Het EQ van Joost Zwagerman: ‘Ik wil ongrijpbaar zijn’

Joost Zwagerman (1963) is schrijver, essayist, columnist en dichter. Hij debuteerde op zijn 22ste en heeft inmiddels zestien boeken geschreven. Om van zijn romanpersonages levensechte mensen te maken, moet hij beschikken over een groot inlevingsvermogen. En als schrijver zonder baas moet hij zichzelf voortdurend motiveren. Hoe scoort hij op de vijf dimensies van emotionele intelligentie?

Joost Zwagerman is een man van uitersten. Een gelijkmatig leven kan hij zich niet voorstellen. ‘Ik kan buitengewoon vrolijk zijn en me buitengewoon beroerd voelen.’ De pieken en dalen, vooral de dalen, vormen tevens de bron voor zijn schrijven. ‘Ik weet geen betere manier om een sombere bui te bezweren dan schrijven. Als je onthechting of ontheemding op een prachtige manier neer kunt zetten, kwadrateert dat schrijven zich bovendien. Dan heeft het dal een tweesporenbeleid gevolgd: het heeft me niet alleen tot schrijven gedwongen, maar ik heb er ook nog eens móói over kunnen schrijven.’

Er is leven na de doodswens

De suïcidecijfers pieken. Een onontkoombaar gevolg van het gure economische klimaat? Nee, zeggen de...

Lees verder

Schrijven is een hartstocht, maar de passie voor lezen was er het eerst. Als oudste zoon uit een onderwijzersfamilie in Alkmaar leerde Zwagerman zichzelf lezen op zijn vierde. Als zesjarige trad hij al in de voetsporen van zijn ouders: als de juf even weg moest, zette ze Joost voor de klas met een boek van Pinkeltje. Voorlezen maar! ‘Lezen pept me op en ontspant me tegelijkertijd’, zegt Zwagerman. ‘Maar ik lees nooit meer zomaar, voor mijn plezier. Het moet altijd ergens toe dienen.’ Zelfs het herlezen van boeken heeft nut, vindt hij, zoals hij nog geregeld grijpt naar Flauberts Madame Bovary. Dat versterkt zijn schrijverschap.

Schrijven is het beste wat hij kan, dat weet hij al sinds de middelbare school. Als dertienjarig jongetje maakte hij zijn eerste journalistieke product: de Zwagergids, een op multomapblaadjes gefabriceerde televisiegids annex opinieweekblad. De fanatieke puber schreef commentaren over televisieseries zoals Peyton Place en maakte gefingeerde diepte-interviews met sterren als Patricia Paay. Zijn ouders en de buren waren vaste lezers en af en toe verkocht hij nog wel eens een exemplaar aan een oom of tante. De Zwagergids was leuk, maar pas later ontdekte hij wat je werkelijk met schrijven kon. Joost was een lastige puber en op een dag, toen hij voor de zoveelste keer de klas uit was gestuurd, bedacht de conrector een nieuwe straf voor hem. Hij moest een opstel schrijven over zijn eigen gedrag en hoe hij dat kon veranderen. ‘Toen ik dat opstel had gemaakt, bekeek de man me opeens met andere ogen. Hij had waardering voor de manier waarop ik het had opgeschreven. Dat was een van de incidenten waardoor ik merkte dat je met het geschreven woord veranderingen in mensen kunt bewerkstelligen en dat je ook een bepaald idee over jezelf kunt overbrengen.’

Zwagerman schrijft ook omdat hij er zijn fascinatie voor mensen in kan leggen. ‘Ik ben en blijf gefascineerd door alle vreemde, hartverwarmende, bloeddoorlopen, slechte, berekende dingen die mensen doen. Dat is mijn vak. Niet alleen mijn vak, het is ook mijn hartstocht buiten de literatuur om en gelukkig kan ik er nog heel lang mee vooruit.’ Zelf wil hij graag buiten schot blijven. ‘Kunst is verbeelding, maar voor mij ook een maskerade. Ik wil me niet laten vastpinnen op een bepaalde richting, op een bepaalde schrijfstijl. Ik wil een kameleontisch schrijverschap en liefst zo ongrijpbaar mogelijk zijn: ik heb altijd de behoefte om weer een huid af te werpen en een nieuwe aan te nemen. Tot in lengte van dagen.’

Heimwee naar het isolement

Levensmoeheid kan echt overgaan

In het diepst van hun ellende kunnen mensen zich vaak niet voorstellen dat ze ooit weer echt gelukki...

