De psycholoog van de eeuw

Welke psycholoog beschouwt u internationaal gezien als de, meest vernieuwende, meest baanbrekende dan wel meest inspirerende van de afgelopen eeuw? En welke Nederlandse psycholoog verdient dat predikaat? Welke psycholoog heeft het beste boek van deze eeuw geschreven, het boek dat je echt moet lezen om een goede indruk van het vak te krijgen? Deze vragen legde Vittorio Busato voor aan een aantal psychologen uit binnen- en buitenland.

Hans Crombag (64), hoogleraar in de gedrags- en maatschappijwetenschappelijke bestudering van het recht, aan de Faculteit der Rechtsgeleerdheid, Universiteit Maastricht.

‘De volgens mij meest belangrijke psychologen van de afgelopen eeuw zijn Thorndike, voor zijn wet van het effect; Skinner, voor zijn wetten van het operante leren; Broadbent, voor zijn geheugenmodel dat later ten onrechte aan Atkinson en Shiffrin werd toegeschreven; Tversky, omdat hij de slimste psycholoog is – of beter was – die ik ooit ben tegengekomen en Sperry, voor zijn ‘split brain-werk’ en de implicaties daarvan. Hij heeft er een Nobelprijs in de geneeskunde voor gekregen.

De belangrijkste Nederlandse psycholoog is natuurlijk A.D. de Groot. Hij joeg ons uit onze leunstoel en leerde hoe je empirisch onderzoek doet.

Een boek dat ik geïnteresseerde leken aanraad, is Gazzaniga’s The Mind’s Past. Dan zie je wat ons de komende tien jaar zal bezighouden.’

Adrian Furnham (46), hoogleraar Psychology ad Hominem aan de University of Londen en een van ’s werelds meest publicerende psychologen.

‘Eysenck bewonder ik het meest, vanwege zijn werk binnen de persoonlijkheidsleer en omdat hij de experimentele en correlationele psychologie heeft samengebracht. Verder wil ik Broadbent noemen, die ik als een van de grondleggers van de cognitieve psychologie

beschouw. Hij heeft zich ook ingezet om van de toegepaste psychologie een academische discipline te maken. Ten slotte Plomin, voor zijn belangrijke en innovatieve bijdrage aan de gedragsgenetica.

Van de Nederlandse psychologen vind ik dat Hofstee een zeer originele bijdrage aan de persoonlijkheidspsychologie heeft geleverd.

Als boek kan ik iedereen het beroemde Introduction to Psychology van Hilgard, Hilgard en Atkinson aanraden, dat inmiddels toe is aan de zoveelste editie.’

Robert Sternberg (49), IBM Professor of Psychology and Education, Department of Psychology, Yale University (vs).

‘Als eerste noem ik Pavlov. Hij heeft de wetten van het conditioneren ontdekt. Als tweede Freud, omdat hij als eerste van de klinische psychologie een aparte discipline heeft gemaakt. Als derde komt voor mij Wundt, een van de pioniers van de experimentele psychologie. En als vierde Binet. Zijn iq-test is de meest succesvolle technologische innovatie in de geschiedenis van de psychologie geweest. Ik moet weliswaar weinig hebben van die test, maar ik kan onmogelijk ontkennen dat de test niet succesvol is. Een boek noemen voor een geïnteresseerde leek vind ik te moeilijk.’

Jan Elshout (65), emeritus hoogleraar psychologische functieleer aan de Universiteit van Amsterdam.

‘Op mijn eerste plaats staat Herbert Simon, daarna Jean Piaget en op de derde plaats Paul Meehl. Simon legde uit hoe een beperkt wezen als de mens toch rationeel kan zijn, hij is bovendien onze enige Nobelprijswinnaar. Piaget vind ik een reus, die liet zien dat er naast aangeboren of aangeleerd gedrag nog een derde weg mogelijk is, namelijk de interactie daartussen. Meehl omdat hij al vijftig jaar grote invloed heeft op de psychologische methodenleer.

