nu pas kijk ik weer naar Astrid. Ze knikt tevreden, maar dan valt het kwartje. Dat wat Wouter doet met Mathijs, doet zij precies zo met Wouter.

foto: maarten kools

Kijk ook op psychologiemagazine.nl/drlove: daar beantwoordt ‘Dr. Love’ Jean-Pierre van de Ven vragen over de liefde