Lees verder

Joost Zwagerman, de man van uitersten in stemming, ontvangt ook uitersten in waardering. Zijn romans zijn bijna allemaal bejubeld én verguisd. Raakt die kritiek hem? ‘Ik moet er niet aan denken dat ik een schrijver zou zijn die elke keer tamelijk welwillend ontvangen zou worden’, zegt hij ernstig. ‘Nee, het kleeft mij aan dat er uitersten van reacties zijn. Dat is nu ook weer het geval, en het zou gek zijn als het anders zou zijn; sterker nog, ik zou mezelf geen knip voor de neus waard vinden als dat patroon opeens doorbroken zou zijn.’ Maar is dat niet een mooie rationalisatie achteraf? Doet het hem echt niets als er bijvoorbeeld wordt geschreven dat Zwagerman op de vlucht is voor zichzelf? Of dat hij een schrijver zonder onderwerp is? ‘Nee, kom zeg’, roept hij, ‘ik laat mijn plezier toch niet vergallen door iemand die een stukje schrijft in de krant? Bovendien betekent een roman schrijven altijd een vlucht uit de werkelijkheid. En na zestien boeken kun je toch moeilijk beweren dat ik geen onderwerp heb. Ik heb eerder het idee dat ik een teveel aan onderwerpen heb.’

Zoals Zwagerman zich als schrijver niet wil laten vastpinnen op een bepaalde schrijfstijl, zo wil hij als persoon het liefst tegengesteld gekarakteriseerd worden: rebels en politiek correct, overmoedig en braaf, ambitieus en angstig, het is voor hem bijna een principe. Zwagerman veert op: ‘Er zijn grote voorbeelden, kunstenaars, die hetzelfde hebben, Virgina Woolf, Flaubert, ik zou bijna zeggen welke kunstenaar heeft het niet? Harry Mulisch heeft eens gezegd: “In gezelschap van een katholiek ben ik een rabiate papenhater, in gezelschap van een communist een communistenvreter, in gezelschap van een multimiljonair ben ik stalinistischer dan welke stalinist ook. En altijd meen ik het.” Nou’, lacht Zwagerman, ‘dat heb ik ook.’

Gefascineerd door mensen, en toch werkt hij het liefst alleen. Hij heeft wel eens pogingen gedaan om in een team te werken, maar dat verveelde snel, was niet uitdagend genoeg. Hij kreeg heimwee naar het ritme van het schrijverschap. Naar het zelfgekozen isolement dat hij geweldig vindt en waaruit zijn doorzettingsvermogen én discipline blijken. ‘Niemand zegt tegen mij dat ik een boek moet schrijven, ik maak nooit van tevoren een contract, ik spreek nooit met een uitgever een deadline af. Ik vind het heerlijk dat ik een leven zonder verplichtingen voor mezelf heb weten in te richten. Dat is fantastisch, maar het betekent wel dat je alles uit jezelf moet halen.’ Hij leunt tevreden achterover: ‘Ik ben buitengewoon bedreven in het motiveren van mezelf.’

De motor van Joost Zwagerman hoeft door niemand aangezwengeld te worden, maar soms komt de motivatie om hard te werken ook van buiten. Kritiek weet hij om te buigen tot een interne prikkel om nog beter te presteren. ‘Als ik een negatieve recensie lees – nou ja, die scan ik altijd, positieve recensies lees ik regel voor regel – denk ik: deugt het niet, nou, dan zal ik eens even wat laten zien. In zekere zin jut zo’n recensie mij zelfs op.’ Maar meestal weet hij negatieve kritieken te relativeren. Schrijven mag dan een roeping zijn, alle dingen eromheen, zoals negatieve recensies, noemt hij ruis. ‘Uiteindelijk is schrijven niet heilig voor me. Het vaderschap heeft me een heel goede sensor gegeven voor ballast en bullshit in mijn leven, voor overtolligheden en futiliteiten, voor dingen waarover andere mensen zich opwinden en waarvoor ze hun vuist ballen. Mijn kinderen zijn uiteindelijk mijn leven.’

Denk je over zelfdoding?

Denk je aan zelfmoord en wil je nu contact? Bel of chat anoniem met 113. De hulplijn is 24/7 beschikbaar, dus zoek hulp als je zelfmoordgedachten hebt: 0900-0113 of www.113online.nl

[/wpgpremiumcontent]

Zoals Zwagerman zich als schrijver niet wil laten vastpinnen op een bepaalde schrijfstijl, zo wil hij als persoon het liefst tegengesteld gekarakteriseerd worden: rebels en politiek correct, overmoedig en braaf, ambitieus en angstig, het is voor hem bijna een principe. Zwagerman veert op: ‘Er zijn grote voorbeelden, kunstenaars, die hetzelfde hebben, Virgina Woolf, Flaubert, ik zou bijna zeggen welke kunstenaar heeft het niet? Harry Mulisch heeft eens gezegd: “In gezelschap van een katholiek ben ik een rabiate papenhater, in gezelschap van een communist een communistenvreter, in gezelschap van een multimiljonair ben ik stalinistischer dan welke stalinist ook. En altijd meen ik het.” Nou’, lacht Zwagerman, ‘dat heb ik ook.’