De grootste Nederlandse psycholoog van deze eeuw is zonder twijfel Adriaan de Groot, omdat hij zowel voor de bedrijfspsychologie, als voor de onderwijspsychologie ‚n voor de cognitieve psychologie baanbrekende dingen heeft gedaan die nog steeds worden geciteerd.

Images of Mind, geschreven door Posner en Raichle, vind ik een aanrader, omdat daarin mooi wordt uitgelegd wat ‘imaging’-technieken zijn en hoe daarmee mentale processen zichtbaar te maken zijn.’

Wim Hofstee (63), hoogleraar (persoonlijkheids)psychologie aan de Rijksuniversiteit Groningen.

‘Ein Professor ist ein Mensch der anderer Meinung ist. Uw vragen zijn niet echt te beantwoorden! Het liefst nomineer ik de Anonieme Psycholoog, speciaal de Anonieme Klinisch Psycho loog, nog specialer de Anonieme Psycholoog-Psycho thera peut. Zonder in intellectueel opzicht echt potten te breken, is die het geweest die in de loop van deze eeuw het meest de grondwaarde van de psychologie heeft gediend, namelijk respect voor mensen en tegengaan van vernedering. Misschien dat Carl Rogers model kan staan voor zo’n mentaliteit.

Naar meer objectieve criteria is Nobelprijswinnaar Herbert Simon nummer ‚‚n. Alleen, die is als zodanig econoom. Hebben psychologen ontdekkingen gedaan die ons zicht op mens en wereld hebben veranderd? Het gaat in de psychologie anders toe dan in de natuurwetenschappen. Niet minder spannend, wel minder spectaculair. Psychologen componeren de wereld niet; we zijn meer uitvoerend kunstenaars. In een andere categorie dus dan Rogers: Binet, de geestelijke vader van de intelligentietest; Cronbach, rentmeester van de toegepaste psychometrie; Eysenck, meest productieve psycholoog aller tijden.

Van de Nederlandse psychologen noem ik Gerard Heymans, grondlegger van de Nederlandse psychologie en Adriaan de Groot, onvermoeibaar methodoloog.

En er is in deze eeuw geen mooier en speelser boek door een psycholoog geschreven dan Idolen van de psycholoog van Linschoten.’

Rita Kohnstamm (61), columniste van nrc Handels blad en oud-hoofdredacteur van Psychologie Magazine.

‘Welke psychologen de grootste invloed hebben gehad op het vakgebied, laat weinig ruimte voor een persoonlijk antwoord. Daarover bestaat in de handboeken voldoende overeenstemming. Iets anders is de vraag welke van die auteurs de meeste invloed hebben gehad op mijzelf. Kan ik psychologen noemen die richtinggevend waren voor mijn denken over mijzelf, dan wel over mijn medemensen? Eerlijk gezegd heeft de romanliteratuur mij meer beelden nagelaten hoe mensen in elkaar zitten en zich gedragen dan psychologieboeken. Van Simenon tot Couperus, van Ina Boudier-Bakker tot Virginia Woolf; de karakters en levens die zij beschreven, hebben mij meer gevormd dan welk psychologieboek ook. En kenners beweren dat men voor dit doel vooral ook Proust moet lezen.

