Zeventien jaar heb ik in de journalistiek gewerkt, met als specialiteit psyche-artikelen. Een van de leukste dingen daaraan is een bericht krijgen van een lezer dat jouw stuk iets in zijn leven heeft veranderd. Ik besloot dat ik mensen ook meer direct wilde helpen en volgde een coachopleiding. Dit zijn de vijf belangrijkste inzichten die ik daar opdeed.

Training

Coach worden: de eerste stap

  • Leer wat coaching is en wat niet
  • Leer de basis van effectieve methodieken
  • Ontdek of je verder wilt leren voor coach
bekijk de training
Nu maar
€ 150,-

Confronteren: spannend, maar nodig

Empathie is essentieel voor een coach: je moet kunnen luisteren, je kunnen verplaatsen in je cliënt en begrip tonen. Maar confronteren is ook belangrijk. Je moet gedragspatronen bespreekbaar durven maken, ook al gaat het om kwetsbare of pijnlijke dingen.

‘Respectvol confronteren’ wordt dat genoemd: je benoemt de patronen op een niet-oordelende en liefdevolle manier en checkt of de ander hier iets mee wil doen. De kunst is om dit niet te zacht, maar ook niet te hard te doen. Ben je te zacht, dan komt de boodschap niet aan. Ben je te hard, dan voelt de ander zich bedreigd en onveilig en zal dichtklappen of zich verdedigen.

Respectvol confronteren vond ik een van de lastigste dingen om te leren. Ik voel van nature erg mee met anderen en ga al snel zorgen en ontzien. Maar ik bleek het wel te kunnen. Een coachee wilde als leidinggevende meer opkomen voor haar visie. Tijdens een simulatie-oefening bleek dat ze vaak indirect en met veel uitweidingen praatte.

Dat deed ze ook toen ze een afspraak met mij wilde afzeggen: pas na tien minuten was dat me duidelijk. In de volgende sessie paste ik de regels van het respectvol confronteren toe. Ik deelde mijn observatie: dat ze nergens een heldere afzegging had geformuleerd.

Vervolgens uitte ik het effect daarvan op mij: ik was gaan meedenken over oplossingen, in plaats van de afspraak te schrappen. Ten slotte vroeg ik of ze dit herkende van andere situaties. Die interventie bleek achteraf een doorbraakmoment, vertelde ze. En ik leerde dat je de ander met respectvol confronteren niet kwetst, maar juist helpt.

Denk niet voor een ander

Een van mijn proefcoachees had zelden een onderwerp voor de sessies. ‘Zeg jij het maar, jij bent de coach,’ zei hij dan. Dus stelde ik een paar keer een onderwerp voor. Later las ik in een van de studieboeken wat hier gebeurde: hij stelde zich hulpeloos op, waardoor ik de reflex kreeg de helpende hand te bieden.

Wanneer iemand zich afhankelijk opstelt, schiet je namelijk automatisch in een ouderrol, las ik. Maar het probleem is dat je de ander op die manier nog afhankelijker maakt. En dat had duidelijke gevolgen, merkte ik in een latere sessie. ‘Je moet strenger zijn, je bent toch mijn coach?’ riep de coachee uit, toen hij de afgesproken actiestappen niet was nagekomen.

Hij legde de verantwoordelijkheid bij mij, waarna ik mezelf op allerlei oordelen over hem betrapte; zo vond ik hem maar lui. Door zijn gedrag was ik van ‘zorgzame ouder’ naar ‘kritische ouder’ geschoten.

Coach worden, zo doe je dat

Wil jij coach worden? Anne de Jong - psycholoog, coach en eigenaar van opleidingsinstituut NONONS - ...

Lees verder

Deze dynamiek bleek het gevolg van een typische beginnersfout: de verantwoordelijkheid van de ander overnemen. Een van de basisregels van coaching is dat de verantwoordelijkheid bij de cliënt ligt en dat die zelf het beste weet wat goed voor hem is.

Concreet betekent dit dat ik iemand met behulp van vragen en technieken kan helpen om doelen te behalen, maar dat hij zelf zijn doel kiest, het onderwerp voor de sessies bepaalt, actiestappen bedenkt en die ook daadwerkelijk gaat zetten.

Hoe ik het later beter heb aangepakt? Ik leerde technieken om een coachee te ‘verleiden’ om de verantwoordelijkheid te nemen. Als iemand geen onderwerp aandraagt tijdens een sessie, blijf ik desnoods een tijdje stil. Meestal komt er dan toch iets.

