Een kind dat kwijlerige spuugbellen blaast – het is niet bepaald een prettige aanblik. Maar het is wel een goed teken: kinderen die dat kunnen, blijken meestal een snelle taalontwikkeling te hebben. Een Britse psychologe observeerde een groot aantal kinderen van 21 maanden, een leeftijd waarop kinderen in razend tempo nieuwe woorden leren. Ze hoopte zo aanwijzingen te vinden die al in een vroeg stadium kunnen voorspellen welke kinderen moeite krijgen met het verwerven van taal.

Wat bleek: vooral de fijne motoriek van kinderen hangt samen met hun taalvaardigheden. Proefpersoontjes die ingewikkelde handgebaren na konden doen, hun mond goed konden bewegen, langs hun lippen konden likken en spuugbelletjes blazen, hadden meestal ook een snelle taalspurt. De grove motoriek, zoals lopen en springen, bleek geen verband te hebben met taal.

Als tweede voorspeller kwam het representatievermogen naar voren: of een kind ‘alsof kan doen’. Kinderen die bijvoorbeeld een blokje als een auto gebruikten of onzichtbare ijsjes uitdeelden, hadden in de regel weinig moeite met taal.

Onderzoek van de Economic and Social Research Council (ESRC), juni 2006, www.esrcsocietytoday.ac.uk.