Heel lang werd er geen wetenschappelijk onderzoek gedaan naar de relatie tussen het uitgeven van geld en geluk. Achteraf bezien is dat best een beetje raar. Het aantal mensen dat meer geld heeft dan wat nodig is voor hun eerste levensbehoeften groeit razendsnel en de vraag rijst dan toch wat we het beste met al dat geld kunnen doen. Waarom laten we ons uitgebreid door specialisten voorlichten over hoe we meer geld moeten krijgen en

TEST
Doe de test »

Welke emotionele behoefte vervult geld voor je?

hoe we de toenemende hoeveelheid geld moeten beheren, terwijl we bij het uitgeven ervan maar een beetje afgaan op onze intuïtie? En dat terwijl juist het uitgeven van geld veel kan doen voor ons geluk. De laatste twee decennia wordt er gelukkig wel onderzoek gedaan naar welke uitgaven bijdragen aan geluk en welke niet, en inmiddels weten we veel. In lezingen vat ik de conclusies van al dat onderzoek graag samen door toehoorders te wijzen op ‘de grote drie’. Als je eenmaal in je basale levensbehoeften hebt voorzien, moet je je extra geld uitgeven aan:

  1. Tijd
  2. Ervaringen
  3. Het geluk van anderen

Bron van spijt

Een van de grote voordelen van geld is dat we er tijd mee kunnen kopen. Ik heb op de universiteit veel jonge collega’s die allemaal een weerstand moeten overwinnen om een schoonmaakhulp in huis te nemen. Sommigen vinden het een vervelend idee om iemand een sleutel te geven en in hun huis toe te laten, anderen vinden het gênant om als een oude koloniaal iemand in dienst te nemen om hun troep op te ruimen. Meestal volharden ze enige tijd in hun weigering. Ze offeren regelmatig een

paar uur op om samen met hun partner te stofzuigen, de wc, badkamer en keuken schoon te maken, en zich flink aan elkaar te ergeren. ‘Waarom doe ik de wc altijd?’ ‘Nee, dat fornuis waarop jij gisteren de melk hebt laten overkoken, dat is lekker werk!’ Ik raad ze uiteraard altijd aan wél een schoonmaakhulp in dienst te nemen. Voor enkele tientjes per week koop je een paar uur vrije tijd. Het is een van de beste uitgaven die je kunt doen.
Ook als het gaat om werk, is het zinvol ons de vraag te stellen of we het niet te bont maken. Ouderen die gevraagd worden terug te kijken op hun leven en aan te geven waarvan ze spijt hebben, zeggen vaak dat ze te hard hebben gewerkt. Sterker nog, het is de op één na grootste bron van spijt (de allerbelangrijkste veroorzaker van spijt is het gevoel dat je bij belangrijke beslissingen je hart niet hebt gevolgd). Het is niet voor niets dat, in tegenstelling tot wat we soms denken, mensen die met pensioen gaan vaak gelukkiger worden.
Bereken eens even je uurloon. Veel mensen weten dit niet uit hun hoofd en het blijkt soms een beetje tegen te vallen. 21 euro? Dan kun je dus voor 84 euro per week een heel dagdeel kopen. Veel van mijn jongere collega’s werken geen vijf dagen maar vier dagen per week. Dat is een uitstekende ontwikkeling.

Leuk voor even

In de laatste vijftien jaar is er veel onderzoek gedaan naar de effecten die het kopen van spullen en het kopen van ervaringen hebben op geluk. De conclusie van al dat wetenschappelijke werk is glashelder: ervaringen maken gelukkiger dan spullen. ‘Ja, maar hoe zit het dan met mijn nieuwe BMW? Die maakt me echt wel gelukkig!’ werpen mensen dan tegen. Het probleem is dat we vooral denken dat een grote auto ons gelukkiger maakt. Deelnemers aan onderzoek die werden gevraagd te voorspellen hoe ze zich zouden voelen in een BMW, dachten dat ze beduidend gelukkiger zouden zijn dan deelnemers die hun geluk moesten inschatten tijdens een ritje in een klein boodschappenautootje. Voor mensen die echter gevraagd werden terug te denken aan hun laatste autorit en in te schatten hoe gelukkig ze toen waren, blijkt het helemaal niets uit te maken in welke auto ze zaten. Hetzelfde geldt zelfs voor een huis. Mensen die de laatste jaren zijn verhuisd naar een grotere woning, zijn meestal wel tevredener over hun huis, maar het heeft na enige tijd geen meetbaar effect meer op hun algemene geluk.
Het zou natuurlijk kunnen dat het feit dat je je soms heel bewust bent van je mooie auto of je fraaie huis voor korte momenten van extra geluk zorgt, maar het probleem van materiële zaken is nu eenmaal dat je eraan went. Voor even is het best leuk, maar het toegenomen geluk beklijft niet. Je zou kunnen zeggen dat materiële aankopen niet zorgen voor langdurige napret.