Gebeurt dit niet, dan benoem ik dit en vraag ik de ander of hij wil onderzoeken waarom dat zo is. En komt iemand de afgesproken stappen niet na, dan houd ik tegenwoordig de focus op de ander: waarom lukte het niet? Hoe kan het wel lukken?

Vat kritiek niet persoonlijk op

Een coach gebruikt zichzelf als werkinstrument. Als een coachee kritiek heeft op je manier van werken, kan dat je daardoor ook persoonlijk raken. Zo schrok ik toen mijn coachee uitriep dat ik niet streng genoeg was en daarmee impliceerde dat het mijn schuld was dat hij geen actiestappen zette. Ik voelde me onzeker worden en falen.

In de opleiding leerde ik dat het leerdoel van de coachee vrijwel altijd ook gaat spelen in de sessies zelf. En meteen na onze afspraak besefte ik wat er gebeurd was: ik coachte op ‘meer focus en discipline’ en hij had me eerder verteld dat hij dingen pas in handen nam als iemand anders ze hem oplegde. Hij verwachtte nu dus hetzelfde van mij.

Natuurlijk kan kritiek ook terecht zijn. Om deze kluwen te ontwarren, is het behulpzaam om vanuit drie posities naar de situatie te kijken, leerde ik: wat zijn mijn gedachten, gevoelens en gedrag? Wat zijn die van de ander? En wat gebeurt er tussen ons beiden? Dit kun je ook toepassen op kritiek: wat gaat echt over mij? Wat zegt meer over de ander? En wat heeft te maken met onze interactie?

In dit voorbeeld was de kritiek duidelijk gelinkt aan het leerdoel van de coachee. Maar ook ik had een aandeel: doordat ik eerder de verantwoordelijkheid had overgenomen, had ik het hem makkelijk gemaakt om mij als schuldige aan te wijzen. Beide inzichten waren heel nuttig voor mezelf en voor het verdere verloop van het traject.

Stilte verdragen is waardevol

Soms valt een coachee stil. Meestal omdat hij of zij nog nooit over je vraag heeft nagedacht en niet meteen een antwoord weet. In het begin werd ik daar ongemakkelijk van. Mijn reflex was om de vraag snel te herformuleren, met verduidelijkende voorbeelden. Ik dacht dat ik de ander daarmee hielp.

In een oefensessie wees een medestudent me erop dat dit juist contraproductief werkt: zij ervaarde het als verwarrend en zelfs vervelend. Je dient iemand meer door de stilte te laten bestaan en de ander rustig de tijd te geven om na te denken, merkte ik ook in latere sessies.

Vaak komt de ander dan met iets doordachts, wat een belangrijke nieuwe impuls geeft. Hier kunnen ook persoonlijkheidsverschillen spelen: extraverte mensen denken vaak hardop na, terwijl introverten liever eerst hun gedachten ordenen. De les is dus om stiltes te leren verdragen. Hoe meer ik hiermee oefende, hoe makkelijker en vanzelfsprekender het me afging.

Het gaat niet om jóúw succes

Na drie sessies vol oefeningen en huiswerk had een coachee nog altijd geen idee waar ze met haar carrière naartoe wilde. Ik maakte me zorgen of er wel iets uit het traject zou komen. In zo’n geval, leerde ik, is het zaak om jezelf even af te remmen en te checken: wat voel ik?

Word ik onzeker omdat ik denk dat gebrek aan vooruitgang betekent dat ik niet goed coach? Ben ik bang dat deze persoon dit aan anderen vertelt? Dat ik geen goede beoordeling krijg? Met andere woorden: soms ben je te gefocust op je eigen succes in plaats op dat van de ander.

Dat loslaten is iets wat ik heb moeten leren. Wat voor jou een ministapje lijkt, kan voor de ander een grote stap zijn, vertelde een trainer me. En inderdaad: een eenduidige keuze maken lukte mijn cliënt niet, maar ze eindigde wel met drie mogelijke sporen om verder te onderzoeken. En in haar eindevaulatie beschreef ze met superlatieven hoeveel ze aan de coaching had gehad. Zelf zette ik ook een grote stap, want hierdoor leerde ik dat elke coachee in zijn eigen tempo zijn eigen pad bewandelt.

Ook coach worden?

Overweeg je zelf coach te worden? Dan is de training ‘Coach worden: de eerste stap’ iets voor jou. Onder leiding van psycholoog Anne de Jong, oprichter van opleidingsinstituut Nonons, waar veel coaches het vak hebben geleerd. Ook de auteur van dit artikel volgde daar haar opleiding. psychologiemagazine.nl/coachworden