Wel gaven de psychologische theorieïn soms een verdiepend begrip aan wat ik uit de bellettrie kende. In mijn studietijd maakte Freud natuurlijk grote indruk, en dan met name de Vorlesungen en de Drei Abhandlungen zur Seksualtheorie. Niet zozeer vanwege de denkwereld die hij daarin ontvouwde, als wel door de manier waarop. Behalve dat het mooi Duits is, laat Freud je in letterlijke zin meedenken. Hij herneemt zichzelf van tijd tot tijd en laat zien hoe hij van gedachten verandert in een voortdurende vernieuwing van zijn theorie. Kom daar vandaag de dag eens om, nu veel psychologen met grote stelligheid het een of ander beweren en daar niet meer vanaf te brengen zijn. Ook Anna Freuds Das Ich und die Abwehrmechanismen heb ik met grote interesse gelezen. Dan Principles of Topological Psychology van Kurt Lewin over zijn veldtheorie. Menselijk beleven en gedrag is niet los te zien van de voortdurende wisselwerking tussen de persoon en de mensen en objecten om hem heen. Als laatste A Theory of Cognitive Dissonance van Leon Festinger. Dat was echt een ontdekkingsreis bij het lezen. Hoe men gemaakte keuzes altijd in overeenstemming probeert te brengen met wat men weet en voelt, ook al zijn er tegelijkertijd of achteraf objectief aanwijsbare disharmonieïn. Het teleurgestelde kind dat niet wordt uitgenodigd en zegt: ik w¡lde niet eens naar dat stomme partijtje van jou. Maar dan gecompliceerder in het echte grote-mensen-leven. Het is min of meer een cognitieve onderbouwing van Anna Freuds afweermechanismen, met name van de rationalisatie.’

Karel Soudijn (55), universitair hoofddocent psychologie aan de Katholieke Universiteit Brabant.

‘Baanbrekend vind ik het boek Clinical versus statistical prediction van Paul Meehl, omdat hierin het accent ligt op de beperkingen van expertise. Wie eenmaal expert op een bepaald terrein is geworden, kan gemakkelijk geloven heel goed tot oordelen in staat te zijn. Meehl toonde echter aan dat experts op het gebied van de klinische diagnostiek over het algemeen slechter oordelen dan degenen die hun oordeel laten bepalen door een onpersoonlijke formule. Je zou kunnen zeggen dat dankzij Meehl het verschijnsel zelfoverschatting en de praktische gevolgen daarvan, een belangrijk thema in de psychologie is geworden.

Er is in de twintigste eeuw veel onderzoek verricht naar de ‘valkuilen’ waar experts en anderen in tuimelen zodra zij intuïtief te werk gaan. Zeer inspirerend zijn in dit opzicht de talrijke experimenten die Tversky en Kahneman hebben uitgevoerd. Deze zijn terug te vinden in hun verzamelbundel Judgment under uncertainty.

In Nederland heeft onder meer Willem Albert Wagenaar mooi onderzoek gedaan naar valkuilen bij het geven van oordelen. Toegankelijk voor een breed publiek is zijn boek De beste stuurlui dempen de put. Het meest inspirerende Nederlandse werk gaat echter niet over de valkuilen van het oordeel, maar over het grote verschil tussen experts en leken: Het denken van den schaker, de dissertatie uit 1946 van Adriaan de Groot. Hij laat fraai zien dat het niet zo is dat experts een beter geheugen hebben dan leken, maar dat zij informatie op heel andere wijze classificeren.’

Naomi Ellemers (36), hoogleraar sociale en organisatiepsychologie aan de Universiteit Leiden.

‘Op mijn eigen vakgebied denk ik aan personen als Kurt Lewin, Fritz Heider, en degene die voor mijn eigen onderzoekslijn van groot belang is geweest, Henri Tajfel. De gedachten die zij hebben ontwikkeld, vormen nog steeds de grondslag voor de huidige theorie-ontwikkeling en onderzoek. Lewin vanwege de gedachte dat de interactie tussen persoon en sociale omgeving essentieel is. Heider, grondlegger van de attributietheorie, omdat hij diep ingaat op de wijze waarop mensen het gedrag van anderen interpreteren. En Tajfel vanwege zijn analyse van tegenstellingen tussen maatschappelijke groepen en de consequenties daarvan.

Een belangrijke Nederlandse psycholoog, ook weer uitgaande van mijn eigen vakgebied, is Henk Wilke. Hij is een van de weinigen van zijn generatie die nog steeds volop meedraait in de top van het vakgebied. Daarnaast heeft hij een belangrijke rol gespeeld als opleider van veel sociaal-psychologische onderzoekers in Nederlanden en als schrijver van diverse studieboeken.