Hel wordt heroïsch

Hoe anders is het met ervaringen. In onze keuken hangt een grote foto waarop mijn vriendin en ik, getooid met zonnebril (beiden) en wilde baard (alleen ik), lachend de camera in kijken. Op de achtergrond zie je de noordwand van Mount Everest. Altijd als ik ernaar kijk – en dat is vaak –, komen er mooie herinneringen bij me op. Ik denk aan de reis van drie maanden die we maakten, aan het Potalapaleis in Lhasa, aan het verbluffende landschap van Tibet en aan het moment dat we met ons rammelende busje de vallei in draaiden en de hoogste berg van de wereld opeens voor ons zagen opdoemen. Waar ik niet aan denk – en als ik dat wel doe, moet ik slechts glimlachen –, is dat ik op het moment dat de foto werd genomen knallende hoofdpijn had vanwege de hoogteziekte terwijl ik ook nog eens geplaagd werd door een voedselvergiftiging. ’s Nachts, terwijl ik tevergeefs probeerde te slapen, moest ik wel vijf keer mijn bed uit om buiten, gehurkt op de rotsen, in de vrieskou, tussen de snuivende jaks en de grommende honden, mijn behoefte te doen. Het was een hel. Maar als ik naar de foto kijk, ben ik gelukkig. Waar bij spullen de napret al snel verdwijnt, bieden ervaringen juist fraaie herinneringen. Sterker nog, de napret is vaak nog mooier dan de pret tijdens de ervaring zelf, juist omdat je de ellendige gedeelten vergeet. En als je ze niet vergeet, worden ze omgebogen tot iets moois of zelfs iets heroïsch.
Ervaringen leveren ook nog mooiere verhalen op. In onderzoek waarin deelnemers werd gevraagd met een
andere deelnemer – die ze niet kenden – te praten over een recente grote uitgave, bleek dat deelnemers die praatten over ervaringen het gesprek later meer waardeerden dan deelnemers die praatten over spullen.

Training

Rust in je hoofd

  • Wees vriendelijk voor jezelf
  • Vind meer innerlijke rust
  • Inclusief dagboek-app
bekijk de training
Nu maar
€ 75,-

Meer sociale waarde

Er zijn nog meer redenen. Ervaringen deel je meestal met anderen, spullen niet. In psychologische termen: ze hebben meer sociale waarde. Je kunt natuurlijk alleen naar de bioscoop gaan, maar als je mensen vraagt zich een recente ervaring voor de geest te halen, is het heel vaak zo dat ze die ervaring deelden met hun partner, met hun gezin, met hun vrienden of met hun werkkring. Bij spullen is dat meestal niet zo.
Ten slotte hebben spullen de vervelende eigenschap dat ze tot vergelijkingen kunnen leiden die een deel van het plezier vergallen. Zo kun je blijven dubben over een keuze die je hebt gemaakt of je kunt er na een aankoop van je nieuwe laptop achter komen (via je betweterige zwager) dat je het apparaat in een andere winkel veel goedkoper had kunnen kopen. Spullen lenen zich goed voor vergelijkingen. Ervaringen zijn moeilijker te vergelijken. Als je met z’n tweeën heerlijk hebt gegeten voor 150 euro, komt je zwager je niet vertellen dat je voor maar honderd euro net zo goed in een ander restaurant had kunnen eten.

