In de wereld van de artificiële intelligentie kun je vandaag de dag globaal twee kampen onderscheiden. Het ene kamp is van mening dat het de moeite waard is om de menselijke intelligentie na te bootsen, om er via de computer achter te komen wat menselijke intelligentie nu eigenlijk is, uit welke elementen intelligentie is opgebouwd en hoe die elementen samenwerken. Hun hoogste doel, zou je kunnen zeggen, is een computer te maken die de menselijke intelligentie zo dicht benadert, dat bij een strijd tussen mens en computer beide evenveel kansen hebben om te winnen. Een spannende strijd, waarin nietsvermoedende buitenstaanders zich kunnen mengen vanuit de veronderstelling dat het om een wedstrijd gaat tussen twee intelligente mensen.

Het andere kamp heeft een geheel andere doelstelling.

Zij beschouwt het ontrafelen en simuleren van de menselijke intelligentie niet als hoofddoel. De onderzoekers vinden het belangrijker om intelligente systemen te ontwikkelen die de maatschappij dienen.

Systemen die niet op het betrekkelijk beperkte doel gericht zijn om het menselijk verstand in kaart te brengen.

De Amerikaanse wetenschappers Kenneth Ford en Patrick Hayes behoren tot dit laatste kamp. Zij schreven in de laatste winterspecial van de Scientific American Quarterly een uitgebreid artikel over artificiële

intelligentie. Ze vergelijken de ambitie om de menselijke intelligentie te kunnen simuleren, met die van onderzoekers van vroeger die de anatomie en het vlieggedrag van vogels analyseerden om de mens te kunnen laten vliegen. Zoals bekend kwam dit ideaal nooit van de grond. Hun doelstelling was te beperkt en de mens was pas in staat om het luchtruim te kiezen, toen hij dieper ging nadenken over het fenomeen vliegen en over de natuurkundige variabelen die daarmee te maken hebben, zoals luchtdruk en golfbeweging.

Om vergelijkbare redenen vinden de auteurs dat het simuleren van de menselijke intelligentie wel een ‘sub-doel’ of een zijpaadje kan zijn, maar dat eerst artificieel intelligente systemen ontwikkeld moeten worden, die nuttig zijn op tal van gebieden, bijvoorbeeld de industrie, de revalidatie, de sport of de financiële wereld. Als we dat eerst doen, dan komt de rest vanzelf. Want de simulatie van de menselijke intelligentie behoort volgens deze onderzoekers zeker tot de mogelijkheden. Bovendien, zo betogen zij, heeft dit soort systemen een enorme potentie, die zelfs zo groot is dat de mens er met zijn verstand soms niet aan kan tippen. Een computer kan veel sneller rekenen en ook meer onthouden dan een mens.

Mens en machine hebben elk hun sterke kanten. Ook hier gaat de vergelijking met het vliegen weer op. Een vliegtuig is sneller dan een vogel en kan op hogere niveaus vliegen, maar mist de nauwkeurigheid van de vogel die op een tak landt.

Je kunt het menselijk verstand op den duur dus wel nabootsen met computersystemen, maar daarvoor moet je eerst bepalen wat menselijke intelligentie nu precies is.