Een boek dat ik zou aanraden? De eerste vier hoofdstukken van Differentiation between social groups van Henri Tajfel bieden een uitstekende, theoretische analyse van verschillen tussen maatschappelijke groepen. Ik grijp daar steeds weer op terug.’

Franz Mönks (67), emeritus hoogleraar psychologie en pedagogiek van het hoogbegaafde kind en tot 2001 directeur van het Centrum voor Begaafdheidsonderzoek aan de Katho lieke Universiteit Nijmegen.

‘Als eerste noem ik de de Amerikaans-Oostenrijkse psycholoog Heinz Werner. Hij publiceerde in 1926 het klassieke boek Comparative Psychology of Mental Development; daarvan bestaat tot nog toe geen vervanger. Werner heeft met zijn orthogenetisch principe (de mens streeft in zijn ontwikkeling naar evenwicht en zingeving) een fundamentele bijdrage aan de ontwikkelingspsychologie geleverd. Hij beschouwde de menselijke ontwikkeling als een continu veranderingsproces. En hij heeft de Amerikaanse (experimentele) ontwikkelingspsychologie diepgaand beïnvloed. Op de tweede plaats staat de Belgische psycholoog Joseph Nuttin. Hij heeft na de Tweede Wereldoorlog een essentiïle bijdrage geleverd aan de introductie van de Amerikaanse psychologie in Europa. Zijn uitvoerige bestudering van het toekomstperspectief heeft de motivatie- en persoonlijkheidspsychologie blijvend verrijkt. Als derde de Duitse psycholoog Hans Thomae. Als hoofd redacteur van het twaalfdelige Handbuch der Psychologie heeft hij als eerste de inter nationale literatuur voor het Duits taalgebied toegankelijk gemaakt. Ook is hij de grondlegger van de empirische levenslooppsychologie.

Van de Nederlandse psychologen noem ik Adriaan de Groot en Johannes Linschoten. Linschoten omdat hij de experimentele psychologie even belangrijk vond als fenomenologische benaderingswijzen. Daarnaast gaf hij aan het werk van William James, een van de grondleggers van de psychologie, een volkomen nieuwe interpretatie: James als grondlegger van de fenomenologische psychologie. Ook zocht Linschoten actief contact en samenwerking met de Duitse psychologie, in een tijd dat iedereen in Nederland het heil alleen uit Amerika zag komen. Dan De Groot. Hij heeft de empirische psychologie in methodologisch opzicht in Nederland in beslissende mate beïnvloed. Daarnaast heeft hij een fundamentele bijdrage geleverd aan praktische vraagstukken, zoals het beoordelen van prestaties van leerlingen. Onderwijsresearch is zonder hem niet denkbaar.

Als boek raad ik Idolen van de psycholoog van Linschoten aan. Dat gaat over relativering van de psychologie: wat kan psychologie wel en niet bewerkstelligen? Ook is het boek een wending van de fenomenologische naar een natuurwetenschappelijke psychologie: hoe kan psychologie beter zijn dan de common sense? Psychologie wordt immers door mensen bedreven. Is nog steeds een inspiratiebron voor velen.’

Bill McKeachie (73), hoogleraar algemene psychologie aan de University of Michigan (vs) en oud-voorzitter van de American Psychological Association.

‘In elk geval staan William James en John Dewey hoog op mijn lijstje, hoewel ze al voor 1900 actief als psycholoog waren. Wat betreft deze eeuw wil ik de algemeen-psychologen Donald Hebb en George Miller, de behavioristen John Watson en Burrhus Skinner, de motivatie-psychologen David McClelland en Jack Atkinson, en Albert Bandura en Sigmund Freud nomineren. Verder ook Jean Piaget en Lev Vygotsky.

Ik ben vergeten welke Nederlandse psycholoog net na de Tweede Wereldoorlog in zeer hoog aanzien stond. Nu schieten me namen te binnen als Jan Elshout, Monique Boekaerts, Jan Vermunt. Maar er zullen ongetwijfeld anderen zijn wiens werk me ook zeer aanspreekt als ik me wat meer in hun publicaties verdiep.

