‘Overgeven luchtte een beetje op’

 

Menigmaal stond zanger Peter Douglas (60) achter het doek te hyperventileren. Hij zocht professionele hulp.

TEST
Doe de test »

Heb je last van faalangst?

‘Het begon op de sterfdag van Frank Sinatra, nu twintig jaar geleden. Ik werd gebeld met de mededeling dat hij dood was. Op dat moment gebeurde er iets in mij, een soort knak in mijn hoofd. Misschien van de emotie, ik weet het niet. Die avond had ik een optreden bij de Dinnershow in Studio 21 en durfde ik het podium niet op. En ik zou daar nog tweehonderd shows doen!

Vanaf dat moment liep ik ’s middags al rond met zweethanden. Eten lukte niet. Eenmaal in de studio sloot ik me op in de kleedkamer. Twintig minuten van tevoren tikte iemand op de deur: “Douglas, je moet zo op.” “Ik ga niet!” riep ik dan terug.

Ze moesten me echt de kleedkamer uit praten. De emmers stonden voor me klaar – overgeven luchtte een beetje op, maar niet genoeg. Als ik werd aangekondigd – “Dames en heren, hier is Peter Douglas” – dan stond ik achter het doek te hyperventileren. Na een paar regels zingen was het over, maar het volgende optreden was het weer net zo erg. Een hel was het.

Ik vermoed dat de wortels van mijn plankenkoorts in mijn jeugd liggen. Mijn vader zei altijd dat ik niets kon, dat het nooit wat met me zou worden. Dat is in mijn systeem gaan zitten en heeft me onzeker gemaakt.

Na vier jaar podiumvrees ging die over in gezonde spanning. Misschien door een combinatie van professionele hulp en het feit dat ik mezelf bij de kladden heb gepakt. Wat ook kan meespelen, is dat ik ADHD bleek te hebben. Sinds ik daar pilletjes voor slik, is het veel rustiger in mijn hoofd. Alleen als ik aan Studio 21 denk, voel ik het weer. Terwijl ik nu voor veel grotere zalen speel, blijft dat een trigger. En tóch wil ik daar weer optreden. Dat zou ik echt als een overwinning op mezelf ervaren.’

 

‘Vanbinnen ben ik mezelf bij elkaar aan het houden’

Danser, choreograaf en theatermaker Cecilia Moisio (40) is bang voor de reacties van het publiek.

‘De week voor een première ben ik heel prikkelbaar en emotioneel. Iemand hoeft maar iets te zeggen of ik ga huilen of word boos. De uren voordat ik op moet, praat ik met niemand. Ik ga in een soort concentratieoverdrive, dat heb ik nodig om het aan te kunnen. Terwijl ik wacht in de coulissen gaat mijn hart tekeer en trillen mijn handen. Omdat ik een nogal koele uitstraling heb, zie je het eigenlijk niet aan me. Maar vanbinnen ben ik mezelf echt bij elkaar aan het houden.

Je zou denken dat het in de loop der jaren minder wordt, maar dat ervaar ik helemaal niet. Zeker nu ik vooral mijn eigen werk maak, zijn de zenuwen eigenlijk alleen maar erger geworden. Mijn angst is niet zozeer dat ik mijn passen of tekst vergeet. Ik weet ondertussen dat ik op mijn vakmanschap kan vertrouwen, dat ik een soort lichaamsgeheugen heb. Waar ik vooral bang voor ben, is dat de zaal niet positief zal reageren. Het is zo persoonlijk wat ik maak, mijn hart en ziel zit erin. Als mensen het dan niet goed vinden, raakt dat me echt.

De voorstelling I can see myself through your eyes die ik met Ineke van Doorn heb gemaakt, gaat juist over die reacties. Ik sta hierbij voor het eerst als mezelf op het podium, dat maakt het nog enger. Het is een interactief stuk, en één keer hadden we een zaal die helemaal niet meedeed. Uiteindelijk kwamen ze gelukkig toch los, maar op dat moment dacht ik echt: was ik maar thuisgebleven. Maar performen is pure noodzaak voor mij, ik zou diepongelukkig worden als ik zou stoppen. En uiteindelijk heb ik die spanning, die adrenaline ook nodig. Die brengt me in een flow, een andere staat van zijn. Dat is iets magisch.’

‘Daar stond ik dan, ik had geen idee wat ik moest zeggen’

Regisseur en acteur Gerardjan Rijnders (69) staat met trillende benen op het toneel.

‘Vroeger had ik nergens last van, maar met de jaren ben ik spelen voor publiek steeds enger gaan vinden. Waarom dat zo is, weet ik niet precies. Misschien omdat je naarmate je meer ervaren bent, ook beter weet wat er allemaal kan misgaan. Dan raak je die onbevangen houding van “dat doe ik wel even” kwijt. En het gaat ook weleens mis. Ik kwam eens het podium op en was opeens mijn tekst kwijt. Daar stond ik dan, ik had werkelijk geen idee wat ik moest zeggen. Het duurde niet heel lang, maar het heeft mijn angst wel verergerd.