Cruciaal verschil

Wellicht is de gedachte bij je opgekomen dat het onderscheid tussen een ervaring en een materiële uitgave niet altijd even makkelijk te maken is. Een voetreis naar Santiago de Compostela is een ervaring en een nieuwe kast is een materiële uitgave, dat is helder. Maar hoe zit het met een boek? Of een fles wijn?
Uit onderzoek blijkt nu dat het vooral belangrijk is of je een uitgave zélf beschouwt als een ervaring of als een materiële uitgave. In een Amerikaans onderzoek werd een bezoek aan een wellnesscentrum waar men een schoonheidsbehandeling kreeg door sommige deelnemende vrouwen gezien als een materiële uitgave en door anderen als een ervaring, en dit bleek cruciaal te zijn. De vrouwen die het zagen als een uitje met vriendinnen, waren na afloop gelukkiger dan de deelnemers aan het uitje die het primair zagen als een investering in hun uiterlijk.
Het feit dat de effecten van ervaringen en materiële uitgaven tot op zekere hoogte afhankelijk zijn van hoe je ze zelf categoriseert, maakt het wel ingewikkelder om te bepalen waaraan je je geld het beste kunt uitgeven.
Ik heb een mooi huis, al zeg ik het zelf en ik probeer daar heel bewust van te genieten om ervoor te zorgen dat het huis niet degradeert tot iets wat alleen nog maar materieel is.
De conclusie is dat je jezelf bij uitgaven altijd de vraag kunt stellen of je een materiële uitgave wilt doen of een ervaring wilt kopen en dat het vrijwel altijd zo is – op voorwaarde dat aan al je basisbehoeften is voldaan – dat een ervaring tot meer geluk leidt dan een materiële uitgave. Moet je kiezen tussen een tweeweekse reis door Oeganda om de berggorilla’s te kunnen zien of die schitterde hardhouten vitrinekast voor in de eetkamer? Koffers pakken en wegwezen!

Cadeau voor een ander

De meeste mensen – ook ik – moeten een mentale horde nemen voordat ze zomaar bereid zijn een substantieel geldbedrag weg te geven. Het voelt als iets waar je spijt van gaat krijgen. Onze eerste reactie is om geld voor onszelf te houden, maar dat is precies wat we niet moeten doen.

In nu al klassiek sociaalpsychologisch onderzoek werden studenten op de Universiteit van British Columbia in Vancouver benaderd op de campus. De deelnemers kregen vijf dollar of twintig dollar, en de helft van de studenten werd gevraagd iets voor zichzelf te kopen, terwijl de andere helft de opdracht kreeg een cadeautje te kopen voor een goede vriend of vriendin. Ook werd gevraagd waar de deelnemers dachten dat men gelukkiger van zouden worden. Kun je beter iets voor jezelf kopen of voor iemand anders? Een grote meerderheid van de studenten gaf aan dat ze dachten dat mensen gelukkiger werden van een cadeautje voor zichzelf.
’s Avonds werden de deelnemers aan het experiment gebeld met de vraag hoe gelukkig ze waren. En wat bleek? De studenten die een cadeautje hadden gekocht voor een vriend of vriendin waren gelukkiger dan de studenten die iets hadden gekocht voor zichzelf. Of ze vijf of twintig dollar hadden gekregen, maakte niet uit, het ging om het geven zelf. Onze graaisoftware zegt dat we beter iets voor onszelf kunnen kopen, maar uiteindelijk maakt weggeven juist gelukkiger.

Belonend gevoel

Maakt het nog uit hoe je geld weggeeft? Ja, dat wel. De pioniers van het onderzoek naar de heilzame psychologische effecten van geven, Elizabeth Dunn en Michael Norton, lieten zien dat het vooral goed werkt als het geven vrijwillig gebeurt. In onderzoek waar deelnemers honderd dollar kregen om weg te geven, werd met een hersenscanner getoond dat het beloningscentrum in het brein sterker werd geactiveerd bij deelnemers die vrijwillig een deel doneerden dan bij deelnemers die door de onderzoekers gedwongen werden een deel van hun opbrengst af te staan. Ook is geven meer belonend als je contact kunt maken met degene(n) die je helpt en als de hulp die je biedt heel concreet is. ‘Arme kinderen’ is veel minder concreet dan ‘een kind in een opvangkamp in Oost-Congo helpen met de aankoop van een matras, een deken en medicijnen tegen malaria’. Het geluk dat het geven aan anderen ons brengt, is universeel en aangeboren. Het zit in ons systeem. In recent onderzoek heeft men mensen in maar liefst 136 landen gevraagd waar ze hun geld aan uitgaven en ook hier vond men een verband tussen geven en geluk.
Of je nu in Oostenrijk woont of in Oost-Timor, in Australië, Algerije of Afghanistan, in een land met een gemiddeld inkomen van negenhonderd euro per jaar of van 60.000 euro per jaar, het maakt niet uit. Geven maakt gelukkig. Geld maakt gelukkiger, om meerdere redenen. De belangrijkste van allemaal is dat je geld weg kunt geven. Je maakt anderen gelukkig en daarmee ook jezelf.