Leken die een goed overzicht van de psychologie willen hebben, raad ik David Myers’ Psychology aan. Dit is het best verkopende introductieboek in de vs en zeer goed leesbaar.’

Karl Anders Ericsson (51), Conradi Eminent Scholar en Professor of Psychology aan de Florida State University (vs).

‘De meest invloedrijke psychologen zijn voor mij Freud (The interpretation of dreams en Introductory lectures on psychoanalysis), James (The varieties of religious experience), Piaget (The psychology of the child, geschreven met Inhelder) en Skinner (Science and human behavior). Zowel Freud als James schreven voor leken zeer toegankelijke boeken, en ontwikkelden een fenomenologisch perspectief om subjectieve verschijnselen mee te beschrijven. Daarnaast waren Freud, Piaget en Skinner grondleggers voor nieuwe subdisciplines: Freud voor de klinische psychologie en psychoanalyse, Skinner voor de gedragstherapie en Piaget voor de opvoedkunde.

Verder beschouw ik Binet als de ware vader van het onderzoek naar expertise, hoewel hij daarover nooit een boek heeft geschreven. James Gibson heeft de manier waarop wetenschappers naar de waarneming keken volledig veranderd. Een belangrijk boek van hem is The senses considered as perceptual systems. En mijn leermeester Herbert Simon zal de geschiedenis ingaan als de psycholoog die computationele modellen voor cognitieve processen als denken, probleemoplossen en beslissen heeft ontwikkeld. Lees bijvoorbeeld The sciences of the artificial.

Van de Nederlandse psychologen wil ik een van mijn idolen nomineren: Adriaan de Groot. Hij is de geestelijke vader van het tegenwoordige beginner-expert-onderzoek. Zijn proefschrift over het denken van schakers is een klassieker in de psychologie.’

Pieter Drenth (64), hoogleraar arbeids- en organisatiepsychologie en psychodiagnostiek aan de Vrije Universiteit (vu) te Amsterdam, voormalig rector-magnificus van de vu en voormalig voorzitter van de Koninklijke Nederlandse Academie van Wetenschappen.

‘De vijf meest baanbrekende psychologen zijn voor mij Freud, Piaget, Skinner, Cronbach en Triandis geweest. Freud vanwege de aandacht voor onbewuste en moeilijk te controleren motieven en determinanten van gedrag. Piaget vanwege zijn indringende analyses van de ontwikkeling van kinderlijke intelligentie. Skinner vanwege zijn rigoureuze uitwerking van operant conditioneren in een sluitend en comprehensief theoretisch kader. Cronbach, omdat hij de rijkdom van interindividuele verschillen en hun meetbaarheid heeft benadrukt. En Triandis, omdat hij wees op het belang van verklaring van gedrag als zijnde afhankelijk van sociale en culturele context.

Voor mij zijn Linschoten en De Groot de meest invloedrijke Nederlandse psychologen. Linschoten door zijn prachtige combinatie van erudiete kennis, experimentele controle en afrekening met psychologie als veredelde common sense. De Groot omdat hij de methodologische leidsman en vernieuwer van de naoorlogse Nederlandse psychologie is.

Nederlandstalige boeken die ik zou aanraden: Idolen van de psycholoog van Linschoten, Het spel der persoonlijkheid van Kouwer en De Emoties van Frijda.’

Agneta Fischer (41), hoogleraar aan de programmagroep Arbeids- en Organisatiepsychologie en universitair hoofddocent bij de programmagroep Sociale Psychologie van de Universiteit van Amsterdam.