Gefascineerd door mensen, en toch werkt hij het liefst alleen. Hij heeft wel eens pogingen gedaan om in een team te werken, maar dat verveelde snel, was niet uitdagend genoeg. Hij kreeg heimwee naar het ritme van het schrijverschap. Naar het zelfgekozen isolement dat hij geweldig vindt en waaruit zijn doorzettingsvermogen én discipline blijken. ‘Niemand zegt tegen mij dat ik een boek moet schrijven, ik maak nooit van tevoren een contract, ik spreek nooit met een uitgever een deadline af. Ik vind het heerlijk dat ik een leven zonder verplichtingen voor mezelf heb weten in te richten. Dat is fantastisch, maar het betekent wel dat je alles uit jezelf moet halen.’ Hij leunt tevreden achterover: ‘Ik ben buitengewoon bedreven in het motiveren van mezelf.’

De motor van Joost Zwagerman hoeft door niemand aangezwengeld te worden, maar soms komt de motivatie om hard te werken ook van buiten. Kritiek weet hij om te buigen tot een interne prikkel om nog beter te presteren. ‘Als ik een negatieve recensie lees – nou ja, die scan ik altijd, positieve recensies lees ik regel voor regel – denk ik: deugt het niet, nou, dan zal ik eens even wat laten zien. In zekere zin jut zo’n recensie mij zelfs op.’ Maar meestal weet hij negatieve kritieken te relativeren. Schrijven mag dan een roeping zijn, alle dingen eromheen, zoals negatieve recensies, noemt hij ruis. ‘Uiteindelijk is schrijven niet heilig voor me. Het vaderschap heeft me een heel goede sensor gegeven voor ballast en bullshit in mijn leven, voor overtolligheden en futiliteiten, voor dingen waarover andere mensen zich opwinden en waarvoor ze hun vuist ballen. Mijn kinderen zijn uiteindelijk mijn leven.’

Denk je over zelfdoding?

Denk je aan zelfmoord en wil je nu contact? Bel of chat anoniem met 113. De hulplijn is 24/7 beschikbaar, dus zoek hulp als je zelfmoordgedachten hebt: 0900-0113 of www.113online.nl

[/wpgpremiumcontent]

auteur

Suzanne Weusten

Suzanne Weusten (1953) is psycholoog en journalist. Ze was hoofdredacteur van Psychologie Magazine.

» profiel van Suzanne Weusten

Dit vind je misschien ook interessant

Artikel

Ton Sijbrands: ‘na een zware wedstrijd ben ik twee weken g...

Hij kent alle WK-partijen sinds 1945 uit z’n hoofd, maar naar de supermarkt neemt hij een boodscha...
Lees verder
Artikel

Ton Sijbrands: ‘na een zware wedstrijd ben ik twee weken g...

Hij kent alle WK-partijen sinds 1945 uit z’n hoofd, maar naar de supermarkt neemt hij een boodscha...
Lees verder
Branded content

Houd je brein gezond: start met studeren

Waar moet je rekening mee houden als je een opleiding gaat volgen? Drie vragen en antwoorden voor de...
Lees verder
Branded content

Houd je brein gezond: start met studeren

Waar moet je rekening mee houden als je een opleiding gaat volgen? Drie vragen en antwoorden voor de...
Lees verder
Recensie

Alles wat in dit boek staat is waar – 3 redenen om dit...

3 redenen om dit boek van Maarten Boudry en Jeroen Hopster te lezen.
Lees verder
Recensie

Alles wat in dit boek staat is waar – 3 redenen om dit...

3 redenen om dit boek van Maarten Boudry en Jeroen Hopster te lezen.
Lees verder
Artikel

Ieder kind zijn eigen intelligentie

Joost Zwagerman (1963) is schrijver, essayist, columnist en dichter. Hij debuteerde op zijn 22ste en...
Lees verder
Artikel

Het EQ van Gerard Kemkers: ‘Over alles wat ik zeg moet...

Gerard Kemkers (1967) is coach van de Nederlandse schaatsploeg. Al vanaf z'n zestiende staat zijn le...
Lees verder
Kort

Waarom jongere kinderen betere beslissingen nemen

Jonge kinderen (van 4) nemen net iets betere beslissingen dan oudere kinderen (vanaf 6), ontdekten p...
Lees verder
Artikel

‘Ik vlucht voor de banaliteit van het leven’

Ze heeft eigenlijk geen tijd voor een interview en is al jaren bezig met niks anders dan werk-werk-w...
Lees verder
Kort

Sensitieve ouders, slim kind

Joost Zwagerman (1963) is schrijver, essayist, columnist en dichter. Hij debuteerde op zijn 22ste en...
Lees verder
Verhaal

Waarom kennis nuttiger is dan intelligentie

Een hoge IQ-score lijkt heel begerenswaardig. Maar een garantie voor succes is het niet. Waarom kenn...
Lees verder