Een uur van tevoren kan ik echt met mijn hoofd in mijn handen op een stoel zitten en denken: ik vind het helemaal niet leuk, waarom doe ik dit? Toch blijf ik die spanning opzoeken. Als de zaal doet wat ik wil en op de juiste momenten stil is en lacht, geeft dat een enorme kick, een gevoel van macht.

Iedereen heeft zo z’n eigen rituelen om de spanning weg te nemen. Zo begon Pierre Bokma voor een voorstelling tien minuten lang zijn schoenen te poetsen. Zelf word ik stil en teruggetrokken, maar er zijn erbij die juist heel druk worden. En ik heb eens gewerkt met een actrice die “Geef me eens een klap” zei voor ze op moest. De boosheid over die klap gaf haar de kracht om het podium op te gaan.

Wat ik vervelend vind bij mezelf, is dat mijn benen gaan trillen als ik gespannen ben. Het publiek op de eerste rijen ziet dat. Daarom slik ik al jaren bètablokkers voor een voorstelling, dat stopt het trillen. Toch blijf je zien en horen dat ik nerveus ben. Het gekke is dat collega’s weleens hebben gezegd dat ze juist daarom zo graag naar mij kijken. Ze vinden het authentiek of kwetsbaar overkomen of zoiets. Dus misschien moet ik er zelf ook maar niet te moeilijk over doen.’

‘Een solo zonder pilletje? Nee, dat durf ik niet’

Als violiste Zlata Brouwer (32) geen podiumangst had, zou ze vaker op de planken staan.

‘Ik kan het niet, ik ga falen en dan sta ik heel erg voor gek hier op het podium. Dat soort gedachten konden door mij heengaan als ik een solo moest spelen. En die angst uitte zich ook fysiek: ik trok wit weg, kreeg trillende handen en een heel hoge hartslag. Dat zat mijn spel natuurlijk flink in de weg, vooral als ik wist dat er een moeilijk stuk aankwam. Dan saboteerde ik mezelf soms met zo’n angstreactie. Mijn lichaam en vooral mijn handen reageerden zo anders dan ik wilde, dat ik totaal de weg kwijtraakte. Tenminste, voor mijn gevoel. Ik hoorde het vooral zelf, het publiek merkte het eigenlijk nooit en collega’s ook niet. Maar voor mij was het vervelend.

Gelukkig heb ik bètablokkers ontdekt. Die nemen de fysieke verschijnselen weg en als ik merk dat ik geen trillende zweethanden heb, verdwijnen die paniekerige gedachten ook vanzelf. Ik krijg alleen heftige stress bij solo’s. Die heb ik niet vaak, dus ik heb ze niet vaak nodig, maar het zijn echte wonderpilletjes. Ze hebben mijn probleem opgelost. Wat ook geholpen heeft, is de coach die me leerde dat ik me tijdens het spelen op mijn ademhaling moet concentreren. Van de spanning ben ik geneigd mijn adem in te houden, maar daardoor raak ik nog sneller in paniek. Het gaat nu stukken beter, maar een solo zonder pilletje? Nee, dat durf ik nog steeds niet.

Door die paniekaanvallen heb ik een beetje een haat-liefdeverhouding met optreden. Ik geef les en ontwikkel online vioolcursussen en dat vind ik superleuk, maar als ik geen plankenkoorts zou hebben, zou ik misschien wel vaker op het podium staan.’

‘Ik zie het als kwetsbaarheid. Je wilt het mooiste wat je in je hebt laten zien’

Jazz-zangeres en pianist Ineke Vandoorn (56) weet dat het publiek een valse noot vaak niet eens hoort. Toch is ze voor een optreden altijd weer nerveus.

‘Ik heb het vooral de dag van tevoren. Dan denk ik aan de fouten die ik zou kunnen maken: vals zingen, mijn tekst vergeten, er raar uitzien. Mijn humeur zakt naar het nulpunt en ik krijg geen hap door mijn keel. Vlak voor de voorstelling is het juist weg. Plankenkoorts is eigenlijk een gevecht met jezelf – je bent zelf je grootste criticus. Het publiek komt om te genieten, niet om je af te branden. Natuurlijk gaat er weleens wat mis, maar een valse noot is binnen een minuut vergeten. Ik weet dat en toch ben ik altijd weer nerveus.

Het scheelt wel dat ik jazz-zangeres ben en veel improviseer. Ik heb ook als klassiek pianist opgetreden en dan weet iedereen precies hoe een stuk hoort te klinken. In die tijd had ik echt bizar veel plankenkoorts. Vlak voor ik op moest, kreeg ik puur van de spanning pijn in mijn armen en vingers. Vreselijk. Vroeger had ik trouwens ook spreekangst, bij een simpel voorstelrondje stortte ik zo ongeveer in.

Het helpt als ik me heel goed voorbereid. Als ik maar weet dat ik er alles aan gedaan heb, ben ik minder zenuwachtig. En ik slaap veel voor een voorstelling, gelukkig kan ik dat goed. Dan trek ik me helemaal terug en ben ik even geen onderdeel van de wereld. Ik denk dat ik nooit helemaal van mijn plankenkoorts afkom, maar het heeft wel steeds minder impact op me. Dat komt doordat ik het ben gaan zien als een uiting van kwetsbaarheid, die ontstaat doordat je als artiest het mooiste wat je in je hebt naar buiten wilt brengen. Door dit inzicht schaam ik me er niet meer voor, maar ben ik eerder trots dat ik durf op te treden.’