‘Mijn lijstje, niet in volgorde van belangrijkheid: Sigmund Freud, die natuurlijk geen toelichting behoeft. Zonder hem geen onbewuste. Dan Nancy Chodorow, omdat zij binnen de genderpsychologie een belangrijke impuls heeft gegeven aan het denken over hoe mannelijk en vrouwelijk gedrag totstandkomt. Vygotsky, omdat hij heeft laten zien dat ontwikkeling niet los te zien is van de sociale omgeving. Eleanor Maccoby, omdat haar boek The psychology of Sex differences (samen met Jacklin) in 1974 sekseverschillen weer op de agenda van de wetenschappelijke psychologie zette. Zij constateerde dat het wel meeviel met veel van die zogenaamde sekseverschillen en dat het vaak meer een kwestie van stereotypen was. Dit was het startpunt van een nieuwe discussie. En dan Jerome Bruner, die aan de wieg stond van de cognitieve revolutie in de psychologie en nu meer in de richting van de cultuurpsychologie is geschoven. Hij vond dat de cognitieve psychologie veel te mechanistisch werd, en pleitte voor een grotere rol van cultuur. Be te ke nis geving bijvoorbeeld kun je niet los zien van de cultuur. En als belangrijkste Nederlandse psycholoog noem ik Nico Frijda, voor zijn belangrijke rol in de emotiepsychologie, ook op internationaal niveau. Voor de geïnteresseerde leek raad ik de boeken van Deborah Tannen aan, zoals Je begrijpt me gewoon niet. Dit boek is weliswaar niet helemaal wetenschappelijk verantwoord – haar ideeïn zijn soms erg stereotiep – maar het zet je wel aan het denken. Een van mijn favoriete boeken over emotie is About love van de filosoof Solomon over wat romantische liefde in onze hedendaagse westerse samenleving nu eigenlijk betekent.’ (hp)

Frenk van Harreveld (27), assistent in opleiding bij de Programmagroep Sociale Psychologie aan de Universiteit van Amsterdam.

‘Als eerste noem ik Stanley Milgram. Zijn geniale experimenten naar gehoorzaamheid vormden mijn motivatie sociaal-psycholoog te worden. Hij schetst heel eenvoudig een grimmig beeld van de menselijke beperkingen in een sociale context. Verder Freud. Hij is verguisd, blonk niet uit in empirisch onderzoek, maar ik bewonder zijn creativiteit. Alleen al uit een uitdrukking als ‘een Freudiaanse verspreking’ blijkt hoezeer zijn theorie gemeengoed is geworden.

Ook als een psycholoog in negatieve zin opvalt, kan dat een positief vernieuwend effect hebben. Ik denk dan aan Diekstra, die recentelijk iedereen aan het denken heeft gezet over normen en waarden binnen de wetenschappelijke wereld in het algemeen, en in de psychologie in het bijzonder.

Als boek raad ik The individual in a social world van Milgram aan. Dat geeft een mooi overzicht van zijn werk, inclusief die gehoorzaamheids-experimenten die in zijn Obedience to Authority gedetailleerd zijn beschreven. Beide werken horen in de kast van iedere psycholoog en zijn bovendien prettig leesbaar voor een geïnteresseerde leek.’

Carsten de Dreu (33), hoogleraar arbeids- en organisatiepsychologie aan de Universiteit van Amsterdam.

‘Op mijn eerste plaats komt Kurt Lewin; hij is de grondlegger van de fundamenten van de hedendaagse sociale en organisatiepsychologie. Daarna Herbert Simon, ook Nobelprijswinnaar in de economie. Hij is de grondlegger van het hedendaagse onderzoek binnen de besliskunde en probleemoplossen, administratieve wetenschappen, politieke wetenschappen en nog een paar gebieden.

Als Nederlandse psycholoog noem ik Henk Wilke, vanwege zijn fundamentele inspanningen de sociale psychologie te maken tot wat die tak tegenwoordig is.

Het boek dat ik aanraad komt uit 1978, is geschreven door Katz en Kahn en heet The social psychology of organizations. Het is een absolute klassieker en heeft de aandacht gevestigd op de sociale processen binnen organisaties. Tot die tijd werden die slechts marginaal betrokken in de analyse van organisatieprocessen.’

