Wanneer ik vol goede moed het eerste kastdeurtje open, stijgt er een wolk van stof en ontroering uit op. O ja! Die castagnetten die mijn opa meebracht van een reis, gemaakt van een geurige houtsoort. En dat poppentafeltje. Elk object is een ontmoeting met wie ik was toen deze spullen me dagelijks omringden: het kind dat met deze oude schoolmicroscoop speelde en dit panterpak droeg. Hoe meer spullen ik tevoorschijn haal, hoe hopelozer het opruimen wordt. Als een enorme, externe harde schijf begint de kast allerlei jeugdscènes af te spelen.

Je herinneringen weer levend met behulp van geur

Geuren, smaken en geluiden kunnen ons razendsnel terugvoeren naar onze jeugd. Steeds meer studies to...

Lees verder

Het doosje met schelpen, bijvoorbeeld. Ik laat ze tinkelend door mijn vingers gaan en voel de verwondering waarmee ik ze verzamelde. Destijds was ik nog ondersteboven van het feit dat die glanzende, sierlijk gedraaide kleinoodjes de zelfgemaakte huisjes van dieren waren, en kon me haast niet voorstellen dat een kunstenaar ze met de fijnste instrumenten had kunnen maken – laat staan een piepklein beestje dat geen handen had. Ja, het is rommel, maar mijn onderbuik zegt: houden! Ik wil het gevoel van verrukking dat ik ermee verbind niet kwijt. Als ik dat eruit los kon schudden, zou de rest moeiteloos wegkunnen.

Maar kan dat eigenlijk? Sinds een aantal jaar lees ik regelmatig berichten over ‘ontspullen’: de trend om te leven met zo min mogelijk troep. Ik kwam een blog tegen van een ‘minimalist’ die vertelde hoe hij afscheid had genomen van zijn kinderknuffels en andere ‘oude troep’. Hij had van alle dingen een foto gemaakt en daarna hup bij het vuilnis ermee.

Even overweeg ik ook alles te fotograferen, maar ik denk niet dat het zou werken. Alle technologie ten spijt ben ik nog altijd een fysiek wezen, ingesteld op geur, tast, geluid en de speling van het licht op een oppervlak. Mijn geheugen werkt met sporen van al die zintuigen en het is het samenspel van zintuiglijke indrukken dat maakt dat deze rommelkast voelt als de grot van Ali Baba. Dat laat zich niet zomaar verpixelen.

Echte externe harde schijven worden elk jaar kleiner: nog even en het geheugen van de hele mensheid past in een handpalm. De mens zélf laat zich echter niet zo makkelijk upgraden. De spullen waarin ons geheugen zit, krimpen niet.

Ik stop het schelpendoosje in de vuilniszak en haal het dan toch weer tevoorschijn. Ik ben blij om ineens zoveel meer verrukking te bezitten dan ik dacht. Alleen mijn ouders zijn iets minder tevreden.