 

Meer weten: E. van Fenema, Het ontstemde brein, Water, 2018 / F. Boer, Angst, van monster tot stille kracht, De tijdstroom, 2017
Voorbeelden van gespecialiseerde coaches bij plankenkoorts:

‘Leuk spannend’ wordt ‘eng spannend’

Mensen die het podium op gaan, zoeken eigenlijk gevaar op. Ze brengen zichzelf immers in een kwetsbare positie. Hun lichaam reageert door een flinke stoot adrenaline aan te maken, gevolgd door een piek van het stresshormoon cortisol. Ook hun bloeddruk en hartslag schieten omhoog. ‘Op zich is dit een nuttige reactie, want het geeft een boost en maakt scherper,’ vertelt psychiater en violiste Esther van Fenema. ‘Maar er zit wel een optimum aan. Daarna gaat het juist tegen ze werken en geeft het vervelende fysieke verschijnselen, zoals zweethanden, een droge mond en last van misselijkheid. Van tevoren slapen ze vaak slechter en lijdt hun humeur eronder. Gebeurt dat erg vaak, dan noemen we het plankenkoorts, podiumangst of bühnevrees.’

Naar schatting krijgt 1 op de 3 artiesten op z’n minst een periode te maken met plankenkoorts, ook Esther van Fenema zelf. Omdat ze merkte dat er eigenlijk niet zoveel gerichte hulp voor bestond, richtte ze de Muziekpoli op in samenwerking met het Leids Universitair Medisch Centrum (LUMC). ‘Of je gevoelig bent voor plankenkoorts hangt niet alleen af van waar je optimum ligt, maar ook hoe je de stress labelt: als “leuk spannend” of “eng spannend”. Een mooi voorbeeld is een violiste die ik heb behandeld. Ze was altijd vrij relaxed voor een concert, tot ze op een avond een heftig fietsongeluk kreeg. Vanaf dat moment associeerde ze stress met doodsangst en was ze zo bang dat ze soms echt het podium af moest.’
Van Fenema ziet plankenkoorts als een mentale blessure, waar vaak een psychisch probleem onderligt. Dat kan een trauma zijn, zoals bij de violiste, maar ook een depressie of een angststoornis. ‘Daarnaast kunnen karaktereigenschappen een rol spelen. Artiesten hebben relatief vaak narcistische trekjes en bij deze groep slaat elke vorm van falen of krenking zo’n enorme deuk in het zelfbeeld, dat het plankenkoorts in de hand werkt.’
Ook verlegen mensen hebben er vaker last van, net als mensen die de lat heel hoog leggen, zegt Frits Boer, emeritus-hoogleraar Kinder- en Jeugdpsychiatrie en jarenlang voorzitter van de Angst, Dwang en Fobie Stichting. Zelf kampte hij met spreekangst.
Waarom zouden mensen het zichzelf überhaupt aandoen om een podium op te stappen? Boer: ‘Omdat angst en euforie twee kanten zijn van hetzelfde spanningsveld. Het verlangen naar de euforie die volgt na een mooie prestatie en het applaus, wint het van de angst dat het faliekant misgaat. Maar er zijn ook artiesten die vanwege hun plankenkoorts stoppen.’

Het is een open deur, maar de beste remedie tegen podiumvrees is een goede voorbereiding. Esther van Fenema: ‘De truc is om de factoren die nieuw zijn zo veel mogelijk van tevoren te elimineren. Bijvoorbeeld door vooraf te voelen hoe de zaal is, in de kleding waarin iemand optreedt. En ook een paar keer oefenen op het tijdstip van het optreden. In de avond is de hormoonhuishouding namelijk anders dan in de ochtend.’
Ook Frits Boer gelooft in een gedegen voorbereiding, in taakgericht zijn. ‘Maar niet tot op de dag zelf. Dan is het beter om iets ontspannends te doen, een wandeling te maken, afleiding te zoeken, te rusten.’
Vlak van tevoren trekken veel artiesten zich graag terug om te kunnen focussen. Meditatieve ademhalingstechnieken helpen de spanning verminderen. ‘Maar ze kunnen juist ook een rondje gaan rennen om de adrenalinerush te temperen,’ zegt Van Fenema. Daarnaast remt een bètablokker de lichamelijke symptomen van adrenaline, zoals trillen. Dit middel kan echter ook bijwerkingen hebben, zoals duizeligheid en vermoeidheid.
Artiesten die blijvend gebukt gaan onder plankenkoorts kunnen professionele hulp zoeken. Bij een trauma kan EMDR helpen. Is er sprake van een onderliggende depressie of angststoornis, dan is vaak psychotherapie nodig. Van Fenema: ‘En het taboe moet eraf, plankenkoorts is niet iets om je voor te schamen. Als meer mensen er openlijk over praten, wordt het minder beladen.’ //