Vittorio Busato (33), psycholoog en journalist

‘De meest invloedrijke psycholoog vind ik Stanley Milgram. Zijn gehoorzaamheidsexperimenten tonen ontluisterend aan tot wat voor gruweldaden mensen (ongeacht sekse, opleiding en ras!) in staat zijn. Ook de sociaal-psychologen Latan‚ en Darley wil ik noemen, omdat zij als eersten het bystander-effect hebben beschreven: mensen zijn geneigd hun verantwoordelijkheid af te schuiven wanneer zij zich in een groep bevinden, en grijpen dus niet vanzelfsprekend in wanneer een situatie dat wel vereist. Verder de Russische psycholoog Vygotsky vanwege zijn ‘zone van de proximale ontwikkeling’, waarmee hij verklaart wat iemand zelf kan leren en waartoe hij in staat is wanneer een bekwamer persoon hem begeleidt. Niemand heeft de essentie van leren treffender omschreven dan hij. Ten slotte de Zweeds-Amerikaanse psycholoog Karl Anders Ericsson. Hij heeft heel elegant aangetoond dat het verkrijgen van expertise niet zozeer een kwestie van talent is, maar veeleer van bloed, zweet en tranen.

Als Nederlander noem ik Han van der Maas. Hij toonde met de wiskundige catastrofe-theorie empirisch de overgangen tussen Piagetiaanse stadia in de ontwikkeling van kinderen aan. In diverse psychologische theorieïn worden fasen of stadia verondersteld, hij vond er bewijs voor.

Als boek zou ik Dubieuze Zaken van Crombag, Koppen en Wagenaar aanraden. Daarin wordt op een rationele, maar tegelijk betrokken wijze aangetoond hoe onbetrouwbaar rechterlijke oordelen kunnen zijn. Prachtige en bijzonder knappe toegepaste psychologie.’ n

De volledige gegevens van de genoemde boeken vindt u op de servicepagina (pagina 63).

auteur

Heleen Peverelli

» profiel van Heleen Peverelli
auteur

Vittorio Busato

» profiel van Vittorio Busato

Dit vind je misschien ook interessant

Column

Later begint nu

Welke psycholoog beschouwt u internationaal gezien als de, meest vernieuwende, meest baanbrekende da...
Lees verder
Interview

De psycholoog van de eeuw

Welke psycholoog beschouwt u internationaal gezien als de, meest vernieuwende, meest baanbrekende da...
Lees verder
Branded content

Hoe cadeaus geven je relaties kan verdiepen

Natuurlijk draaien kerst en Sinterklaas niet alleen maar om cadeaus, maar de feestdagen zijn wel het...
Lees verder
Branded content

Hoe cadeaus geven je relaties kan verdiepen

Natuurlijk draaien kerst en Sinterklaas niet alleen maar om cadeaus, maar de feestdagen zijn wel het...
Lees verder
Advies

Stress door klagende collega

Op kantoor zit ik naast een collega die vaak humeurig is. Hij klaagt dan over het werk, over de baas...
Lees verder
Advies

Stress door klagende collega

Op kantoor zit ik naast een collega die vaak humeurig is. Hij klaagt dan over het werk, over de baas...
Lees verder
Artikel

Geloven in geluk

The American dream heeft niet alleen te maken met welstand, maar ook met welzijn. De Amerikaanse psy...
Lees verder
Artikel

Geloven maakt gezond

Religieuze personen zitten lekkerder in hun vel dan ongelovigen. Maar dat geldt alleen in landen waa...
Lees verder
Artikel

Meer succes dankzij jaloezie

Jaloezie kun je zien als een vorm van liefdesstress die wordt opgewekt als de relatie met je partner...
Lees verder
Interview

Het geluk van Ruut Veenhoven

De psychologie is een sombere wetenschap die wel kan verklaren waarom iemand depressief wordt, maar ...
Lees verder
Artikel

Leren jezelf veilig te voelen

Als in de basisbehoeften van emotionele en lichamelijke veiligheid is voorzien, dan kan iedereen zic...
Lees verder
Artikel

De psychologische principes

Mijn dochters van dertien en elf waren verslaafd aan Big Brother I en daar snapte ik aanvankelijk ni...
Lees verder